Een hemel van genoegdoening (1998)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

COMPASSIE MET KINDERLOZE WEDUWE

Een jonge vrouw verliest haar man. Tragisch, maar in de oudheid kwam dat vaak voor, zeker in oorlogstijd. Helemaal erg was het als ze kinderloos was. Dan had ze niemand die voor haar zorgde. Dan had de naam van haar man geen toekomst. In oude tijden, toen mensen in clans leefden, in Israël en de buurlanden bestond daarom zoiets als een "familiehuwelijk". Dat was een verbintenis tussen een kinderloze weduwe en een familielid van haar man. Dus als een vrouw kinderloos was en haar man verloor moest de broer van haar overleden echtgenoot of de vader haar een kind schenken.
Dit familiehuwelijk werd in jodendom steeds meer ingeperkt. Zo gold de plicht alleen de broers en niet de vader. Daarom spreekt men van zwagerhuwelijk. Zo werd het alleen toegepast als de broers reeds samen in hetzelfde huis woonden. Bovendien had de broer het recht om van het zwagerhuwelijk af te zien. Daarvoor bestond een speciale ritueel in de stadspoort. De zwager deed zijn schoen uit en overhandigde deze ceremonieel aan een ander die belangstelling voor de weduwe had. Tenslotte was het zwagerhuwelijk een bijna vergeten folklore.

ONDENKBARE HEMEL

Ik wil maar zeggen: de Sadduceeën halen een rariteit uit het kabinet als ze Jezus hun casus voorleggen. Ze maken deze extra bizar door tot zevenmaal toe de vrouw een broer te laten trouwen. "Hoe moeten we ons dit nu voorstellen in het hiernamaals?" vragen ze aan Jezus.
Wie waren die Sadduceeën? Sadduceeën vormden een religieuze partij in Israël. Men weet niet zoveel over hen. Ze zouden genoemd kunnen zijn naar een beroemde hogepriester Sadok. Zij hadden weinig aanhang onder het volk maar des te meer onder de priesters en welgestelden. Ze waren conservatief, dat wil zeggen ze hielden zich uitsluitend aan de schriftelijke overlevering van thora en verwierpen elke vernieuwing of toevoeging.
Tot die toevoegingen hoorde het geloof in leven na de dood. Dit was in het jodendom ten tijde van Jezus pas enkele eeuwen oud. Het was in Jezus' tijd nog geen tweehonderd jaar geleden dat er een felle vervolging had gewoed in Jeruzalem. Na een machtsstrijd greep de Griekse koning in en verplichtte de stad tot het verzaken aan joodse gewoonten en wetten. Hij ging zover dat er een beeld van Zeus in het allerheiligste van de joodse tempel kwam. Daarmee trap je het jodendom in de ziel Het allerheiligste van hun tempel kende geen beeld. Daar woonde de Onzichtbare.
Dit brute optreden had een opstand tot gevolg. Joodse mannen organiseerden zich in de bergen tot groepen verzetsstrijders. Onder hen ontstond de moraal liever te sterven dan te verzaken aan de thora. Onder die dreiging van marteling en vernietiging ging men opnieuw nadenken over de dood. Degene die zijn leven gaf voor een beter vaderland, die er als jongeman voor stierf, wellicht nog zonder zonen en dochters te hebben verwekt..., die zijn leven zal toch zin en betekenis moeten hebben, niet alleen voor een toekomstig Israël maar ook voor hemzelf. Als God een goede herder is voor mensen dan houdt dat toch niet halt voor de grens van de dood. Ik denk dat niet alleen de vrijheidsstrijd de bakermat is van het idee van leven na de dood. Ik denk ook dat het groeiende individuele bewustzijn van mensen de vraag ernaar doet ontwaken.

DE WIEG VAN DE HEMEL

Hoe het ook zij, ik vind het interessant dat de wieg van het idee van leven na de dood niet de angst is tijdelijk te zijn; niet de wens om een eeuwige jeugd te bezitten. Nee, de wieg van de hemel is het gevoel van rechtvaardigheid. Ons geloof in een gerechtige God moet wel zoiets aannemen als een genoegdoening aan al die kinderen die van honger sterven, aan vergeten verzetshelden en onderdrukte volkeren. Het geloof in Hierna neemt toe in Israël. De Farizeeën zijn er ijverige voorstanders van. Het komt ook wel een beetje in hun kraam van pas. Het geeft de gewone man een extra stimulans om de wetten na te leven. Maar voor de Sadduceeën is het een onaanvaardbaar nieuwigheidje. Ze vallen tegenover Jezus dit geloof dan ook aan op zijn zwakste punt. Namelijk de onvoorstelbaarheid van wat is aan gene zijde. Zeg maar: de onvoorstelbaarheid van God. Daarom komen ze met hun waanzinnige constructie van een uit de hand gelopen zwagerhuwelijk. Maar Jezus slaat onmiddellijk terug. "Jullie hebben veel te kinderlijke voorstellingen." Je projecteert de aardse werkelijkheid als de structuur van de eeuwigheid en daarmee construeer je onzin. Je mag wel geloven in een leven bij God, maar dat moet je verder Gods geheim laten. Dat moet je niet invullen met rijstepap en zilveren lepels, niet met God schouwen als een warm licht...
Slechts een ding weten wij: God openbaarde zich als een God van onze voorouders. Duizend jaar na datum openbaart Hij zich aan Mozes als de God van Abraham. Dat heeft alleen zin als Hij Abraham bewaart en behoedt.
Als ik zeg dat ik geloof in een leven hierna, dan zeg ik vooral dat ik geloof, of minstens hoop ik het, in een God die recht doet en dat ik niet geloof in de overwinning van het onrecht.

KRINGESPREK OVER DE DOOD

Lieve kinderen. Leon zat in het kringgesprekje. Jullie weten wat een kringgesprekje is? Ik leg het uit voor de grote mensen. Grote mensen: als de kleuters maandag op school komen dan gaan ze in een kringetje zitten en dan is er een soort biecht. Dat is een kringgesprek. De juf zegt: "Wie heeft er wat meegemaakt?" Lieke steekt haar hand omhoog. "Mijn pappa heeft de keuken geverfd in zijn onderbroek!" Alle kinderen beginnen te lachen. De juf ook. "Mijn poes was dood!" roept Leon keihard. Iedereen is stil en kijkt naar Leon. Leon begint zachtjes te huilen. "Hoe heette je poes vraagt de juffrouw lief. "Snippie" zegt Leon. "Ze lag op straat. Een auto had tegen haar opgebotst. Ze was al oud zei mamma..." "Mijn oma is ook dood" riep Lia er dwars doorheen. Ineens was het hele kringgesprekje door elkaar. "Ze hadden haar in een kist gelegd." "Ze zeggen dat opa in de hemel is", riep Anja. Toen werd het stil. Het kringgesprekje dacht na. De hemel. Dat klinkt goed. "Is Snippie in de hemel?", vroeg Leon. "Ja zeker", zei de juf. "Snippie is naar de poezenhemel en mensen gaan naar de mensenhemel." Het kringgesprekje moest even nadenken. Toen barstte Leon in snikken uit. "Ik wil niet naar de mensenhemel, ik wil naar de poezenhemel.." riep hij. Lieve kinderen. Leon had gelijk. De juffrouw zei dingen die ze niet weten kon. De hemel is een verrassing van God. Niemand kan zich voorstelen hoe het daar is. Het is een groot geheim. En dat moet je geheim laten. Gods geheim. Vertrouw maar op God. Dat vond Jezus.