De zeven broers

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Vermoedelijk zullen mensen dit stuk evangelie met enige hilari­teit lezen: een vrouw die zevenmaal met zeven broers is getrouwd geweest en dan nog geen kinderen heeft. Het is een vreemd gegeven. Wij zouden daar eenvoudig komafmee maken: die vrouw is gewoon onvruchtbaar. Dat is ook zo. Zo gesteld kunnen wij met heel dit verhaal van Lucas niets aanvangen. Het moet dus wel over iets anders gaan.

Eigenlijk gaat het om de vraag hoelang het leven duurt en de liefde? Op dat punt is het verhaal van de ene vrouw en de zeven broers zo gek nog niet. Het leven moet doorgaan. Het leven moet een morgen hebben. Daar moeten mensen voor zorgen. Daarvoor moeten man en vrouw de schoot openen. Zorgen voor opvolging is een heilige plicht. Het leven moet lang duren. Zoals Louis Neefs het zingt: de wereld moet nog een eeuwigheid mee. De joden maakten ernst met deze humane opdracht: vruchtbaarheid is een zegen en onvruchtbaarheid een vloek. Daarom moesten de broers voor nakomelingschap zorgen. Natuurlijk wordt dat hier in het verhaal opgedreven tot een intellectueel discussiespel. De vraag wordt theoretisch extreem gesteld. Mensen die met argumenten voor en tegen in de synagoge op sabbat vechten voor hun gelijk. Mannen doen zoiets graag. Toch moeten ze toegeven dat ze hier in een patstelling zijn terechtge­komen. Er zal dus wel een element ontbreken in hun redene­ring?

Duurt het leven nog als de vruchtbaarheid faalt? Daarover gingen de meningen uiteen. Farizeeërs geloofden dat er dan een verder leven was. Sadduceeërs waren van oordeel dat de vruchtbaarheid het hoogste en het laatste was in het leven. Verder reik­te Gods zegen niet. Jezus mengt zich in het debat en Hij geeft dit keer de Farizeeërs gelijk. Man en vrouw die samen vruchtbaar zijn, dat is goed, daar rust Gods zegen op. Zo gaat het leven verder op aarde. Maar vruchtbaarheid is een eindig gegeven: het eindigt. Het is het laatste niet. God heeft voor mensen nog een andere zegen. Man en vrouw kunnen heel veel zijn voor elkaar. Ze kunnen echter nooit alles zijn. Daarom is het gesloten gezin niet het hoogste. Dan zou met de dood alles sterven. Dan zou met de dood van de mens ook Gods zegen sterven. Welnu, dat konden de Farizeeërs niet geloven en Jezus volgde hen in dat geloof.

Wat God voor mensen gereserveerd heeft, gaat verder dan de vrucht van de menselijke schoot. Wat uit Zijn schoot geboren wordt, duurt van eeuwigheid tot eeuwigheid. Hij omspant en overspant alle leven op aarde. Hij biedt leven altijd en altijd opnieuw, ook als de schoot van mensen droog is. Zijn liefde voor de mens wordt niet gedood met de dood van de mens. Dan nog gaat de geschiedenis door van Abraham, Isaak en Jakob. God herbegint altijd. Daar heeft Hij een patent op.

Bij de dood van zijn vrouw zei een man: nu ben ik alles kwijt. Dat is een Sadduceeër. Een andere vrouw zei me van haar man: ik bemin hem maar ik aanbid hem niet. Dat is de taal van de Farizeeërs en van Jezus.

God heeft altijd een andere zegen…