32e zondag door het jaar C - 2004

"De Heer is toch geen God van doden maar van levenden, want voor Hem zijn allen levend."

Zusters en broeders, onze God is een God van levenden, niet van doden. Het klinkt bijna als een farce in deze tijd. Een tijd waarin de stoppen soms doorgeslagen lijken. We lijken aan het einde van alles. Kinderen worden gedoopt, maar de meesten groeien niet meer op in geloof, laat staan dat ze groeien in geloof. De kerk loopt leeg, het geloof verschrompelt, de grote geloofsverhalen zijn voorbij. Het einde van de reis lijkt bereikt. Enfin, dat dacht ik toch toen ik vorige week het bericht las dat steeds meer jongeren - twintigers en dertigers -  naar de begrafenisondernemer stappen om hun eigen begrafenis te regelen. Tot in de puntjes: de kleur van de bloemen en de kaarsen, de tekst van hun doodsprentje en het soort uitvaart, alles erop en eraan. Geen mensen met zelfmoordneigingen, maar twintigers en dertigers van vandaag.

Dat is de wereld op zijn kop. Jongeren die al bezig zijn met doodgaan nog voor ze geleefd hebben. Jonge mensen zo sterk in en op zichzelf teruggeplooid, dat ze geen toekomst kunnen zien die in liefde wordt gedeeld met een ander, met de anderen. Jongeren met een onnoemelijk triestig toekomstbeeld, waarin geen plaats is voor iemand die lief en leed met hen zal delen, en die hen in liefde zal gedenken. Het einde van de reis ... alleen met zichzelf, alleen voor zichzelf. Wat een trieste wereld zijn we toch aan het worden. Een wereld van levende doden. En toch is onze God een God van levenden, niet van doden.

Ik denk dat we dringend aan een bezinning toe zijn, niet alleen wij, maar heel onze maatschappij. Ik denk dat we ons echt moeten afvragen waarmee we bezig zijn, en hoe we bezig zijn. We lijken niet meer te weten wie we zijn, waarvoor we staan en wat we willen. In Europa en in ons land is het geloof behoorlijk verloren gegaan, en door dat verlies zijn we ook een stuk van onszelf, van onze eigen identiteit kwijtgespeeld. Die identiteit bestond voor een belangrijk deel uit ons geloof, niet onverdeeld, maar met een flinke scheut twijfel. Wij geloofden niet zomaar, nee, we hebben er ons altijd vragen bij gesteld, en die vragen en die twijfel zorgden voor een gezond evenwicht tussen geloof enerzijds, en fanatisme, fundamentalisme en ongeloof anderzijds.

Vandaag echter wordt er niet meer getwijfeld. Dat mag en kan ook niet meer in onze liberale maatschappij. Een maatschappij waarin niet meer de mens telt, maar waar alleen telt wat hij of zij waard is, wat hij of zij opbrengt, wat hij of zij verdient en bezit. Wie in zo'n maatschappij durft twijfelen, wordt er onverbiddelijk uitgebonjourd. Met twijfelaars kun je immers niets aanvangen, die hollen altijd achter de feiten aan. De harde feiten, en die hebben harde mensen nodig. Mensen die geen vragen stellen, mensen die niet twijfelen, mensen die alleen maar keiharde antwoorden geven en keihard werken en zelf ook keihard worden. Mensen die niet meer de tijd en de schroom hebben om mens te zijn en mens te worden. Mens te zijn en mens te worden onder de mensen. Mensen die dus maar snel hun eigen begrafenis regelen, want wie zal het anders doen. Mensen ook die meer en meer op kalmeerpillen en antidepressiva leven. Mensen vol psychische problemen.

Zusters en broeders, in het evangelie van vandaag horen we een discussie tussen Jezus en een groep Sadduceeën. Het evangelie vermeldt er uitdrukkelijk bij dat Sadduceeën joden zijn die niet geloven in de verrijzenis. Dat wordt op een bijna sarcastische manier onderstreept door het verhaal waarmee ze Jezus willen strikken. Een puur menselijk, wereldlijk en materieel verhaal, zonder enige spiritualiteit, zonder enige hoop. Een verhaal dat getuigt van de roest waarin hun denken gevangen zit. Welnu, zusters en broeders, ik heb de indruk dat onze maatschappij meer en meer bestaat uit volgelingen van die Sadduceeën. Mensen die gevangen zitten in hun isolement, die niet meer in staat zijn buiten hun eigen schema's te denken, die niet kunnen twijfelen, ook niet aan zichzelf, mensen die zichzelf tot een vroege geestelijke dood veroordelen.

Zusters en broeders, laten wij, door ons geloof, voor het leven kiezen, want onze God is een God van levenden, niet van doden. En vooral: laten we dat geloof ook voorleven. Amen.