We kunnen God geen rekening voorleggen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In deze korte parabel reageert Jezus sterk tegen een bepaalde vorm van vroomheid, die Hij overal tegenkwam. Jezus verzette zich tegen de farizeese werkheiligheid. Een goede farizeeër verwachtte van God geen genade, maar gerechtigheid. Hij vroeg geen geschenken van God, maar loon: Ik heb trouw de wet beoefend, ik heb meer gebeden dan ik moest, ik heb gevast en aalmoezen gegeven, wat zal mijn loon zijn? Jezus zegt hem: ‘Meen niet dat je God een rekening kunt sturen voor je goede werken.' Je kunt nooit een handelspartner worden van God: ik geef u dit, dus mag ik dat van u verwachten. God is altijd groter, voor God sta je altijd met lege handen. Wat heb je, dat je niet ontvangen hebt?

Nog heel veel christenen leven onbewust van deze mentaliteit. Wij geven dat niet graag openlijk toe, maar in werkelijkheid leven wij toch vanuit deze gedachte. Wij denken in verhoudingen van plicht, geboden en verdienen: ik heb tegenover God mijn plicht gedaan. Als ze dan ziek worden of een ongeluk hen treft, dan vragen zij zich af: Waarom overkomt dit mij, ik heb toch altijd mijn plicht gedaan? Ik heb zoveel gebeden, zoiets verdien ik toch niet. Wij doen nog heel veel om de hemel te verdienen, maar de hemel kun je niet verdienen, de hemel krijgen wij. God staat tegenover niemand in de schuld en tegenover God kun je je nooit op je rechten beroepen. Als je alles hebt gedaan wat je moest doen, zeg dan: Wij zijn waardeloze slaven. Een slaaf had in de tijd van Jezus geen rechten.

Wij moeten God dienen, niet uit louter plichtsbesef en ook niet omwille van de beloning, wij moeten God dienen uit liefde, omdat God louter liefde is. Daarom valt onze godsdienst ook onder de wetten van de liefde. Liefde stelt geen grenzen, liefde zegt nooit: Ik heb genoeg gedaan.

Vincent, de apostel van de armen, had een hele groep rijke vrouwen rondom zich verzameld, die hem hielpen in de zorg voor de armen. Een van die dames zei eens tegen Vincent: ‘Maar u komt zeker in de hemel'. Vincent schudde mijmerend nee met zijn hoofd. ‘Wat moet je dan wel doen om in de hemel te komen?' vroeg de dame en Vincent antwoordde: ‘Davantage!' Nog meer! Als wij alles gedaan hebben wat wij moesten doen, dan kunnen wij vanuit de liefde nog niet zeggen: Het is genoeg.

Franciscus ging samen met broeder Leo naar Perugia. Iedereen liep op straat en riep: ‘Daar komt de heilige aan'. Maar Franciscus sloeg zich schreiend op de borst en zei: ‘Ik ben een zondaar'. Broeder Leo werd er nerveus van en zei: ‘Vader, iedereen zegt dat je een heilige bent, je moet toch eerlijk zijn, hoe kan jij dan zeggen dat je een zondaar bent?' Franciscus pakte broeder Leo vast en zei: ‘Broeder Leo, als God aan een andere mens zoveel genade gegeven had als aan mij, dan zou die wel iets heel anders van zijn leven gemaakt hebben'.

Dat is de waarheid. Wij leven allen van Gods barmhartigheid, ook de grootste heiligen. De kleine heilige Teresa zegt op het einde van haar leven: ‘Tout est grâce', alles is genade, alles is gave van God. Wij kunnen God geen rekening voorleggen.

Daarom vroegen de apostelen aan Jezus: ‘Heer, geef ons meer geloof'. Geloven betekent jezelf durven overgeven aan God in de erkenning van eigen onwaardigheid. Geloven betekent: leven vanuit de barmhartige liefde van God. God heeft ons belangeloos lief en daarom moeten wij. ook belangeloos God en de mensen dienen. En dan mogen wij ook nog hopen dat God ons zal belonen, niet omdat Hij dat moet doen, maar alleen omdat Hij in zijn liefde dat wil doen.