32e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Hoe zou het zijn na de dood? Daar gaat het in het evangelie over. Indirect ook in de eerste lezing: de broers waren trouw aan hun overtuigingen omdat ze geloofden dat ze zouden verrijzen tot nieuw leven. Leven na de dood is een heel wezenlijk element van ons christelijke geloof. Toch kom je tegenwoordig steeds meer mensen tegen, ook hele godsdienstige mensen, die zo hun twijfels hebben. Men vindt dat echt niet meer zo vanzelfsprekend als een jaar of 50 geleden. Je hoort ook nogal eens zeggen: "Als er een hemel is, dan komt hij of zij er zeker in." Als . . . . Men is er niet meer zo zeker van. "Er is nog nooit iemand teruggekomen om ons het bewijs te leveren".
Leven na de dood. Een probleem is dat we ons dat hiernamaals niet kunnen voorstellen. We kunnen ons er geen beeld van vormen, en toch wordt dat telkens opnieuw toch gedaan, alle tijden door. En vele voorstellingen zijn op zijn zachtst gezegd heel ongelukkig, vaak heel misleidend of gewoon verkeerd.
Zo zijn er christenen geweest die beweerden dat er een aparte hemel was voor de blanken en een aparte voor de zwarten. Als gelovige mensen zo denken dan geven ze daarmee wel aan dat ze niets snappen van heel Jezus' boodschap.
Zo kan het ook gebeuren dat iemand die vreselijk overhoop ligt met een ander, zegt: als die naar de hemel gaat, dan wil ik er niet naartoe. Dat is ook zo'n domme uitspraak, die niets met geloven te maken heeft.
Zo kan men ook die zogenaamd diepzinnige vraag stellen: hoe moet het nu in de hemel met iemand die op aarde meermalen getrouwd is geweest? Dat is de vraagstelling van het evangelie van vandaag.. Het is misschien wel een interessante vraag, maar tegelijk ook misleidend.
Leven na de dood: voor velen is dat een open vraag, of iets waar ze geen boodschap aan hebben. En eigenlijk heb ik daar niet zoveel moeite mee. Ik geloof zelf wel dat er leven na de dood is, ook al heb ik geen idee hoe ik me dat moet voorstellen. Maar als anderen zeggen er niet meer in te geloven, dan kan ik daar niet van wakker liggen. Het gaat immers om ons leven hier en nu: dat is nu voor ons het allerbelangrijkste. In dit aardse leven ligt voor elke mens de taak en de uitdaging om er iets goeds van te maken, voor zichzelf en voor heel de samenleving.
In vroeger jaren werd er vaak de suggestie gewekt dat ons aardse leven totaal ondergeschikt was aan het leven in het hiernamaals. Als je het hier slecht had, dan moest men dat niet zo erg vinden, als je leven na de dood maar goed was. En er werd ons in alle toonaarden voorgehouden dat je je voor eeuwig ongelukkig kon maken als je in dit aardse leven niet goed oppaste.
Alles in dit leven stond in dienst van: de hemel verdienen. En de manier waarop dat dan ingevuld werd, was echt niet altijd zo gelukkig. Om maar een extreem voorbeeld te noemen:een moeder die de hele dag in de kerk zat te bidden om zich zo een plaatsje in de hemel te reserveren, maar die thuis het huishouden en de zorg voor de kinderen verwaarloosde, zo'n moeder is heel verkeerd bezig.
Ik heb mensen wel eens horen zeggen: als ik zeker wist dat er geen leven na de dood was, zou ik heel anders gaan leven. Dan zou ik nu de bloemetjes wel eens goed buiten gaan zetten. Dat is natuurlijk ook een hele domme manier van spreken. Wie zo praat, die snapt er niets van. De wetten en regels en normen voor het leven zijn ons niet gegeven om de hemel te verdienen, maar om ons leven hier en nu zinvol en goed te maken, en daarmee ook gelukkig, voor onszelf en voor heel onze leefgemeenschap.
Ons aardse leven, dat moet goed zijn, daar moeten we ons voor inspannen, dat is nu het belangrijkste. Het leven na de dood: daar mogen we op hopen, daar mogen we van verwachten dat het goed is, goddelijk, maar dat komt straks vanzelf wel.