Red je leven door standvastigheid (2010)

De kring is rond.  Bij het einde van het liturgisch jaar C lezen we uit hetzelfde hoofdstuk als bij het begin.  Lucas spreekt in zijn 21° hoofdstuk over de komst van de Mensenzoon en over onze waakzaamheid als christen.  We zijn een jaar ouder en zijn anders dan bij de aanvang ervan.  Vrienden zijn gestorven en kinderen zijn geboren.  Een jaar met aardbevingen en overstromingen.  Het terrorisme stopte niet.  De zorg om de klimaatverandering neemt toe.  Een tsunami in de Belgische kerk, hevig geschokt en doorheen geschud door het drama van de pedofilie (rapport commissie Adriaenssens).  Ze beleeft een 'annus horribilis, een zwaar jaar.  Ze wordt bevraagd om harde standpunten en uitspraken (www.ipbsite.be).  Een aantal mensen keren haar de rug toe.  

Zoals bij het begin van dit liturgisch jaar wakkert Lucas ons aan waakzame volgelingen van Jezus te blijven.  "Het einde is ons vertrekpunt... en het eind van al ons verkennen zal de aankomst zijn aan het vertrekpunt en het te kennen voor de eerste keer" (T.S. Eliot). 

Als 'mensen van de weg' (Hnd. 9,2) hebben we met Lucas kleine stappen gezet.  Lucas heeft ons geholpen om volgeling van Jezus te worden en om deze beter te leren kennen.  Zondag na zondag heeft Jezus ons uitgenodigd achter hem na te gaan.  Hebben we dit gedaan?  "Het volgen van Jezus uit zich in een nieuwe manier van bidden, een nieuwe houding tegenover de naaste die boven de verplichtingen van de wet uitstijgt, in een nieuwe visie op God en wereld, die Jezus' onderricht aan zijn leerlingen schenkt, en het bewustzijn dat de leerling nauw betrokken is bij de komst van het Godsrijk.  Vooral brengt het volgen de leerling naar Jeruzalem" (H. Servotte, Lucas litterair, p. 145).  Hoe ver zijn we met Jezus meegegaan?  We stonden op een veilige afstand van zijn kruis, maar mochten mee op de weg naar Emmaüs.  Wij groeiden in het geloof dat Jezus naar de Vader is teruggekeerd en werkzaam in deze wereld aanwezig blijft. 

Wij hebben ieder zondag het evangelie van Lucas gelezen en vanaf de 22° zondag zelfs elke dag van de week.  We hebben zo alweer rijke facetten van Jezus ontdekt.  "Een man uit Nazaret die als leraar rondtrekt, blijkbaar door God geïnspireerd, die mensen geneest, duivels uitdrijft, en zo de heerschappij van het kwaad over de mensen terugdringt.  Daartoe vergeeft hij ook de zonden in de naam van God, en maakt hij deze zondaars (opnieuw) bekwaam om op eigen kracht de wegen Gods te bewandelen, Gods woord te horen en Gods wereld te zien.  Zo doende vestigt hij de heerschappij van God.  Hij leert hen God op een nieuwe manier te kennen, brengt zo het licht in de duisternis van deze wereld binnen; hij nodigt mensen uit tot een nieuwe manier van leven in radicale naastenliefde en dienstbaarheid en hij gaat daarin voor.  Meer nog, hij betrekt de anderen bij zijn opdracht.  Zijn hele leven, wat hij doet en wat hij ondergaat, beleeft hij in een intens contact met de Vader in wie hij een absoluut vertrouwen heeft, zelfs in de donkerste uren.  Zo hecht is die relatie dat hij kan optreden in de naam van God, wiens plaatsbekleder hij is.  Niet alleen kan hij de zonden vergeven en het leven schenken in de naam van God maar de houding die de mens tegenover hem aanneemt, raakt God zelf." (Ib. p. 145-146).  Wat heeft ons in het voorbije jaar in Jezus aangesproken?  Wanneer en in welke omstandigheden hebben wij in de voorbije maanden voor hem moeten kiezen?  

Lucas wijst in het 21° hoofdstuk op de moeilijkheden van de eindtijd.  Hij ziet deze evenzeer aanwezig in de tijd, die daaraan voorafgaat.  Lucas hecht aan die voorafgaande periode veel belang.  Het is een tijd met vervolgingen en daarin de oproep tot getuigenis. 

"Nog voor dit alles is geschied, zullen ze u vastgrijpen" (Lc. 21,12).  Voor Marcus maken de vervolgingen deel uit van de eschatologische crisis.  Voor Lucas gaan deze er aan vooraf.  Lucas zegt dat het einde niet terstond volgt.  "Waar Marcus nog leefde in de verwachting van de nabije eindtijd, schuift Lucas, die een twintigtal jaren later schrijft, het einde van de tijden op om ruimte te scheppen voor de Kerk en de geschiedenis van de Kerk, waaraan hij zijn tweede boek, de Handelingen, zal wijden.  Voor Lucas is de tijd van Jezus niet langer de eindtijd, maar wel het midden van de tijd, het scharnier van de wereldgeschiedenis, gespannen tussen de tijd van  de belofte of de tijd van Israël en de tijd van de Kerk" (S. Lamberigts, Dit boek gaat over Jezus, p. 181).  

Lucas bemoedigt de christenen.  Jezus verlaat hen niet in moeilijkheden en vervolgingen.  Hebben we al niet ondervonden dat wij verrast kunnen zijn van ons antwoord als wij met mensen oprecht in gesprek gaan en aanvoelen dat wij moeten zeggen voor wie wij kiezen?  Door standvastigheid kunnen we het leven winnen.  Standvastig betekent niet koppig of eigenzinnig, maar wel volharden  doorheen de beproevingen (Hnd.14,22).  

Paolo Dall Oglio, een Italiaanse jezuïet in Syrië, stichter van het klooster Mar Moussa, dat de dialoog met de islam nastreeft, haalt het getuigenis aan van een kleine zuster van Betlehem.  Deze vertelt over een muzikant.  Deze speelde luit voor zijn koning elke dag op hetzelfde uur.  Hij speelde heel goed.  De koning moest echter optrekken naar de oorlog.  Hij vroeg de muzikant om tijdens zijn afwezigheid de zaal te blijven vullen.  De luitspeler gehoorzaamt.  De koning bleef lang weg, heel lang, drie maanden, een jaar, misschien vijf jaar.  De muzikant begon symptomen te merken van doofheid.  De afwezigheid van zijn koning kon niet meer verzacht worden door het genoegen zichzelf te horen spelen.  Al was hij doof aan het worden, toch kwam de luitspeler trouw elke dag terug op hetzelfde uur om zijn afwezige koning te behagen.  En onderwijl daalde de liefde tot in het diepst van zijn hart (Guyonne de Montjou, Mar Moussa).