Nooit vergeten te danken (2007)

Ja, ik herinner me nog ons bezoek aan een melaatsenkolonie in Zaire.
De kerk was eenvoudig, geen mooie banken zoals hier maar lange planken,
20 centimeter boven de grond waar de melaatsen iedere zondag,
ver afgezonderd van de bewoonde wereld hun eucharistie vierden.

Diep onder de indruk vroeg ik aan een van de zusters daar
of ik wat foto's mocht maken om het thuisfront wat te laten zien.

'U bent toch priesters' zei ze,
'gaat u liever wat rond om de mensen handen te geven
en te zegenen'.

Dat deden we, met het schaamrood nog achter de kaken.

Jesus' ontmoeting met de 10 melaatsen is een ontmoeting
met een mensengemeenschap die ten dode opgeschreven is.
Het zijn er 10,  het getal dat volgens het jodendom nodig is
om een kerkdienst te kunnen beginnen. Dan kan er namens het volk,
ja zelfs namens de mensheid gebeden worden.

10 Melaatsen zijn er die roepen om hulp:
KYRIE-ELEISON roepen ze.
Ze zijn verstoten door de buurt, geminacht door de gezonden,
gevreesd door de gezonden. Is er dan niemand die redt?

Ja er is er een en dat is de man van Nazareth: Jesus Messias.
En de solidariteit van Jesus met deze gemeenschap is hen tot zegen.
Ze zijn niet langer verstoten, ze worden getroost en aangesproken.
Hun isolement wordt opgeheven.

De bevrijding uit het isolement is het begin van de verlossing en die komt:
alle 10 worden ze genezen.
Alle 10 worden ze geholpen en ze kunnen samen
na hun KYRIE-geroep het GLORIA aanheffen, de lofzang tot God.

Maar ze doen het niet.

Dat er na het KYRIE-roepen een GLORIA moet volgen
weet slechts één van de tien, en dat is nog wel een vreemdeling, een Samaritaan.

Negen van de tien komen daar niet aan toe.
Ze gaan weer over tot de orde van alledag
en schieten weer wortel. Ze zijn God weer snel vergeten.

Vreselijk is dat.
In de Bijbel staat dat er veel mag.
Je mag God aanklagen. Je mag met Hem vechten, kwaad zijn woedend zijn,
huilen en schelden... het mag allemaal. Het hele boek Job staat er vol mee.

Eén ding mag nooit: HEM VERGETEN;
doen alsof er niets aan de hand is,
gewoon maar doorleven wat er ook gebeurt.

Als je niet kunt huilen, als je niet kwaad kunt zijn
wordt het leven werkelijk plat en troosteloos.

Er is een mooi russisch verhaal over een man
die bij een Pope (een russische geestelijke) komt en die zegt:
'als ik ellende zie moet ik steeds maar weer huilen,
als ik over verdriet hoor spreken komen de tranen
steeds,
is daar nu niets aan te doen.'

De Pope kijkt hem peinzend aan en zegt:
'ik weet het, jij hebt de gave der tranen.'

Als je de gave der tranen hebt
heb je ook de gave van de dankbaarheid.

Je ervaart het leven als een gave, een wonder.

Je ervaart de smart als het vernield wordt
maar je ervaart ook de nabijheid van de levende God
die zijn mensen niet loslaat.

Die God zal Zijn mensen niet loslaten.
Aan die God bevelen wij onze smart en onze teleurstelling aan.


De heidense Naäman uit de eerste lezing van vandaag
en de ene vreemdeling die terug komt
leren ons dat het de moeite waard is
ons aan Hem vast te klampen.

Daarom is het een grote en belangrijke taak
Zijn Naam hoog te houden:
Uw Naam worde geheiligd.

In het gewone leven van alle dag
komen wij daar niet altijd aan toe
daarom is het nuttig hier samen te zijn
Zijn Naam hier hoog te houden
in een wereld waarin wij Hem zo gemakkelijk vergeten.

Het is een eervolle opdracht
om als kerkmensen Zijn Naam hoog te houden in deze wereld
de God die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN.

Die God gaat met ons mee alle dagen,
vooral als wij ook andere mensen gezelschap willen houden
gastvrij zijn en vriendelijk,
niemand verloren laten rondlopen
niemand loslaten.

Na de hulproep van de zijnen
volgt even zeker als twee keer twee vier is
zijn troost.

Na iedere schuldbelijdenis en Kyriezang
mogen wij daarom steeds weer opnieuw het Gloria aanheffen.

Vandaag vieren wij het jubileum van ons onvolprezen Klein Bavokoor;
dat met grote trouw zingt bij uitvaarten en huwelijken:
ik heb het niet geteld    maar ik kom op een kleine duizend uitvaarten
die zij gezongen hebben en  bijna 500 huwelijken.
Daar worden we toch even stil van.

Zij staan model voor de gelovige
die meeleeft met mensen in nood
en die ook niet nalaat de lofzang aan te heffen.

Wij mogen allemaal hun voorbeeld serieus nemen
en ons tot God wenden in vreugde en verdriet.
Het is zoals Paulus zegt:
‘Houd vol in alle verdrukking,
wees moedig en blij
ga met al je noden naar God toe,
bid zonder ophouden
maar vergeet ook nooit Hem te danken
die heeft gezegd dat Hij ons allen
-het werk van Zijn handen-
nooit aan ons lot zal overlaten.