Een God van levenden en niet van doden (2007)

Hoewel mensen zeggen van het leven te houden
-we willen allemaal levendig levend blijven;
op naar de sportschool, gezond eten en ga maar door-
is er geen tijd geweest waarin zo nonchalant met het leven
wordt omgesprongen.
Talloze mensen in Azië en Afrika
-we dachten deze week aan Darfur-
worden het slachtoffer van machtswellust
of fanatisme. Wij gaan dan onmiddellijk bij de buren kijken
en zeggen: ‘ja de moslims zijn fanatiek
die geven niet om een mensenleven’.
Maar kijken we liever eerst naar onszelf:
de kruistochten. Badend in het bloed van
hun slachtoffers riepen de kruisvaarders
na duizenden moslims te hebben afgeslacht uit:
‘God heeft dat gewild.’
En er is –om wat dichter bij huis te blijven-
geen eeuw waarin zoveel slachtoffers zijn gevallen
als de vorige eeuw hier in Europa:
miljoenen in de eerste wereldoorlog
miljoenen bij de revolutie in Rusland
en vele miljoenen in de tweede wereldoorlog.

Deze week herdachten wij de Kristallnacht:
de nacht waarin de jodenvervolging in Duitsland begon
met het vernielen van de synagogen.
Het is prettig om te weten dat de Plebaan van de kathedraal in Berlijn
-Bernard Lichtenberg, inmiddels zalig verklaard, dat zal deze plebaan wel nooit overkomen- daar krachtig tegen protesteerde
en dat een Keulse kapelaan haastig een wetsrol uit de synagoge redde
die na allerlei omzwervingen deze week
geheel gerestaureerd is teruggegeven aan de joodse gemeenschap van Keulen.

Verbijsterd moet God zich wel afvragen;
wat doen  die mensen elkaar toch aan.
En nog: de milleniumdoelen: minder onrecht
minder verdwazing, meer recht vaardigheid en sjalom
zijn op geen stukken na gehaald.

Als Abel vermoord is door zijn broer Kain
speelt die de onschuld zelve maar God roept hem tot de orde:
'Kain waar is je broeder?'
En Kain heeft dan ook nog de brutaliteit om te antwoorden:
'ben ik dan de herder van mijn broer ?' Zo verdorven is hij
dat hij niet meer weet waartoe de mens op aarde is:
om de ander te bewaren en te behoeden net zoals God dat doet.

Tegen de achtergrond van al deze menselijk onwil
klinken de schriftlezingen van vandaag ons krachtig tegemoet.

Hou toch eens op, schei er toch eens mee uit:
‘God is een God van levenden en niet van doden !

De eerste lezing gaat over een weerloze weduwe
die met haar kinderen wil kiezen
voor dienst aan de God van het leven en de vrede
maar de anderen verdragen  dat niet
en zij en haar zonen worden bruut vermoord. Triomfantelijk
roepen hun moordenaars uit: ‘jullie hebben verloren.’
Maar het verhaal leert iets anders: de moordenaars hebben verloren
en de vermoorden zijn behouden.

Jesus' hele levenswerk is één grote poging mensen te bemoedigen
en weer te laten zien dat God iedereen de moeite waard vindt
en dat wij allen samen op weg zijn naar het leven.

Eerste lepelen anderen een verhaal op om Jesus in de war te brengen.
Ze verzinnen het vreemde verhaal van die broers,
zeven nog wel die allemaal doodgaan.
Het is een erg treurig verhaal:
een verhaal van dood en onvruchtbaarheid;
ze sterven allemaal achter elkaar en
geen van allen was er in geslaagd
bij de vrouw van hun overleden broer één kind te verwekken.
'Met wie moet die vrouw
die met al die broers getrouwd is geweest nu leven na de opstanding?.

De Sadduceeën hadden zelf dit vreemde verhaal bedacht
om Jesus te overtuigen van het absurde van het geloof in de opstanding...
Maar de evangelist Lucas lijkt -als hij dit voorbeeld citeert-
iets anders  te willen zeggen:
de Sadduceeën geven hier een harde beschrijving
van de onvruchtbare situatie van hun eigen geloof.
Er is geen enkele hoop, geen enkel zicht op toekomst.
zelf zijn zij een treurige groep mensen op weg naar de dood.
            
Jesus opent een nieuw perspectief.
Jesus laat het absurde voorbeeld voor wat het is.
Hij laat de Sadduceeën met hun vruchteloze discussie
voor wat ze zijn en gaat aan de andere kant beginnen.
‘Als jullie niet oppassen zijn jullie het zelf die ten onder zullen gaan,
met je troosteloze ongeloof en al.
Jullie naam zal uit de geschiedenis van Israël verdwijnen.’
Hij gaat met alle duidelijkheid
en met alle hartstocht die Hem bezielt verkondigen
dat de God die Zijn God en Vader is
een God van levenden is en niet van doden.

Dood overkomt je niet, de dood is een keuze.
dood is alleen maar dood als je het zelf wil zijn.
En dat is het leven ook:
kies je voor God dan kies je voor het leven.
Dat was ooit al gezegd op de Sinaï
en is nu weer aan de orde rond de man van Nazareth.
Midden in de dood zijn wij in het leven
als wij van Hem willen zijn:
de God van Jesus, de God van Israël,
de God van Abraham, Isaak en Jakob.

Hij was een genie, een geweldig wiskundig talent.
Hij werd geëerbiedigd en bewonderd door tallozen.
Hij had tevreden moeten zijn met alles wat was zoals het was
en met alle geheimen die hij doorgrondde en alle wetenschap.
Toch was hij niet tevreden en kende hij geen rust.
Die onrust knaagde aan hem en de hamvraag bleef:
'waartoe doe ik dit alles, wat is de zin,
 en heeft mijn eigen leven zin?'
De naam van deze denker was Blaise Pascal.
Hij gaat langzamerhand aan kapot, geestelijk en lichamelijk.
Dan -de doktoren zijn somber over zijn gezondheidstoestand -
gebeurt er plotseling iets in het schamele kloosterkamertje
waar hij door de medelijdende religieuzen van Port Royal was opgenomen.  
Het is november, net als nu, buiten miezerde de regen
maar binnen gebeurde een wonder,
een genezing, een bekering :
alles wordt nieuw!
Hij schreef de ervaring op in zijn dagboek:

'MAANDAG 23 NOVEMBER 1645...half elf 's avonds tot half een 's nachts:
                    VUUR !!
                    GOD IS NABIJ !!
                    Neen,
                    NIET DE GOD VAN DE FILOSOFEN  OF DE THEOLOGEN;
                    NIET DIE MAAR EEN ANDERE,
                    DE LEVENDE GOD.
                    DE GOD VAN ABRAHAM, DE GOD VAN ISAAK
                    DE GOD VAN JACOB, GOD VAN MENSEN,

                    ZEKERHEID, ZEKERHEID;
                    AANDOENING....
                    VREUGDE, VREUGDE,
                    TRANEN VAN VREUGDE.

                    DAT IK IN DER EEUWIGHEID
                    NIET VAN HEM GESCHEIDEN WORDE.
                    GOD VAN ABRAHAM, ISAAK EN JACOB,
                    LEVENDE GOD, TROUWE GOD,
                          MIJN GOD!!!
                    GOD VAN MIJ ARME
                    VRIEND VAN MIJ ZOEKER...

Het documentje waarop hij deze ervaring had opgeschreven
droeg hij, Blaise Pascal, altijd bij zich; tot zijn dood aan toe.
Hij had ontdekt wie God is;
geen God van geleerden en spitsvondigheden,
maar de God die met de mensen meegaat.

Misschien hebt u Hem ook wel eens zo ontmoet?
Misschien heel even maar... dat is genoeg
want Hij gaat daar wel verder mee:
Hij neemt je wel mee op weg naar het echte leven.
De God van Abraham, Isaäk en Jakob - die door Jesus genoemd wordt -
is de God van het leven en niet van de dood;
is de God van de liefde en niet van de haat
is de God van de toekomst, de God van de Vrede.

Waar halen de mensen de moed vandaan
aan die toekomst te bouwen?
Dan denk ik aan de moedigen in het groot
die betrokken zijn bij de grote maatschappelijke vraagstukken
en die zich inzetten voor vrede en recht
blijven helpen in Darfur of waar ook ter wereld?

Waar halen de mensen de moed vandaan
in hun persoonlijk leven om weer verder te gaan
na pijn en verdriet, na een verlies dat niet te noemen is?
Dat komt door hun geloof in de opstanding van de doden:
hun geloof dat God zich met onze wereld bezig houdt:
de God van Abraham, Isaäk en Jakob.

De God die het bestaan van de dorre filosoof Pascal in zijn wanhoop
veranderde toen die, ziek een eenzaam op een regenachtige maandagavond
plotseling het licht zag en vol werd van troost
en toen uitriep: VREUGDE, MOED, LICHT.

Hij is het die ook het bestaan van mensen hier en nu verlicht.
Het geloof in die God van het leven:
dat verrijzenisgeloof is niet alleen een geloof in
een leven na de lichamelijke dood
maar ook en vooral een geloof in de waarde van het leven
hier en nu met God:
de God van Abraham, Isaäk en Jakob.

Die God kennen verandert je leven
die God kennen betekent: treden uit het duister,
opgaan naar het licht.
Ook in onze soms zorgvolle dagen nodigt Hij ons uit
tot zorg voor het leven van onze naaste
tot het uiterste toe.
Niemand leeft voor zichzelf,
niemand sterft voor zichzelf:
wij leven en sterven voor God onze Heer,
aan die Heer behoren wij toe.
Vrede en alle goeds.