Een God van levenden - 2007

Stel dat ik zeven keer zou reïncarneren. U weet wel: je gaat aan de ene kant het leven uit en langs de andere kant verschijn je weer op het toneel. De ene keer als vogel, een andere keer als Chinese ridder, dan eens een keer als soepkip, de volgende keer als prinses, wat later als kikker, op dit ogenblik als ik
en tenslotte als koe.
Maar uiteindelijk ben je goed genoeg en word je niet meer terug in de visvijver geworpen, of het is je eindelijk gelukt de juiste uitgang te vinden en je komt in de hemel. Je schuift aan bij St-Pieter om je in te schrijven. Maar nu komt het probleem: onder welke naam schrijf ik me in? Ben ik een soepkip of een prinses? Wie of wat ben ik eigenlijk?


Het is met een soortgelijk verhaaltje dat de Sadduceeën Jezus belachelijk willen maken. Niet omdat Jezus in reïncarnatie gelooft, zoals in dit verhaaltje, maar wel omdat hij in de verrijzenis gelooft. En de Sadduceeën vinden dat dus belachelijk.
Jezus niet. Integendeel. Een leven zonder verrijzenis, dat vindt Hij nu eens zinloos. Een leven dat op het einde gewoon wordt weggeworpen alsof het een kapotte radio is, dat kan toch niet! Zo’n leven is niets waard.
En dat is volgens mij een verklaring waarom er nu zoveel mensen zijn die een einde maken aan hun leven, soms zelfs ook aan dat van hun gezin of hun bejaarde ouders. Ze vinden het leven niet meer de moeite waard. Dus weg ermee. Voor Jezus is het leven alles waard en juist omdat hij gelooft in de verrijzenis. Maar dat kunnen we niet verstaan zonder eerst iets over God te zeggen.

Want voor Jezus is een godsdienst zonder verrijzenis al even absurd. Wat voor een godsdienst is dat? Wat voor een god is dat die mensen gewoon laat verdwijnen? Alsof die god met de mensen speelt zoals een kind met popjes. Uit verveling waarschijnlijk! Hij laat de mensjes eerst wat rondlopen op aarde en dan wanneer er sleet op komt, dan laat hij ze verrotten, hij kijkt er niet meer naar om, hij houdt zich alleen nog bezig met de nieuwe mensjes die er nog wat sportief en sterk uit zien!
Zo is God niet! God is liefde. En liefde, als ze echt is, blijft duren. ‘Bloempjes verwelken, scheepjes vergaan, maar de liefde blijft eeuwig bestaan’. [een vrije vertaling van wat Paulus zegt over de liefde in 1 Korintiërs 13].

God is liefde. Liefde die blijft duren.
Dat maakt ons leven de moeite waard. Wat er ook gebeurt in ons leven: God laat ons niet vallen, want Hij is verliefd op ons. Wat er ook gebeurt in ons leven: er is iemand die verliefd is op ons en die ons door zijn woorden of zijn aanwezigheid kan blij maken en laten weten: “zelfs al kost het leven je nu wel wat moeite, het is de moeite waard.” Je leven is waardevol en het blijft voortduren in Gods liefde. Daarom zegt Jezus als het ware verontwaardigd: ‘De Heer is toch geen God van doden, maar van levenden, want voor hem zijn allen levend.”
Ook de mensen die gestorven zijn, zijn levend bij God. Wanneer een mens sterft, dan is alles onzeker,
behalve één zekerheid: Gods liefde blijft voortduren. En die liefde is persoonlijk.
Daarom kan ik ook niet geloven in reïncarnatie. Als Gods liefde voor mij persoonlijk is, dan werpt hij me niet een tweede keer in de vijver onder een andere identiteit.
Daarom kan ik ook niet geloven in een Nirvana, in de grote leegte waar de eigenheid van elke mens is opgegaan in een grote smeltkroes tot er van de mens zelf niets meer overschiet. Nee, ik ben uniek en zo wordt ik ook door God bemind. En die liefde zal me nooit laten vallen, integendeel: die liefde zal me juist helemaal respecteren als van onvergelijkbare waarde. Ik ben alles waard, want zoals ik, zijn er geen twee.

Dat geloof ik en vanuit die gelovige zekerheid haal ik de hoop om in dit leven voluit te leven en door te gaan, ook wanneer het moeilijk is.