Evangelieprikje (2007)

Toen ik nog bij mijn ouders woonde, gebeurde het minstens één keer per maand dat op zondagochtend mijn vader verse koeienmelk ging halen bij de boer en dat hij daar dan, samen met mijn moeder, heerlijke rijstpap van kookte. Aan mij kwam dan het voorrecht toe de ketel waarin de rijstpap gekookt werd, uit te likken. Het was voor mij iets zaligs en ik zag er dan ook geen probleem in te geloven dat men in de hemel rijstpap kreeg met gouden lepeltjes. Alleen die gouden lepeltjes vond ik een beetje vies, maar die rijstpap, die zag ik wel zitten. Vandaag de dag wordt steeds minder verteld dat men in de hemel rijstpap voorgeschoteld krijgt. Rijstpap is ook zo gewoon geworden en de hemel, dat moet toch iets anders zijn ... De rijstpap is verdwenen, maar weet u wat er in de plaats gekomen is? Hoe spreken wij nu nog over het leven na de dood? Of meer nog: spreken wij nog over ons geloof in een leven na de dood?

Misschien leest u het ook af en toe: een rubriek in een krant die zichzelf tot kwaliteitskrant verheven heeft, waarin iemand aan de hand van zing, bid, huil, vecht, bewonder zijn of haar visie op het leven heeft. Bij "bid" komt dan het godsdienstige aan bod. Ik sta er telkens verwonderd over hoe simplistisch mensen denken over hun geloof. Dat geloof is meestal blijven steken in zijn kinderschoenen en het verweer tegenover het geloof raakt dan ook kant noch wal voor iemand wiens geloof wel geëvolueerd is. In die rubriek lees je bijvoorbeeld: "ik denk niet na over het leven na de dood, ik wil nu leven". Dat geeft mij zo'n slechte nasmaak: alsof mensen die wel nadenken over het leven  niet alles in het werk zullen stellen om in dit leven te genieten, zin te geven aan dit bestaan, enz. ... Het een sluit het ander toch niet uit? Het is niet omdat christenen wel nadenken over het leven na de dood en er over spreken dat zij niet zouden nadenken over het leven hier en nu. En toch zijn er weinig christenen die spreken over het leven na de dood. Dit hoeft ons niet te verwonderen, want de dood wordt wel eens het laatste taboe genoemd en ik denk dat daar iets van aan is. De dood wordt liefst zo goed mogelijk weggemoffeld, er is geen tijd om te sterven, geen tijd om te rouwen want we moeten doorgaan, het leven wacht niet ... In zo'n omstandigheden is het niet makkelijk te spreken over een leven na de dood. Neem daarbij dat we eigenlijk niet zo veel, om niet te zeggen niets, weten over het  leven na de dood en het probleem wordt nog groter. Als er dan iemand is die het toch aandurft, zal hij waarschijnlijk de Sadduceeën van deze tijd tegen het lijf lopen.    

Deze Sadduceeën waren een aristocratische religieuze beweging die zich aan een letterlijke interpretatie van de eerste vijf boeken van onze bijbel hielden. Aangezien er daar geen sprake was over een leven na de dood, bestond er dus voor hen ook geen leven na de dood. En wat doe je als je niet gelooft in een leven na de dood en je ontmoet iemand die er wel in gelooft? Er zijn enkele mogelijkheden, maar zij kozen er voor een vraag te stellen over het leven na de dood aan Jezus. Een vraag waarmee ze waarschijnlijk al menig Farizeeër de mond hadden kunnen snoeren. Maar Jezus' mond is niet gesnoerd, Hij antwoordt wel en zijn antwoord komt hierop neer dat het leven na de dood anders is dan ons leven nu. Na de dood valt de beperking van tijd, ruimte, pijn, ziekte, dood, ... weg en maakt het plaats voor een nieuwe manier van zijn. Hoe of wat dat dan is, laat Jezus in het midden, maar het staat voor Hem buiten kijf dat er leven na de dood is. Merk zelfs op hoe Hij gebruik maakt van de eerste vijf boeken van de bijbel om dat te bewijzen. Hij verklaart aan de Sadduceeën dat God een God is van levenden: de God van Abraham, Isaak en Jakob die in Mozes tijd al lang gestorven waren (naar aardse normen).

Wat doe je nu in je eigen leven met zo'n verhaal? Misschien nodigt het ons eerst en vooral uit tot een geloof in een leven na de dood. In deze novembermaand hoeven we niet beschaamd te zijn in ons geloof in een leven na de dood. We mogen er zelfs over praten. Freek De Jonge heeft de kern van ons geloof ooit gebruikt in zijn "er is leven na de dood" om het geloof in het hiernamaals te ridiculiseren en ook hij legt weer een band met het leven van nu die helemaal niet past in het christelijk spreken over het leven na de dood. We kunnen alleen getuigen van ons geloof in een leven na de dood, dat anders zal zijn dan het leven dat we nu leiden. Veel meer valt er niet over te zeggen. Bewijzen dat er leven na de dood is, kan je al helemaal niet. Als het een troost kan zijn, de eerste die mij kan bewijzen dat er geen leven na de dood is, ken ik ook niet. Het is een kwestie van geloven, niet zomaar iets bijkomstig want als Christus niet is opgestaan uit de doden, wat is dan nog het verschil met bepaalde humanisten? Bouwend op het geloof van de eerste leerlingen geloven we echter dat Jezus als eerste is opgestaan uit de doden. De vraag met of zonder Maria Magdalena is een vraag die totaal naast de kwestie zit ...