33e zondag C (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom. In de tweede lezing van vandaag staat een zin waarbij sommige mensen zich thuis voelen, n.l. "als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten".

Economisch leek het de laatste tijd weer ietsje beter te gaan. Nu schijnt de economie ten opzichte van het tweede kwartaal in het derde kwartaal weer ietsje te zijn gekrompen. In dergelijke tijden zoeken sommige mensen een zondebok: mensen bijvoorbeeld, die van een uitkering leven en aan de buitenkant gezond lijken te zijn en sommigen van hen zullen ook wel gezond zijn en dus misbruik maken, zo redeneren die mensen.

Het stáát in de heilige Schrift: "als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten". Maar is die aansporing niet bedoeld voor mensen, die wel kunnen, maar niet willen werken? Moeten wíj niet barmhartig zijn? Voorzichtig,
opdat er niet streng over ons wordt geoordeeld omdat wij streng oordeelden over een ander?

Zijn wij barmhartig. Houden wij alle hebzucht ver van ons. Bidden wij om de heilige Geest. Hij kan ons helpen om zelfs economische problemen in vrede op te lossen. De heilige Geest helpt ons om te werken aan onze liefde, opdat wij strakjes waardig zijn om voor de troon van God te verschijnen. Waardig zijn we als wij vol zijn van Gods liefde voor alle mensen.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Eeuwige en almachtige God, al te snel loopt ons de dag ten einde en altijd onverwacht komt de dood ons leven kronen. Laat niet toe dat ongegronde vrees de hoop verduistert, die Gij in ons hebt gewekt. Vervul ons van het oprechte geloof dat alles verwacht van uw voorzienigheid. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... . Amen.

PREEK

Broeders en zusters, de eerste lezing van vandaag begon nogal vurig. "Al de boosdoeners worden op de dag van God als stoppels in brand gezet". Dat is een fijne bevestiging voor de mensen, die zich enorm kunnen opwinden over het kwaad van anderen. Maar... het aansteken van dat alles verterende vuur... zullen wij dat nu maar aan God overlaten!?

Dezelfde eerste lezing eindigde in een heel andere sfeer. "De zon van de gerechtigheid gaat op en met haar vleugels brengt zij genezing". Dat zijn woorden om blij van te worden. Dat is iets wat wij niet aan God alléén hoeven over te laten. Hieraan kunnen wij meewerken. Mensen genezing brengen, geestelijk.

Wij kunnen iemand laten merken, dat wij hem gráág zien, geïnteresseerd zijn in zijn doen en laten. Dat geeft die ander het gevoel dat ook hij belangrijk is.

Belangstelling en waardering kunnen wij iemand geven door vriendelijkheid, door iemand z'n verhaal te laten vertellen, door tijd voor iemand te nemen. Dat is in deze jachtige tijd voor sommige mensen een grote opgave: rustig bij iemand gaan zitten, terwijl zij het eigenlijk zo druk hebben.

Wij oefenen altijd invloed uit op mensen om ons heen, méér dan wij denken. Daarom zouden wij ons geregeld moeten afvragen: Hoe gaat een mens van mij vandaan? Blijer, bemoedigd? Of heb ik een domper op zijn leven gezet?

Ik hoorde eens over een jonge vrouw. Ze was in een nieuwe wijk komen wonen en had zich ingeschreven voor gymnastieklessen van een vrouwenvereniging. Zij had haar trainingspak al aangeschaft. Zij vertelde dit alles aan een ouder lid van de vereniging. "Och kind", zei het oudere lid, "heb jij je daarvoor laten strikken? Vier jaar geleden was er ook al zoiets. Het stelde allemaal niets voor". Er kwam zo'n negatieve stemming over de jonge vrouw, dat zij niet naar de lessen is gegaan, zij heeft het niet eens geprobeerd.

Zo zijn er mensen, die bij anderen altijd weer dompers opzetten i.p.v. die mensen blij te maken en te bemoedigen. Zij zijn niet als Jezus, die mensen wil verlossen; zij zijn niet als Jezus, die zegt: "Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken", nee, ze maken met hun negativiteit het leven van anderen juist zwaarder. Laten wij proberen naar mensen te luisteren en zoveel mogelijk positieve dingen te vertellen. Dan kunnen wij genezing brengen, met Jezus medeverlossers zijn.

Dat wij mensen ons vertrouwen schenken is voor die genezing ook belangrijk. Ik hoorde eens over een jongen, die ooit een paar kopjes had laten vallen en sindsdien mocht hij van zijn moeder nooit meer de tafel dekken. En zij gebruikte een ook niet zo aardig woord. Zoiets kan diep aan een mens gaan vreten. Je zelfvertrouwen, je gevoel van eigenwaarde, kan een zware deuk oplopen.

Dezelfde jongen mocht later eens bij vrienden van zijn ouders logeren. Daar kreeg hij een nieuwe kans. En na twee weken vakantie feliciteerde de moeder van het logeeradres de moeder van het thuisadres met haar handige zoon: "Wat kan hij goed de tafel dekken!" De moeder van de jongen was verbaasd, en die jongen... hij had weer het gevoel dat hij er bij hoorde.

Broeders en zusters, er zijn veel mensen ziek, ziek van eenzaamheid, ziek door een gebrek aan zelfvertrouwen, ze hebben geen gevoel van eigenwaarde. En deze mensen zijn eigenlijk heel gemakkelijk te helpen. Zij hebben geen voortdurende kritiek nodig: "Waarom heb je dat niet meteen gedaan? Waarom laat je nou weer die deur openstaan"? Zij hebben vriendelijkheid nodig, hartelijke belangstelling. Zij moeten inderdaad ervaren, dat ook zij belangrijk zijn, dat wij ze nodig hebben. Als ze dat ervaren, gaan ze hun werk misschien vanzelf wel beter doen doordat ze er meer plezier in krijgen. Dan gaat op gegeven moment ook die deur vanzelf wel dicht.

In het evangelie wordt gesproken over het geven van getuigenis. Wel, het meest overtuigende getuigenis is dat van de liefde voor alle mensen, óók jegens hen, die wij misschien minder sympathiek vinden. Het lijkt wel dat onze maatschappij steeds gewelddadiger wordt. Wel, dan moeten wij, christenen, steeds liefdevoller worden, een groter tegenwicht bieden. Denken wij niet: Het zit met mij wel goed. Misschien wel, tot op zekere hoogte. Maar welke positieve invloed oefen jij uit op je omgeving? Gaat er van jou een kracht uit, een vuur, dat jouw omgeving in brandt steekt, het vuur van de liefde?

De meeste mensen zullen wel op het nieuws hebben gehoord dat El Qaida ook aan de christenen de oorlog heeft verklaard. Nu, er worden nu al wereldwijd per jaar iets meer dan 100.000 christenen vermoord. Ik ben benieuwd hoeveel hoger dat aantal dan gaat worden.

Mijn zus las laatst een boek over heel vurige christenen. Dat ‘onze Jezus' vergeving en verlossing preekt en dat die christenen dat in hun dagelijkse leven ook waar proberen te maken, maakte zo'n grote indruk op moslims dat sommigen van hen zich bekeerden. De Islam zelf kent geen vergeving en verlossing, wel bijvoorbeeld eerwraak, zelfs op hun eigen familieleden.

Wij kunnen natuurlijk alles op z'n beloop laten en afwachten of er ooit een wereldwijde confrontatie, oorlog, komt tussen het christendom - zeg maar; het Westen - en de Islam - er zijn profeten van zowel katholieke als van protestante huize, die een dergelijke enorme oorlog voorspellen - we kunnen ook proberen om zelf nu al heel vurig vergeving te schenken, mensen te verlossing van hun schulden, in de hoop dat moslims - en lauwe christenen - zich bekeren. Voorkomen is beter dan blussen. Wij moeten niet zijn als Geert Wilders, die mensen choqueert met allerlei lelijke woorden of als bepaalde cartoonisten, die hetzelfde doen met hun tekeningen, nee, het kwaad kan alleen maar worden overwonnen door de liefde.

Broeders en zusters, niet alle mensen kunnen deel nemen aan het arbeidsproces, maar dit ene werk vraagt God van ieder van ons tot en met de laatste dag van ons leven: het getuigenis van de liefde. Spannen wij ons voor dit werk tot het uiterste in. Ondersteund door ons gebed zal onze Kerk dan weer gauw een bloeiende Kerk worden.