In de huid van een klein kind (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

BELAZERD

Lepra is een verwoestende ziekte. De bacillen woekeren al jaren in een mens, voordat de eerste bleke plekken op de huid zichtbaar worden. Later komt de gevoelloosheid; er ontstaan zweren en verminkingen; blindheid treedt op. De zieke raakt in een absoluut isolement. Er is niemand meer die hem bemint of dat althans laat merken. Hij wordt uit zijn dorp en familie verbannen. Voor wie zelf niet voldoende afweer had, was - en is - melaatsheid een verschrikkelijke kwaal. Ooit was ze dat ook in Nederland. In de zeventien eeuw verdween bij ons de lepra. Mogelijk werden de arme en verzwakte mensen massaal geveld door pestepidemieën, zodat de leprabacillen uitstierven. Onze taal laat er de sporen nog van zien. Naar de arme man, Lazarus uit de parabel van Jezus, die met zweren bedekt aan de poort van de rijke lag, noemde men de ziekte ‘Lazerij'. Ziekenhuizen heetten ‘Lazaret'. En nog altijd zeggen we: ‘Je voel me belazerd!'

 

WEER KIND ZIJN

In het boek Koningen staat een prachtig verhaal. Een hoge officier uit een heidens buurland van Israël heeft lepra. Hij zoekt zijn heil bij de profeet Elisa. Deze zegt hem ‘Ga je wassen in de Jordaan.' Aanvankelijk weigert de zieke dit. Het advies is hem te banaal. Zoiets eenvoudigs kan toch niet helpen, overweegt hij, maar zijn knecht haalt hem over. ‘Baat het niet, het zal ook niet schaden!' En de officier neemt zijn bad. Als hij uit het water omhoog komt, is zijn huid tot zijn verrassing ‘zo gaaf als die van een pasgeboren kind!'
Deze zin springt uit het verhaal. De officier stijgt uit het water omhoog als een pasgeboren kind...!
In mijn hoofd klinken zinnen van de Maastrichtse dichter Pierre Kemp. ‘Weer kind te zijn. Ik heb vandaag zo'n zin / om wakker te worden in / de ogen van een jeugdig wezen / dat niet kan lezen / en niet meer bloemen kan tellen / dan het vingertjes heeft...' Weer kind te zijn..., dat is een oude droom.

 

GELOVEN IN HET WONDER

‘Wordt als de kinderen', zei Jezus ook. Weer kind worden...., niet om opnieuw en helemaal van voren af aan alle ellende van het leven te ondergaan, niet om de ouderdom met al zijn kwalen te ontlopen - je zou hem alleen maar opnieuw tegemoet gaan ! Nee, het verlangen om weer kind te zijn, om opnieuw geboren te worden, dat is de wens om de littekens van het leven te verliezen; om de nieuwheid van het bestaan te ondervinden; om niet meer geremd te worden door opgedane teleurstellingen; om te geloven in het wonder en in een goeie God.
Blij als een kind keert de officier naar Elisa terug. Hij vraagt hem of hij wat aarde uit Israël mee mag nemen naar zijn eigen land, een heilige zandbak! Het kind heeft God ontdekt in dit dorre, hongerige land.

 

NIETS IS VANZELFSPREKEND

Het motief herhaalt zich. Als Jezus zich ophoudt in het grensgebied van de heidenen, komen hem tien melaatsen tegemoet. ‘Klaplopers' zei men in de Middeleeuwen omdat ze met kleppers rondliepen. Zo kon iedereen zich uit de voeten maken. Jezus slaat zelfs het rituele bad in de Jordaan over. De zieken hoeven helemaal niets te doen. Ze hoeven alleen nog maar in de tempel bij de priesters een officiële verklaring van genezing te gaan vragen! Onderweg ontdekken de tien hun genezing. Eentje realiseert zich bovendien dat hij de tempel niet binnen mag. Hij mag zelfs Jeruzalem niet in, want hij is een Samaritaan, een ongelovige buitenlander in de ogen van de goegemeente. Omdat hij de opdracht niet kan uitvoeren gaat hij naar Jezus terug. Hij werpt zich dankbaar voor diens voeten. Hij was het kind van deze tien. Hij verwonderde zich, hij voelde dankbaarheid.
Wakker worden in de huid van een jong kind, dat is beseffen dat het leven niet vanzelfsprekend is. Dat er niets vanzelfsprekends bestaat. Dat je wakker wordt in een heelal van verwondering. Je gezondheid is niet vanzelfsprekend. Je leeftijd is geen recht. Je welvaart is niet je verdienste. Kindzijn is leven in het besef dat er niets toevalligs is, dat je uit liefde geboren bent en dat er een goede God is die je met wonderen omgeeft. Naäman is genezen; hij is opnieuw geboren. De Samaritaan is ontroerd van dankbaarheid. Wat is het leven mooi, wat is het kostbaar, en wat valt er te genieten, elke dag...

 

TWEE PATIËNTEN

Lieve kinderen. Toen Nellie binnenkwam ging oma een beetje meer rechtop zitten. Ze lag half over de bank. ‘Ga je met me spelen?', riep Nellie. Oma zat nu helemaal rechtop. Ze trok haar jurk recht naar beneden en wreef door haar haar. ‘Hallo schat!' Oma gaf haar kleindochter een kusje. Een beetje langer dan anders. Dat beviel Nellie niet. Er zal toch niks zijn? ‘Gaan we spelen?', zei ze zo luchtig mogelijk. ‘Nou', zei oma, ‘ik kan niet zo goed. Ik ben ziek vandaag.' ‘Dan spelen we toch ziekenhuisje!', zei Nellie. Ze rende naar de bijkeuken, deed de witte schort van oma voor die haar tot op de schoenpunten hing, en kwam met een handdoek en een glaasje water terug. ‘Zo mevrouw. Niet uit uw bed. U bent ziek!' Oma ging liggen. Nellie veegde met de handdoek over oma's hoofd. ‘U moet goed drinken, hoor.' Met haar linkerhandje ondersteunde ze oma's hoofd en met de rechter gooide ze water in haar mond. Toen liep ze driftig, als een echte zuster, naar de keuken. Ze kwam terug en zei: ‘Zo nu ben ik de zieke en jij de zuster!' Ziekzijn is het leukste, vond Nellie. Dan kon je blijven liggen, dan werd je verwend, dan kreeg je cadeautjes. ‘Ja maar', protesteerde oma, ‘ik ben echt ziek!' Dat wilde Nellie nu precies niet horen! ‘Oké', zei ze dapper. ‘Dan waren we twee zieken in het ziekenhuis. Ga ik gezellig op de andere bank liggen. Ligt u hier al lang mevrouw?' Oma liet haar oude hoofd achterover vallen en lachte. Met Nellie was het lekker ziek zijn.