Evangelieprikje 2016

Wat we allemaal al wisten werd onlangs in een reportage over de aanslagen nog maar eens gezegd: eigenlijk kunnen onze veiligheidsdiensten niks doen om het risico op een aanslag op nul te brengen. Toch treedt er een zekere gewenning op rond ons terreurniveau. We weten dus dat altijd weer een aanslag mogelijk is. De vraag is: wanneer? En nog belangrijker: hoe ga je concreet met die dreiging en angst om? Angst is niet alleen een slechte raadgever, het kan ook zeer verlammend werken. Een mogelijke reactie zou dus kunnen zijn dat we constant binnen blijven en onszelf eigenlijk levend begraven in onze vesting die we huis noemen. Ik hoef niet te zeggen dat terroristen dan al gewonnen hebben. Het is geen goede manier, maar wat dan wel? Het is een vraag die ook al leefde in Jezus’tijd. In die tijd was er weliswaar geen sprake van IS, maar er was de bezetting door de Romeinen, er was een soort guerilla vanuit de bergen door de Zeloten, er waren de Makkabeeën en Massada ... Genoeg springstof dus om de boel te laten ontploffen, wat uiteindelijk in 70 zal gebeuren als de Romeinen de tempel vernietigen. Iedereen voelt dat er vroeg of laat een confrontatie staat aan te komen, Jezus ook. Voeg daar nog een belangrijk element aan toe dat erg leefde in die tijd – het einde van de wereld – en je begrijpt dat er ook in die tijd angst leefde. Het einde der tijden is nu iets waar we in onze tijd weinig mee bezig zijn, maar toen leefde dat erg. Ook Jezus was er van overtuigd dat het einde nakend was, vandaar Zijn haast om door het land te trekken en de Blijde Boodschap overal te verkondigen. Maar het einde der tijden kwam niet en uiteindelijk kwam er een beweging, in het begin een beetje sektarisch, die we later Kerk zouden gaan noemen.

De context waarin we dit evangelie moeten plaatsen kan je dus eindelijk samen vatten in een woord: angst. Het einde der tijden is nabij, maar wanneer gaat het gebeuren? Het antwoord van Jezus op die vraag is eindelijk hetzelfde als dat van de veiligheidsexperts vandaag: dat weet niemand. Wees dus voorzichtig met mensen die angst proberen te zaaien door tekenen die ze zien. Angst kan vlug omslaan in achterdocht tegen jan en alleman, dat weten we. Maar we weten ook dat het niet altijd eenvoudig is om een gezond evenwicht te vinden tussen voorzichtig zijn en gewoon te proberen leven. In die omstandigheden daagt Jezus ons uit om te blijven geloven in Hem. Zelfs wanneer de hemel op je hoofd valt, blijf geloven. Zelfs als je vervolgd wordt, als je bespot wordt omwille van je geloof, blijf geloven. God laat je niet in de steek.

En prachtige boodschap in deze ‘verwarde’ tijden. En zo eindigt het C-jaar in de liturgie zoals ze in de advent vorig jaar begonnen is: met het einde der tijden. Dat is niet toevallig, we zitten nu in de donkerste periode van het jaar, de natuur lijkt in te slapen, ... niet meteen de meest opgewekte periode. Soms maakt een mens zo’n periode helaas ook mee in het midden van de zomer: als een relatie stukloopt, lijden ons leven binnendringt, de dood van een geliefde, ... Dan lijkt het ook voor ons alsof het einde der tijden is aangebroken. We voelen de vaste grond onder onze voeten wegschuiven. Ook dan vraagt Jezus ons te blijven geloven. Maar dat is bijzonder moeilijk voor veel mensen op dat moment. Tegenslag in het leven kan je geloof verdiepen of het kan je aanzetten om je geloof vaarwel te zeggen. Ik denk dat het als Kerkgemeenschap onze morele plicht is om mensen in moeilijke tijden de hand van het geloof te reiken. Niet dwingend, niet opgelegd, niet paternalistisch, maar getuigend en uitnodigend. Het is gemakkelijker te geloven dat God je niet in de steek laat als er een Kerkgemeenschap is die je niet in de steek laat. Dat is Blijde boodschap in woorden en daden. Op een moment dat een mens in crisis is moeten we getuigen van Gods liefde, zelfs als we daarvoor even moeten ingaan tegen enkele kleinmenselijke regeltjes van de Kerk. Op cruciale momenten in het evangelie kiest Jezus niet voor de regels, maar voor het leven, voor vergiffenis, voor de liefde van God. Want