Ik duim voor jou

Beste mensen

Ik kom de laatste weken nogal veel mensen tegen die op hun tandvlees lopen.
Mensen zien het niet meer zitten, kunnen hun werk niet meer aan.
Collega’s op school staken om vroeger te kunnen stoppen, want de werkdruk wordt alsmaar groter; lesgeven tot je zestigste, dat is niet te doen, zeggen ze.
Verpleegkundigen en bouwvakkers zeggen daarop dat hun werk ook niet te doen is tot je zestigste, want het is veel te rugbelastend, en werkdruk is er genoeg.
En mensen uit allerlei beroepen vragen zich af:  en wij dan?  Denk je dat onze werkdruk kleiner wordt misschien.

Maar ook buiten de werksfeer wordt het moeilijker; je hoort dan:
Trouw blijven een heel leven lang, ik kan dat niet;
Celibatair blijven een heel leven lang, ik kan dat niet;
kinderen opvoeden - in deze wereld met drugs, seks en geweld - ik kan dat niet.
Zoveel mensen voelen zich overvraagd, moe en soms moedeloos.
Ook op het vlak van geloof:  hoe blijf ik geloven in een God van liefde in zo’n harteloze wereld van elk voor zich.

En dan vertelt Jezus vandaag het verhaal van die meester die zijn knecht een hele dag laat werken. En als hij thuiskomt moet hij nog maar eerst zijn meester bedienen aan tafel.

Het klinkt een beetje als:
je wilt toch zeker geen dank, werken is je rottige plicht.
Of nog: een meester met het principe van ‘bevel is bevel’.

In de werkgroep kinderliturgie hebben we het daar lang over gehad, in voorbereiding van de kinderviering van morgen (vandaag)
We besloten om dat verhaal er af te knippen en alleen het eerste stuk te nemen. Dat is op zich al moeilijk genoeg:
Als de leerlingen vragen om meer geloof, als ze het niet zien zitten, dan zegt Jezus:
Als je een geloof zou hebben zelfs zo klein als een mosterdzaadje, dan zou je een berg kunnen verplaatsen.

Zijn wij dan zo klein gelovig?
Is mijn geloof dan nog kleiner dan een mosterdzaadje?

Ook daar waren we lang mee bezig, tot iemand zei:
”ja, maar als iemand zegt ‘ik geloof in jou’ dan gebeurt er iets, dan krijg je precies weer kracht om toch te doen wat men van je vraagt.”


Als de leraar in de klas telkens weer zegt : “Jij bent te dom, jij kan dat niet”.
als een vader zijn knutselende spruit telkens weer het werk uit handen neemt en zegt: “kom, jij bent onhandig, laat mij maar doen”,
dan ga je dat op den duur geloven en dan blijf je “dom” en blijf je “onhandig”, want ze zeggen immers voortdurend dat jij dat ben.

Maar als iemand telkens weer aanmoedigt:
ik geloof in jou,
ik geloof dat jij dat kan,
ik weet dat jij dat kan,
ik duim voor jou,
dan kom je open, dan ga je het proberen, dan kun je bergen verzetten.

Hoe zou de wereld er uit zien als we dat eens écht zouden doen:
Als we weer zouden geloven in mekaar:

Als we weer geloven dat de ander trouw kan zijn in zijn relatie en dat ook zeggen, dan duwen we de berg echtscheidingen de zee in.

Als we weer geloven dat die priester zijn celibaat wel aan kan en dat ook zeggen, dan duwen we de berg van eenzaamheid en moeizaam vechten weg.

Als we weer geloven dat jonge mensen wel iets kunnen op school, in jeugdbeweging, … dan kunnen ze groeien en werken en dan duwen we de berg van onmacht en genegeerd worden weer wat verder weg.

Laten we dus maar wat meer duimen voor mekaar.

Maar als je voor iemand “duimt”, dan wijst je duim ook naar boven. Weet je wat dat wil zeggen?
Jezus zegt: “mensen er is iemand die telkens weer in jullie gelooft”
God gelooft in jou.
God duimt voor jou.
God zegt telkens weer: doe maar, probeer maar, je kunt het.
Ook als wij vallen, ook als wij fouten maken, zegt God:
vooruit opnieuw proberen, je kan het wel, ik blijf in jou geloven.

En dan verstonden we opeens het verhaal dat daarop volgt:
Jezus zegt:
zelfs een simpele knecht kan een hele dag werken en dan ’s avonds nog maar eens werken om zijn meester te bedienen, alleen maar omdat zijn baas zegt dat hij dat moet doen.
Hoeveel te meer dan zullen wij in staat zijn om heel grote dingen te doen;
want God “beveelt” ons niets; Hij moedigt ons aan, hij supportert, Hij gelooft in ons; Hij duimt voor ons.


Wel zegt Jezus, als je zo iemand achter je staan hebt, dan is een heel klein sprankeltje geloof bij jou genoeg om bergen te verzetten.

Als God zo’n supporter is voor ons, dan moeten we dat ook doen voor mekaar:
Ik duim voor jou als je gaat werken:  toe maar, je kan het;
Ik duim voor jullie als jullie gaan trouwen:  doe maar, maak er iets van,
jullie kunnen het;
Ik duim voor jou als je priester wordt:  vooruit, we laten je niet alleen;
ik duim voor jou als je het moeilijk hebt:  niet opgeven, we staan achter je.

En weet je, iedere keer als wij dat doen dan is dat eigenlijk ook een klein beetje bidden, want dan wijzen we voor mekaar naar die grote supporter, naar God die voor ons duimt; dan zeggen we meteen ook ‘dank je wel God dat jij zo’n supporter bent’.

Laten we daar hier dan maar alvast aan beginnen, laten we dat hier maar eens doen voor mekaar:

Lieve mensen, ik duim voor jullie!