waardig sterven (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

ONWAARDIG?

‘Ik wil dat mamma een waardige dood heeft', zei de dochter heftig. Ze had de dokter laten merken, ‘dat het leven niet onnodig verlengd moest worden' en ‘dat moeder er altijd een bloedhekel aan had om verzorgd te worden. Ze was een trotse onafhankelijke vrouw geweest...' Haar opmerking stemde me tot nadenken. Zou de dochter misschien zelf bang zijn om de hulpeloosheid van haar moeder aan te zien? Zou ze ervoor terugschrikken om haar eens te verwennen? Is het onwaardig als je je moet laten helpen? Integendeel, zou ik denken. Het is niet onwaardig als je darmen ontregeld zijn. Het is niet onwaardig als je pijn hebt. Onwaardig is het, als niemand naar je omkijkt. Onwaardig is het, als iedereen erop zit te wachten dat je dood gaat...

 

EIND IN ZICHT

Wat doe je als het einde van je leven in zicht is? Eerlijk gezegd, het einde van het leven is voor iedereen van ons in zicht! Voor de een meer aanwijsbaar dan voor de ander, maar toch. De betekenis van het leven staat of valt niet met de eindigheid ervan. Eindig is het altijd. Een mensenleven blijft zinvol, ook als het eind nadert. Maar je ziet het om je heen: de ene mens vergaat de zin om verder te leven als hij hoort dat de dood zich aankondigt. Hij vindt wat-er-nog-rest eigenlijk mensonwaardig; en de ander beseft dat het er op aankomt om nu ook elke minuut te genieten en dankbaar aanwezig te zijn bij kinderen, buurvrouw, kleinkinderen, partner of verplegende... Voor de een roept het einde een depressief gevoel van moedeloosheid en leegheid op; bij de ander onderstreept de dood het belang van het leven. Ze zegt dat het er nu op aan komt.
In die laatste geest spreekt Jezus vaak over het einde van de tijd. Hij geeft daarin geen uitdrukking van een zwartgallige kijk op het leven. Hij wil zijn leerlingen niet somber stemmen, integendeel! Hij wil hen op het hart drukken: ben bezig met dingen die echt van belang zijn!

 

MANTELHOF

De afgelopen week vierde Mantelhof in Welten zijn eerste lustrum. Mantelhof is een van de mooiste instellingen van onze tijd. Ik zou bijna zeggen: ze is bijna niet van deze tijd, bijna een protst tégen de tijdgeest. Ik heb daarbij ook andere instellingen op het oog als Patiëns. Zij organiseren zorg aan zieken en stervenden, uitgaande van de waardigheid van de mens, ook van de zieke mens. Onze waarde is niet ons economisch nut. Onze waarde is niet onze hobby of onze geestigheid. Onze waardigheid is zelfs niet onze vriendelijkheid en dankbaarheid. Met van dat alles kan een mens gezegend zijn, maar zijn waardigheid ligt in zijn bestaan zelf. Hij is een beeld van de Schepper. En voordat hij ook maar iets gepresteerd heeft, voordat hij ‘mamma' en ‘pappa' kan zeggen, voordat hij zindelijk is en chatten en sms-en kan, lang voordien is hij een kind van de liefde, een kind van God.
We beseffen dat bij elk kind dat wordt geboren. We vergeten het vaak als het opgroeit, carrière maakt en iets in de maatschappij gaat betekenen, maar we herinneren het ons weer - gelukkig -, als het oud wordt, en hulp behoeft. Er zijn mensen die getuigen van hun geloof in de waardigheid van de mens en de kostbaarheid van elke minuut van hun leven. Dat zijn de vrijwilligers en vrijwilligsters van Patiëns en Mantelhof en vele anderen. Zij willen gezinnen helpen als er iemand heel ernstig ziek is. Helpen om de tijd die rest te maken tot iets feestelijks. Iemand die het eind in zicht weet, die weet hoe belangrijk het is om je naaste te vergeven, om je dankbaarheid te tonen, om de muziek te genieten en je eten en drinken zolang het kan, om een mus gade te slaan op de vensterbank en Mozart nog eens op te zetten.
De mantel van Mantelhof herinnert aan Sint Maarten die zijn mantel deelde. Het woord Mantelhof is gekozen omdat men ook voor niet-christenen de deur wijd open zet. De waardigheid van de mens geldt voor elke mens of voor niemand!
De eindigheid van ons bestaan mogen ons opwekken om te genieten, te vergeven en te zorgen.

 

COMPUTER

Lieve kinderen. Vorige week had mamma eens ernstig met Boris gesproken. Voortaan mocht hij, per dag, een half uur achter de computer zitten en geen minuut langer! Boris had ja geknikt, maar mamma wist hoe moeilijk het was, om hem midden in een spel van het apparaat weg te sleuren. ‘Ik zet de computer gewoon uit, hoor.' Boris had gelachen. ‘Dat kun je niet; je weet niet eens hoe dat moet!' ‘Dan trek ik de stekker eruit!' ‘Dat mag niet', riep Boris geschrokken, ‘dan gaat ie kapot.' ‘Kan me niks schelen!' Die middag zat Boris er weer achter. Mamma hoorde gierende banden en af en toe een schot en een kreun, gevolgd door een naargeestig melodietje. ‘Dat wordt moeilijk dadelijk', dacht ze terwijl ze de aardappels afgoot. Ze keek op de klok. ‘Boris!' ‘Het half uur is nog niet om', riep Boris boos. ‘Weet ik, maar je hebt nog precies vijf minuten.' Ze liep terug naar de keuken. Boris nam zwierig een bocht, tikte de auto even aan die hij passeerde en ging over de finish. Nog vier minuten. Hij startte het spel opnieuw. Nee niet meer racen! Nu eerst een vette skin uitzoeken. Hij wilde de blauwe Ferrari, en zelf een geel pak. Hij genoot tot de laatste minuut. ‘Aan tafel!' ‘Ik kom!' Toen Boris aan tafel zat zei hij rustig. ‘Ik had nog een minuut over, die pak ik er morgen bij!'