Tijd door het jaar (C)

Met spanning hebben we het gevolgd: "in Chili 33 mijnwerkers, zo'n 700 meter onder de grond, al 69 dagen". Houden ze het vol, zal het lukken ze weer levend bovengronds te halen? Er werd van alles bedacht om hen op te monteren, te fourageren en er werden ingewikkelde technieken ontworpen om hen uiteindelijk aan het land der levenden terug te kunnen geven.
En er werd gebeden.
Dat kan niemand zijn ontgaan. Er werd gebeden om moed en sterkte voor die kompels, om kameraadschap en verdraagzaamheid daar diep onder de grond, om inspiratie en volharding voor de hulpverleners. En over de hele wereld hebben mensen een dankgebed gezegd, tegelijk met de omhelzingen van familie en dorpsgenoten en tegelijk met dank aan de hulpverleners.
Gelovige mensen hebben dat altijd gedaan: God gedankt voor het geluk dat hen ten deel viel. Dat deden ze niet omdat ze er intussen afwachtend bij waren blijven zitten. In de lezingen van vandaag treffen we Israëlieten die God mogen danken voor het overwinnen van de Amalekieten en een weduwe voor het recht dat haar uiteindelijk wordt gedaan. Zelfs die weduwe ging eerst zelf tot het uiterste.
Voor ieder van ons zijn er redenen genoeg om God dankbaar te zijn, dankbaar voor het leven, dankbaar voor de geschonken kinderen, voor de tijd van vrede waarin wij leven, voor vrienden die weten wat we doormaken, voor ieder die naar ons wil luisteren. Zelfs degene die tot niets meer in staat is kan nog dankbaar zijn voor het geluk dat hij of zij geeft aan degenen wier hulp wordt aanvaard.
De Chilenen zagen we op TV hun handen vouwen voor een stil gebed. Dat is precies wat Jezus ooit heeft aangeraden: Als je bidt, doe het in stilte. Menigeen komt vooral tot bidden in het donker, in bed of in de stilte van de natuur. In de kerk zijn niettemin al in het begin standaardgebeden in zwang gekomen. Daarmee is men tegemoet gekomen aan een behoefte. De apostelen hadden er Jezus al om gevraagd, want het is moeilijk om lange tijd in stilte te bidden. Als er bij een of andere gelegenheid om één minuut stilte wordt gevraagd begint na een halve minuut al het geschuifel en gefluister. Jezus gaf die apostelen en ons het "Onze Vader", voor het geval je tot God dankwoorden zou willen spreken, maar geen woorden weet.  Er zijn omstandigheden waarin je sprakeloos bent, dan kun je hier in elk geval op terug vallen.
Eeuwen later is er door gelovige christenen het "Wees Gegroet" aan toegevoegd. Men is dat samen gaan uitspreken omdat een dankbare houding in stilte zo moeilijk is. En zo is het bidden van de rozenkrans ontstaan. Deze maand, de oktobermaand wordt ook wel rozenkransmaand genoemd als een aansporing het nog eens te proberen en vol te houden. Maar staan blijft dat in dankbaarheid gezwegen mag worden of gesproken of gezongen, alleen of samen met anderen.
Is bidden dan vooral een gelovige houding van dankbaarheid? In eerste instantie wel. Ook wat wij hier doen, Eucharistie, is in eigenlijk slechts een ander woord voor dankbaarheid. Mogen we dan niets vragen? Het antwoord staat al in het Onze Vader: eer aan God, maar ook de vraag naar wat we dagelijks nodig hebben. Dat is niet het vragen om wonderen zodat ons ploeteren overbodig wordt. Het is vragen om de gaven van de Geest die ons bij dat ploeteren kan helpen: volharding, inspiratie, creativiteit, vertrouwen. En zo zijn we weer bij die kompels in Chili, hun familie en al degenen die met hen meeleefden. God blijven danken voor wat Hij door de gaven van de Geest mogelijk maakt, elke dag weer. Amen