32e zondag door het jaar C (2007)

Beste dorpsgenoten,

De lezingen van deze zondag heeft u gehoord: over de zeven joodse jongens die onder martelingen gedwongen werden varkensvlees te eten en over de zeven broers die de een na de andere met dezelfde schoonzus moesten trouwen nadat hun broer kinderloos gestorven was. Ontelbare mensen zullen vandaag naar die twee teksten luisteren. En ik hoop dat daarna een predikant  zo over die teksten spreekt dat de luisteraars zullen zeggen: “Blij dat we dat gehoord hebben.”

Ik mag mij niet tot zulke begaafde sprekers rekenen. Ten dele ligt dat aan het feit dat ik mijn oor graag te luisteren bij kranten en andere media en niet alleen bij de woorden van de H. Schrift, zoals die ons elke zondag zijn voorgeschreven. En ook omdat ik steeds meer wordt aangesproken door een God die steeds buitenkerkelijker wordt.

Deze week meen ik iets meer van de werkzaamheid en de nabijheid van die God  ervaren te hebben. Ik heb gekeken naar een veelgeprezen Duitse film: Das Leben der Anderen, over het verborgen, wrede en alle burgers omvattende werk van de Geheime Dienst in Oost-Duitsland in het 1984, 5 jaar voor het einde. In het algemeen ontgaat me veel bij het lezen van romans en het zien van film en toneel, als ik het niet uitgelegd krijg. In deze film was er gelukkig een scène waar ik vertrouwd mee was, zou ik haast zeggen.

Een officier van de geheime politie gaat een café binnen en bestelt een stevige drank. Even later komt er een beroemde toneelspeelster binnen. Zij bestelt ook wat. De officier kent haar want hij is er dag en nacht mee bezig het doen en laten van haar vriend in de gaten te houden. Voor ze weer naar buiten gaat, spreekt de officier haar even aan en zij zegt tegen hem: “U bent een goede mens.” Die woorden grijpen hem diep aan. Hij blijft zijn werk doen even precies en hard als te voren en tegelijk verbergt hij wat hij zo te weten is gekomen en beschermt de vriend van de toneelspeelster. Die paar woorden hadden een ander mens van hem gemaakt, ook al kosten ze hem zijn baan en zijn eigen veiligheid.

De woorden raakten mij ook omdat ik ze terugkende: Ze herinnerden me aan woorden, die Jezus dikwijls uitspreekt: “Uw zonden zijn u vergeven” en dan kan een lamme weer dansen en springen, een dove weer spreken en een blinde weer zien. De uitwerking van die vertrouwde woorden herhaalde zich na de woorden die de vrouw tegen de geheime agent.

Ook nog deze week. In een gespreksgroep zouden we praten over mystiek, dat is het proces van diepe eenwording van de ziel met het goddelijke, een heel toepasselijk onderwerp in de maand die gewijd wordt aan Spiritualiteit, de geestelijke en lichamelijke ervaring van een geestelijke overtuiging.

Een van de leden van de groep gaf te verstaan dat hij mystiek maar een heel twijfelachtige zaak vond. Als voorbeeld haalde hij aan dat er van mystici verteld wordt dat zij van de grond los raakten en begonnen te zweven, tegen alle wetten van de zwaarkracht in.

In de loop van het gesprek vertelde hij dat hij de afgelopen zondag, mooi weer, met vrienden ergens aan het wandelen was. Ze passeerden een voortuin waar een zwarte man hard aan het werken was om er iets moois van te maken. De twijfelaar uit de groep bleef staan en begon een praatje met de man. Hij maakte hem een compliment dat zijn tuin er zo mooi bij lag. De tuinman zei hem dat hij erg blij was met het compliment. Toen zag de man uit onze gespreksgroep man dat hij achterop raakte, brak het gesprek af en liep weer door. En hij vertelde dat hij zich zo blij voelde na dat korte gesprekje. Met zijn handen wees hij wel een halve meter boven de grond terwijl hij zei: “Nadat zo we even met elkaar gepraat had, voelde ik me wel zò hoog boven de grond zweven.” Hij was compleet vergeten wat hij eerder over het zweven van mystici gezegd had!

Al verder pratend kwamen we zo tot de conclusie dat er fulltime en parttime mystieken zijn. En dat we allemaal momenten meemaken dat we ons heel even boven de grond voelen zweven als we er aandacht aan geven.

En dàn wordt het ons, allemaal,  gegeven om heel diep, al is het maar voor een ogenblik, te ervaren  “dat het geheim van de wereld het zichtbare is niet het onzichtbare.”(Rutger Kopland uit: Over het hiernamaals.)

Dat het zo moge worden.