Alles eindigt goed, ook al is de weg pijnlijk

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

God schijnt in ons leven vaak afwezig te zijn. Hoe dikwijls vragen wij ons bij ziekte en tegenslag af: "Waar blijft God? Waar blijft zijn hulp?" Alles schijnt hopeloos donker. Maar als wij op dat moment trouw blijven, openen zich voor ons soms nieuwe onbekende wegen. Zonder die tegenslag zouden we die nooit ontdekken. Achteraf, soms lang daarna, moeten wij bekennen: God was er toch bij! Dank zij dat lijden heb ik beter de diepere kern van het leven kunnen ontdekken. Wat wij ondervinden in het dagdagelijkse gebeuren, herhaalt zich ook op wereldniveau. Er zijn natuurrampen, er is hongersnood en er zijn oorlogen. En daar ook schijnt God volkomen afwezig te zijn. Toch zegt het evangelie van vandaag dat God de laatste hand in alles heeft en dat Hij alles tot een goed einde voert.

Jezus geeft ons een vierdubbel antwoord op de vragen over de eindtijd. Op de eerste plaats zegt Hij: "Laat je niet in slaap wiegen bij het zien van zoveel pracht en praal, want alles is vergankelijk". Daar stond die prachtige tempel, de trots van het Joodse volk. De geweldige muren, gebouwd op de harde rots, de witte marmerstenen in het helle zonlicht en het goud met al zijn pracht... onverwoestbaar! En Jezus zegt: "Alles zal worden verwoest, geen steen zal op de andere gelaten worden". Die tempel is het zinnebeeld van alle machtige gebouwen en monumenten door mensenhanden gemaakt. Zij dragen het zegel van de vergankelijkheid en gaan ten onder aan de tand van de tijd. De mens mag zich niet blind staren op eigen macht. Zijn vernuft mag zijn blik niet afleiden van het onvergankelijke, waartoe hij in eerste instantie geroepen is.

Ten tweede: de leerlingen van Jezus mogen zich door valse profeten niet laten verleiden tot verkeerde conclusies. Hoeveel profeten hebben de mensen tot op de huidige dag een paradijs op aarde beloofd en hoevelen hebben de ondergang van de wereld voorspeld? Het antwoord van Jezus is kort en bondig: "Loop hen niet achterna en geloof hun woorden niet". Het lot van de mens is niemand bekend, het ligt besloten in Gods hand.

Ten derde... Jezus zegt: "Laat u niet in verwarring brengen als gij schrikwekkende tekenen ziet aan de hemel, of aardbevingen en hongersnood of epidemieën meemaakt". Al die dingen gaan voorbij en veranderen niets aan de trouw van God tegenover de mensen. Je hoeft om dit alles niet bang te worden, je bent in Gods hand.

Tenslotte beklemtoont Jezus: "Als de mensen u haten of vervolgen, u verraden of doden, betekent dit nog niet het einde van de wereld, noch het einde van de liefde van God. Blijf dan standvastig en gij zult het leven verwerven". Wij zullen waarschijnlijk niet dood gefolterd worden, zoals het met veel christenen in vroegere tijden gebeurde en zoals het op sommige plaatsen nu nog gebeurt. We zullen wel lijden en zorgen te dragen hebben, die de ongelovigen niet kennen. Wij staan altijd tussen twee fronten. Nu eens krijgen we klappen van de ene kant en dan weer van de andere kant. Wij staan tussen wereldzucht en wereldvlucht, tussen God en afgoden, tussen marxisme en kapitalisme, tussen krijgsdienst en dienstweigering, tussen milieuvervuilers en milieubeschermers.

De woorden van dit evangelie zijn zeer ernstig. Het zijn woorden voor alle tijden. Altijd zijn er aardbevingen, hongersnood en oorlogen geweest. Maar bij dit alles is Jezus toch geen ongeluksprofeet, zoals er in onze wereld wel voorkomen... Jezus wil ons niet moedeloos maken. "Het zal voor u uitlopen op het geven van getuigenis", zegt Hij. Wij moeten getuigen zijn van de hoop. Wij hoeven geen verdedigingsplan op te stellen, want geen haar zal gekrenkt worden op het hoofd van hen die God liefhebben. Wij kunnen de wereld getuigenis geven van innerlijke vrede, wij kunnen onze innerlijke kracht bewaren, wij kunnen standhouden omdat wij ons gesteund weten door God. Mensen die ondergang en verderf verkondigen, worden niet gedragen door Gods Geest. Ook de meest onheilspellende voorzeggingen van het evangelie hebben altijd een laatste woord van hoop voor de mens. En van deze hoop moeten wij in de wereld getuigenis afleggen.