Door Gods genade alleen kunnen we het klaarspelen!

Beste vrienden,

Een van de vakken waarvoor we in mijn studietijd het hardste moesten blokken was machinebouw. Een cursus van meer dan 500 bladzijden definities, berekeningen en bewijzen. Gewoon een niet te overziene berg van kennis die we in onze hoofden moesten krijgen.

Er was er maar één onder ons die het nogal gemakkelijk nam. Terwijl wij zelfs s ’nachts nog blokten studeerde hij maar zeer weinig. Op het examen kreeg onze vriend de vraag: met welk deel van de stof heb je je het meeste bezig gehouden? en de kerel had ook nog het lef om te zeggen: “met de smeergroeven voor de glijlagers” een kort hoofdstukje van 7 bladzijden in een cursus van 500. En daar werd hij dan ook over ondervraagd en slaagde met glans. Ikzelf kreeg ook een aantal vragen waarvan ik de meeste wel goed kon oplossen en er dus ook door was. En toch was ik echt niet te spreken over het gebeurde.

De ganse tijd doe je je best en blokt dat de stukken eraf vliegen en op het laatst sta je er net hetzelfde voor als die andere die bijna niets heeft gepresteerd, maar gewoon geluk heeft gehad.

En dan had ik zelf ook nog geluk gehad. Er waren, ondanks alles, toch nog heel wat vragen die de prof had kunnen stellen waar ik, ondanks die goede voorbereiding, toch ook geen antwoord op zou hebben geweten. Dan zou ik misschien maar met de hakken over de sloot geslaagd zijn of zelfs helemaal niet. Want, en dat besefte ik ook maar al te goed, van al die stof die we onder de knie moesten krijgen, kende ik ook maar een gedeelte zeer goed. Zo is dat gewoon wanneer je een berg aan stof moet verwerken die gewoon te groot is om verwerkt te kunnen worden. Om dan op het examen te slagen is het niet voldoende dat je goed geblokt hebt en een zo groot mogelijk deel van de stof goed hebt opgenomen. Je hebt ook nog een portie geluk nodig om bij het examen te slagen.

Wat bij een examen het geluk is, dat is bij God de genade.

Het loopt volledig parallel met het examen van toen. De berg die wij in ons leven zouden moeten afwerken om echt aan Gods Rijk te voldoen is immers veel te groot. We kunnen moeite doen, we kunnen ons uiterste best doen, maar uit eigen kracht geraken we er nooit door.

Wie onder ons zou durven beweren, dat hij in zijn leven alles heeft verwezenlijkt, wat Jezus Christus ons heeft voorgeleefd?  Wanneer we daar onze norm van gerechtigheid op zouden toepassen, dan zou er wel niemand van ons geslaagd zijn. Natuurlijk zouden er nog veel mensen zijn met uitslagen van 0 tot 2 op tien, maar wanneer je dan zelf ook niet slaagt met je armzalige 4,5 punten op 10 is dat ook maar een magere troost. Ik hoop werkelijk dat niemand onder ons zich inbeeldt dat hij op het eind van zijn leven voor God zou staan en dat diezelfde God dan wel verplicht zou zijn om een diepe buiging te maken omwille van de grootse dingen die hij in zijn leven heeft verwezenlijkt. De grootsheid van heiligen komt juist tot uitdrukking door het feit dat zij begrepen hoe weinig ze zelf hadden verwezenlijkt op hun weg van navolging van Christus. Wie denkt dat hij zijn hemel zelf kan verdienen, zal aan die opgave zeker mislukken.

En daarbij zouden we dat toch zo graag willen, of niet soms? We zouden dat toch wel goed vinden wanneer we bij het einde van ons leven voor onze schepper zouden staan en God dan niets anders zou kunnen dan ons het diploma van ons slagen te overhandigen. Dan zouden we daar met gezwollen borst kunnen staan, ons op de schouders laten kloppen en zelfs niet dank U moeten zeggen.

Maar daar gaat het juist om. Het Evangelie van vandaag toont het ons duidelijk aan. Zelfs wanneer we alles zouden hebben gedaan wat menselijk mogelijk is, dan hadden we geen ziertje meer gedaan dan wat we verschuldigd waren.

En wanneer Jezus Christus ons belooft dat deze God ons allemaal, ondanks alle onvolmaaktheid, ondanks alle leemten, ondanks al die dingen, die we met de beste wil van de wereld niet kunnen klaarspelen, ons de volheid van het leven toch gewoon zomaar cadeau geeft, dan kunnen we toch echt niet anders dan uit de grond van ons hart opgelucht “Dank U” te zeggen.

Op dat examen toen had ik gedaan wat ik kon. En dat ik toen goede vragen kreeg, dat was een groot percentage van geluk.  

Wanneer ik op het einde van mijn leven door Gods genade werkelijk zou slagen, dan zou ik één ding zeker moeten hebben afgeleerd: me op te winden over diegenen die hun stof nog minder beheersten dan ikzelf en die toch ook in hetzelfde geluk mogen delen. Dan moet ik hebben geleerd om me samen met al die anderen erover te verheugen dat we uiteindelijk toch allemaal geslaagd zijn!!   

Amen