Waarom doet ge niet zoals de rentmeester?

25e zondag doorheen het jaar         Cyclus C        2013                                      Amos 8, 4-7

Lucas 16, 1-13


Waarom doet ge niet zoals de rentmeester?

Beste vrienden,


Een onderwerp waar we het met onze vrienden en bekenden doorgaans niet over hebben is geld. “Over Geld spreek je niet, geld heb je“,  zegt de volksmond. En als je geld hebt, dan toon je dat niet in het openbaar. Of je bent gewoon “heimelijk rijk”, dat kan ook, want geld stinkt niet, het is geurneutraal. Deze kleine greep uit oneindig veel uitspraken toont ons aan welke voorname plaats het geld in onze maatschappij inneemt, en dan wordt het ons ook duidelijk dat er met dat geld ook altijd weer misbruik gepleegd wordt.  Er gaat geen dag voorbij zonder dat we uit de pers of van de televisie moeten vernemen dat er weer eens iemand in grote stijl geld heeft verduisterd of er iemand anders mee heeft omgekocht. Dat iemand er met het spaargeld van een aantal kleine beleggers vandoor is of door slecht beheer een grote firma in het faillissement heeft gedreven.  Bedrog en verduistering hebben altijd bestaan en zullen ook altijd wel blijven bestaan, juist omdat er van geld zo’n grote aantrekkingskracht uitgaat en het bezit ervan zo veelbelovend is. Voor geld worden fatsoen, eerlijkheid en verantwoordelijkheid maar al te dikwijls opzij geschoven   Rijk, rijker, rijkst – om zo ver te geraken wordt enorm veel fantasie en creativiteit gemobiliseerd, en als het moet ook op kosten van anderen. 
Die ervaring van het bedrieglijk omgaan met geld is niet alleen een ervaring van onze dagen. De leerlingen en de toehoorders van Jezus waren er ook goed mee vertrouwd. En de ene of de andere onder hen werd misschien wel met stomheid geslagen toen hij de parabel van vandaag te horen kreeg. Wat Jezus daar over het gedrag van de rentmeester zegt verrast niet alleen, het slaat je gewoon met verstomming. Of zou u op het idee komen om een dergelijk schandaal  als voorbeeld te stellen voor het Rijk Gods? Op de markt waar Jezus zijn toespraak hield gonsde het van geruchten over een rentmeester die zijn meester niet alleen had bedrogen, maar hem ook nog goed in de luren had gelegd. En dat schandaal, waar Jezus waarschijnlijk toevallig van had gehoord, neemt Hij als voorbeeld. Iedereen om Hem heen luisterde natuurlijk aandachtig om te horen wat die jonge Rabbi, waar ze al zo veel over hadden gehoord, daarvan zou zeggen.  

De meesten zullen wel met een vernietigend oordeel hebben gerekend. Maar wat gebeurt er? Jezus veroordeelt het gedrag van de rentmeester niet!  De mensen voelen zich teleurgesteld en geprovoceerd.  Jezus breekt de rentmeester met zijn woorden niet af, en Hij wijst hem ook niet verachtelijk met de vinger. In tegendeel: Die bedrieger wordt voorgesteld als een man waar men nog wat van kan leren en die je bovendien ook nog een hint voor het rijk Gods kan geven. 

Maar, en dat vroegen Jezus’ toehoorders zich net zo af als wij vandaag – wat, in Godsnaam, kunnen wij van een bedrieger leren?  Wat zouden wij van hem en van zijn gedrag positief kunnen meenemen? Laten we daarom zijn situatie van meer nabij bekijken:   

De rentmeester weet dat hij het wantrouwen van zijn meester heeft gewekt, en dat zeker niet ten onrechte. De vervalste balans kan niet langer onopgemerkt blijven,  alle louche zaakjes waarin hij verwikkeld is zullen aan het licht komen en hijzelf twijfelt er ook geen ogenblik aan dat hij zijn job zal verliezen. Een nagenoeg uitzichtloze situatie dus. Een persoonlijk bankroet zal zeker onvermijdelijk zijn en de werkloosheid staat voor de deur. En bovendien: wie zou hem nog een job willen geven als bekend wordt waarom hij werd ontslagen?  Zijn sociaal aanzien is verloren, zijn persoon en zijn goede naam de grond in geboord. Iedereen zal hem in de toekomst mijden, ze zullen over hem lachen en hem bespotten. Ze zullen hem laten vallen als een hete aardappel.  Het wordt hem meer en meer bewust: ik sta voor een afgrond!!
Maar kennen wij een dergelijk gevoel ook niet in ons leven? Het gevoel dat de bodem onder onze voeten wordt weggeslagen en we beginnen te vallen. Wanneer we, om welke reden dan ook, ontslagen dreigen te worden; wanneer onze relatie schipbreuk lijdt en onze levensharmonie daardoor plots wordt vernietigd; wanneer een jarenlange vriendschap teloorgaat en de wegen die tot dan toe samen werden doorlopen nu plots in verschillende richtingen uiteengaan.  Hoeveel gebeurtenissen zijn er niet die onze kleine beschutte wereld kunnen doen instorten: het einde van een relatie, de dood van een mens die ons dierbaar was,  een niet gelukt examen of een diagnose die tegelijk een doodsoordeel inhoudt. Niet iedereen die door een dergelijk lot getroffen wordt heeft ook de kracht om aan die nieuwe situatie het hoofd te bieden.  Veel mensen kunnen een dergelijke situatie niet aan en gaan eraan ten onder. Sommigen blijven hulpeloos steken in hun verdriet en leven nog alleen in het verleden, in de voor hen zogenaamde goede oude tijd. 

Zo kan het gebeuren dat iemand plots voor een donker gat staat en dat diegenen die erbij staan zich terugtrekken omdat ze niet graag in die diepte kijken of bang zijn om er zelf mee te worden ingesleurd.  Misschien vermoed ik wel hoe broos de bodem onder mijn voeten is, hoe snel ik kan struikelen en vallen. En hoe zal ik reageren wanneer het huis van mijn leven op zijn grondvesten davert en dreigt in te storten?   Zal ik op de rails blijven? Niet voor niets zegt het spreekwoord: in geval van nood komt de waarheid aan het licht!  Pas in geval van nood wordt duidelijk wie in staat is om zijn leven, ook onder de moeilijkste omstandigheden, de baas te kunnen. 

De rentmeester uit ons verhaal is een meester in het plan trekken. Hij reageert op het feit dat hij van vandaag op morgen plots voor het niets zal staan niet als een kip zonder kop, maar uitgesproken doordacht en creatief.  Hij steekt de kop niet in het zand maar denkt na en maakt een plan. Voor hem is die crisis in zijn leven een uitdaging die hij aangaat. Hij zegt tegen zichzelf: Wanneer ik het ene verlies, moet ik iets anders winnen. Zo wordt de crisis voor hem een nieuwe kans, een nieuw begin.  „En de Heer prees de schranderheid van de oneerlijke rentmeester”. Let wel: De Heer heeft niet het bedrog en zeker ook niet de criminele energie van de rentmeester geprezen, maar wel de schranderheid en de tegenwoordigheid van geest waarmee hij op de nieuwe situatie reageert.

En hoe zit dat met ons?  Zouden wij er, bij de eindafrekening van onze leven, beter voor staan dan die oneerlijke rentmeester uit het verhaal?   Wat hebben wij in ons leven niet allemaal verkwist, verknoeid, weggegooid of verduisterd? En God heeft ons toch ook veel, ja, zelfs alles toevertrouwd.  Jezus’ parabel heeft betrekking op het einde van de tijden. En hij vraagt ons of wij wel beseffen dat het voor ons ook al vijf voor twaalf is. Dat we nog maar zeer weinig tijd ter beschikking hebben en dat die tijd dus ook oneindig kostbaar is.   En daarom zegt Jezus ons als het ware met een kwajongensachtige knipoog: „waarom doet ge niet net zoals de rentmeester? Er werd jullie een oneindige rijkdom toevertrouwd  – neen, niet alleen maar geld! Jullie hebben ook nog tijd, woorden en voedsel, jullie hebben kracht en talent. Daarmee kan je anderen vreugde geven, hen gelukkig maken, elkaar liefde schenken. Niets van dit alles is jullie eigendom, je mag het alleen beheren. Wat zouden jullie ervan denken om al datgene wat je hebt gekregen ook aan anderen te schenken, gewoon weg te geven?   Geef je tijd weg aan anderen en ook je ideeën! Wanneer je al je mogelijkheden uitput om anderen te helpen om die anderen het leven in al zijn volheid te laten genieten, dan zouden wij toch echt wel kinderen van het licht zijn – want dan zou er zou ons echt een licht zijn opgegaan. Amen.