Eerherstel voor de Farizeeër

Als kinderen naar een film kijken
is een van de eerste dingen
die ze graag zeker willen weten wie de goede is en wie de slechte.

Eén moet de goede zijn en één de slechte.
Dat speelt ons ook als volwassenen parten
bij het lezen van het evangelie van vandaag.

De Farizeeër is duidelijk de slechte.
Hij is schijnheilig en, het vooroordeel compleet makend,
staat dan vaak model voor alle joden
(terwijl de tollenaar ook een jood was natuurlijk)..
HIJ was slecht...
nou de joden hebben het geweten...
De voorlaatste paus in al zijn toespraken
en ook deze paus en de bisschoppen in hun brieven
zetten alles op alles
om de christenen van hun oude vooroordelen af te helpen.
In januari is in de bidweek voor de eenheid van de christenen
daarom ook een ‘dag van respect voor het jodendom' opgenomen
opdat we ons bekeren.

‘Farizeeër' is een scheldwoord geworden:
de nieuwere bijbelstudies hebben ons echter geleerd
dat Jesus zich zeer verwant voelde met de Farizeeën,
ja sommigen zeggen zelf dat hij er ook een was!
Van Paulus is het wel zeker:
Farizeeër betekent 'uitzonderlijk ijverige'
misschien maakt dat ons een beetje ongerust:
zijn wij dat wel genoeg?

De Farizeeër van vandaag verdient een beetje eerherstel.
We treffen hem aan in de tempel
maar eigenlijk zijn Farizeeën helemaal geen tempelmensen.
Dat zijn de Sadduceeën, een nette clan vromerikken
die het hele tempelbedrijf in handen had
en goede maatjes wilden zijn vooral met de heersende klassen;
zelfs in hun contacten met de Romeinen deden ze water in de wijn.
En dat deden de Farizeeën zeker niet!
De Farizeeër was een man van het volk en voor het volk.
Ze geloofden niet in grote plechtigheden in de tempel
maar in een onverbiddelijke trouw aan de wet van God.
Ook deze man van vandaag is een voorbeeld van goeder trouw.
Hij wordt mij steeds sympathieker,
vooral omdat ik zeker weet dat over de hele wereld
iedereen weer over hem heen zal vallen... dan wordt HIJ
plotseling de underdog in plaats van de tollenaar.
Wat deed hij allemaal: ga er maar aan staan!
Hij vastte meerdere dagen in de week, gaf tienden van olie, koren en wijn
-zoals verplicht was- maar ook nog van alle kruiden die hij gebruikte.
Het koste hem echt een rib uit het lijf
en al die inspanningen volbracht hij echt uit edele motieven.

De Farizeeër en de tollenaar
ze staan allebei voor karaktertrekken,
tiepen gelovigen die allebei nodig zijn
en als het goed is zijn we allebei een beetje.

Wat was de wereld zonder de ijverigen van alle eeuwen
-we gaan ze in de volgende zondag als wij Allerheiligen vieren-
zelfs uitgebreid eren-
wat was de wereld zonder de geloofscultuur
die ons is doorgegeven in door onze voorouders.

Vandaag op Missiezondag gedenken wij
hoe de ijver van onze missionarissen
veel mensen in de ontwikkelingslanden heeft geïnspireerd
zodat ze, niet gehinderd door gewoontegeloof dat verslijten kan
ook ijverig en toegewijd hun geloof belijden en beleven.

Met name in onze dagen hebben wij ze nodig:
de krachtige geloofsverkondigers in woord en daad...
Maar toch -en nu komen we aan de kern van het verhaal-
deze perfecte geloofsoverdracht OP ZICHZELF
en al dit volmaakt idealisme en deze waardevolle inzet
is niet genoeg. Geloofsijver kan fanatisme worden
vervreemd van het oorspronkelijk ideaal.

Bij godsdienst, welke ook, gaat het uiteindelijk om iets anders:
Het gaat om het hart. Het hart, ons eigen leven in zijn diepste kern
dat wij naar God mogen keren.
Wij mogen ons tot Hem keren ONDANKS ONZELF!
Voor God zijn we allemaal, al doen we nog zoveel goede dingen,
weerloze mensen die zich open mogen stellen voor Gods liefde,
die Zijn vergeving nodig hebben en die helemaal afhankelijk zijn
van ZIJN trouw aan ons die aan al onze menselijke ijver en trouw voorafgaat.
Jesus roept ons niet op om op te scheppen
maar te bidden en te dienen en te zeggen: ‘ik ben maar een onnutte knecht.'

Van onze Heer zelf
die al deze mensen in Zijn gevolg leek te willen hebben
kan ook gezegd worden dat hij geen status zocht en geen aanzien:
- Hij, de trouwste zoon van God,
heeft zich zelf ook aan ons laten zien
niet als een man van grote drukte
maar als een gewone dienaar,
een slaaf die anderen de voeten waste.

Jesus, de ware Farizeeër, de ijveraar, de vrome bij uitstek
deed dat op zijn eigen wijze, bescheiden en dienstbaar
en in grote solidariteit met de mensen bij wie het allemaal niet zo lukte...
in vriendschap met tollenaars en zondaars
waarmee hij volgens sommigen werd besmet.

Wie de psalmen van Israël leest
krijgt de eigenaardige gewaarwording beurtelings beiden te zijn:
Farizeeër en tollenaar.

De bidder mag zijn dankbaarheid uiten
omdat hij niet is als de goddelozen
-en dan lijkt hij op de Farizeeër-
maar tegelijkertijd is hij als de tollenaar
als hij zijn MISERERE bidt: ach Heer wees mij zondaar genadig.

De Franse schrijver Bernanos schreef een dramatisch boek
getiteld 'le journal d'un curé de campagne',
het dagboek van een dorpspastoor.
Het gaat over een priester die gebukt ging
onder de zorgen van zijn ambt.
De man werd onzeker, werd niet begrepen, mislukt,
raakt zijn geloof kwijt en komt op een Parijs zolderkamertje terecht.
Daar wordt hij zwaar ziek. Hij is opgegeven maar het wonder gebeurt:
hij krijgt zijn geloof weer terug en vraagt plotseling om de laatste sacramenten.
Er is alleen maar een uitgetreden ambtsbroeder in de buurt die hem die toedient.
Zo krijgt hij weer contact met Zijn Schepper
en zijn roeping bloeit weer op als hij glimlachend
zijn laatste woorden uitspreekt: 'alles is genade.'
Zijn hospita die alles gadeslaat mompelt:
'hier stierf een heilige.'

Mgr.Ernst zegt in een preek over het evangelie van vandaag:
‘Hebben wij eerst vertrouwd op eigen inspanning
en zijn wij ontmoedigd door ons falen
dan leren we uit het verhaal van de Farizeeër en de tollenaar
te vertrouwen op de genade alleen.

De mens die dat durft zal de zin van zijn leven ontdekken
en de rust vinden die hij nodig heeft.

De mens die van uit die verwondering en verwachting wil leven
zal een toekomst tegemoet gaan
zoals geen mensenoog ooit heeft gezien
en zoals geen mensenhart dat ooit heeft bedacht.

Hij zal de ware rust vinden.
Het is zoals Augustinus ons dat eeuwen geleden heeft voorgezegd:
'mijn hart is onrustig o Heer,
totdat het rust vindt bij U'