32e zondag door het jaar C (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Freek de Jonge heeft een liedje over leven na de dood en de eerste strofe gaat als volgt:
    Of je Christen, Zen Boeddhist bent, Islamiet of Jood
    Er is leven, er is leven na de dood
    Rij dus rustig door oranje en geef extra gas bij rood.
    Er is leven, er is leven na de dood.
    Freek steekt hier een beetje de draak met leven na de dood. Hij had wellicht ook kunnen zeggen: als je gelooft in leven na de dood, waarom doen we dan zo moeilijk over de dood, waarom is bijna iedereen er dan zo bang voor.
    De Sadduceeën uit het evangelie geloofden ook niet in leven na de dood en zij staken net als Freek de draak ermee, door te vragen: "Als iemand meermalen getrouwd is geweest, hoe moet dat dan in dat nieuwe leven na de dood?"
    Of Jezus' antwoord hen bevredigd heeft, betwijfel ik. Dat soort vragen zijn ook eigenlijk niet te beantwoorden, omdat we ons geen voorstelling kunnen maken van dat leven na de dood.
    Vroeger had het voor velen een heel beladen betekenis: leven na de dood kon hemel betekenen maar ook hel, het kon een gelukkig leven zijn als je je goed gedragen had op aarde, maar het kon ook een heel ongelukkig bestaan zijn als je slechte dingen gedaan had. En in die tijd had je ook zo een doodzonde op je geweten.
    Ik heb een man gekend die heel bang was voor de dood, want zo zei hij: ik ga naar de hel. En als ik dan vroeg waarom hij dat dacht, vertelde hij over zijn leven, met de gewone pekelzonden die iedereen wel heeft en vooral veel frustraties, maar er was in mijn ogen niets maar dan ook niets dat met hel te maken had. Ik kon praten als brugman, en dan accepteerde hij op dat moment ook wel dat het niet zo was, maar als ik weg was maalde dat toch weer door zijn hoofd.
    Het is natuurlijk heel triest als iemand zo denkt. Maar het was waarschijnlijk een beetje het gevolg van de manier waarop vroeger gesproken werd over leven na de dood. Hemel en hel werden te vaak gebruikt als een stok achter de deur om mensen angst in te boezemen en ze zo op het rechte pad te houden.
    Met name met missiepreken was ongeveer iedereen rijp voor de hel. Gelukkig hebben de meeste gelovigen al die gepeperde uitspraken van toen met de nodige korreltjes zout genomen, want anders waren ze allemaal uiterst scrupuleus geworden en dan heb je geen leven meer.
    Ik geloof in leven na de dood, maar vraag me niet hoe dat eruit ziet, want dat weet niemand en kan ook niemand weten. We kunnen ons er geen voorstelling van maken, en elke voorstelling die we toch maken klopt niet. Wij denken immers van nature ruimtelijk en tijdelijk, we kunnen niet anders, maar na de dood spelen ruimte en tijd geen enkele rol meer.
    Iemand die ook de draak wilde steken met leven na de dood, vroeg eens aan een wijs man: Hoe kan er in de hemel plaats zijn voor al die miljarden mensen die gestorven zijn in de loop der eeuwen? Ruimte genoeg, zei de wijze, in een speldenknop kunnen wel een miljard zielen, want die nemen geen enkele ruimte meer in. Hoe lang duurt de eeuwigheid, was een andere vraag? En de wijze man antwoordde: de eeuwigheid duurt een honderdste van een seconde, want de eeuwigheid kent geen tijd.
    Omdat we ons er geen enkele voorstelling van kunnen maken, zijn er in deze tijd dat alles rationalistisch verklaard moet kunnen worden, velen die er niet meer in geloven, en anderen hebben zo hun twijfels: als er een hemel bestaat, dan hoort hij of zij daar zeker thuis, hoor je dan wel eens zeggen.
    Nu vind ik het op zich helemaal niet erg als mensen niet in leven na de dood geloven, als ze maar geloven in de zin van leven hier en nu en in de opdracht hier in deze wereld goed met elkaar te leven.
    Vroeger hield de catechismus ons voor dat we hier op aarde leefden om de hemel te verdienen. Maar ik zou het anders willen formuleren: we leven op aarde om hier en nu een beetje hemel te verwerkelijken, om hier en nu zo met elkaar om te gaan dat iedereen iets van licht, van vrede en vreugde kan ervaren. Dat is onze levenopdracht en of er leven is na de dood dat merken we vanzelf wel als het onze tijd van gaan is.