Geloof dat bergen verzet

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Er zijn situaties in ons leven die zo moeilijk zijn, dat je uit de grond van je hart zegt: ik zie er als een berg tegen op. Over deze bergen heeft Jezus het als hij beweert dat er een geloof is sterk genoeg om die hele berg op te pakken en in zee te gooien. Veel mensen staan voor zo'n berg. Zij moeten een gesprek gaan voeren in een verschrikkelijk emotionele sfeer om een ernstig conflict in hun huwelijk of hun werk uit te praten; of ze staan voor een operatie waar ze doodsbang voor zijn. Het gaat boven hun krachten. Over zulke bergen gaat het dus. Jezus zegt: er is een geloof dat die bergen verzet.
Wat is dat dan voor geloof? Dat is het geloof dat je er niet alleen voor staat. Dat er iemand naast je staat, die je er doorheen helpt. En dat geloof geeft je een zelfvertrouwen, een rust en een vindingrijkheid die nergens anders te vinden zijn.

Wij zien dat in het leven van Franciscus. In zijn tijd, de dertiende eeuw, trok de ene kruistocht na de andere uit om het heilig land te veroveren. Er is zelfs een kinderkruistocht geweest. Franciscus was het daar niet mee eens. Hij zag het als zijn taak daar een einde aan te maken. Maar war wil je als eenling en als leek in de politiek. Hij is gaan praten met de kardinaal die de leiding had bij het organiseren van de kruistochten. Maar deze man gaf geen duimbreed toe. De kruistochten waren noodzakelijk, en daarmee uit. Toen is Franciscus naar de sultan gegaan. Dwars door het slagveld liep hij naar de tent van deze moslim. De sultan was wel onder de indruk van de moed van de man die hem kwam vertellen dat hij uit moest scheiden met vechten. Maar ook deze tocht van Franciscus was tot mislukken gedoemd. En toch geloofde hij met dat geloof dat bergen verzet. De paus stierf in Perugia terwijl deze bezig was mensen op te roepen voor een nieuwe kruistocht. Er werd een nieuwe paus gekozen, die voor Franciscus geen onbekende was. Hij vroeg een audiëntie aan. Toen hij binnen werd gelaten, vroeg hij aan de paus een geestelijke gunst. De paus zei: ‘Zeg maar wat je wilt'. Toen antwoordde Franciscus: ‘Ik zou willen dat iedereen die komt bidden in het kerkje van Portiuncula een volle aflaat verkrijgt'. Nu werd in die tijd heel veel waarde aan zo'n aflaat gehecht. Vandaar dat de volle aflaat ook verbonden was aan het meedoen met een kruistocht. En om deze aflaat vraagt Franciscus. Hij zal dit niet toevallig hebben gevraagd. In het historische document lezen we het volgende: ‘Het is niet de gewoonte van de Romeinse curie', zei de Paus, ‘een zodanige aflaat toe te staan'. ‘Heer', antwoordde Franciscus, ‘ik ben het niet die dit vraagt, doch Hij in wiens naam ik kom: Jezus Christus'. Ditmaal zei de Paus: ‘Goed ik verleen u deze aflaat'.
Bij dit onderhoud waren verschillende kardinalen aanwezig. Ze raakten in de grootste opwinding. Ze kwamen de Paus te hulp alsof ze bang waren dat de grote macht die hij nu bezat zijn geest had verbijsterd. ‘Heer', zeiden ze, ‘als ge deze man een zodanige aflaat verleent, maakt ge daarmee de aflaat van de kruistochten geheel waardeloos'. ‘We hebben hem de aflaat gegeven en toegestaan', zei de Paus, ‘ik kan niet terugkomen op wat geschied is'. Nauwelijks had de paus deze woorden gesproken, of Franciscus holde weg, vol vreugde. Toen riep de Paus hem na: ‘Wat loop je nu weg? Je hebt de bewijsstukken nog niet'. Franciscus antwoordde: ‘Als deze aflaat Gods werk is, heb ik geen bewijsstukken nodig. Maria zelf is de oorkonde, Christus de notaris, en de engelen zijn getuigen'.

Dit is het verhaal van iemand die een geloof had dat bergen verzette. Hoe onmogelijk zijn doel ook leek, het weten dat de Heer naast hem stond gaf hem een moed, een vindingrijkheid en een slimheid waardoor hij die berg wist te verzetten. Dit kan ons misschien aansporen tot dat geloof dat inderdaad bergen verzet.