Ons leven is een rentmeesterschap

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In de eerste lezing horen wij vandaag de profeet Amos tekeer gaan tegen de rijken van zijn tijd, die knoeiden met maten en gewichten en die de graanprijs kunstmatig opdreven. De armen werden zo de speelbal van de rijken, aan wie zij zich vaak zelfs als slaaf moesten verkopen. Laten we niet te gauw zeggen dat wij zoiets niet doen. Nee, laten wij ons liever in alle eerlijkheid afvragen of de harde kritiek van de profeet Amos ook niet, maar dan in moderne begrippen vertaald, van toepassing is op onze houding tegenover de armen van de Derde Wereld.

Mag ik u dat duidelijk maken door een vergelijking. In ons televisietijdperk is de wereld een dorp geworden, waar alle inwoners zowat alles van elkaar weten. Laten we eens veronderstellen dat er in dat werelddorp precies 1000 mensen wonen. Als wij nu de werkelijke verhoudingen in dat werelddorp nagaan, dan treffen wij daar 300 mensen aan die tot de rijke westerse wereld behoren. Ze wonen in mooie huizen die van alle comfort voorzien zijn; zij zien er goed doorvoed uit en gaan deftig gekleed.
Die andere 700 inwoners zijn mensen van de Derde Wereld. Zij wonen in hutten of krotten; de meesten zien er broodmager uit, sommigen als levende skeletten; zij lopen arm gekleed of zelfs in vodden. Elke week wordt er in dat werelddorp - laten we zeggen - 10.000 kilo afgeleverd aan levensmiddelen, drank, genotmiddelen, lectuur, kleding, cosmetica, meubilair, schoeisel, en wat we verder nodig hebben of menen nodig te hebben.
Die 300 welgestelde westerlingen komen dan het eerst aan de beurt; zij nemen - exact volgens huidige statistieken - 94 % van al die goederen mee, dus 9.400 kilo. De 700 mensen van de Derde Wereld mogen daarna het overschot afhalen: 600 kilo, oftewel 6 % van het totaal. Dit betekent dus dat ieder van ons, rijke westerlingen, per week ruim 30 kilo krijgt, terwijl de armen uit de Derde Wereld tevreden moeten zijn met ieder nog niet één kilo.
Maar die 700 armen zullen niet ten eeuwigen dage lijdzaam blijven toezien dat zij per hoofd nog niet het 30e deel krijgen van wat wij, rijke westerlingen, ons kunnen aanschaffen. Zij zullen niet voor zoete koek blijven slikken dat dit nu eenmaal Gods wil is. Zij zullen desnoods met blote handen vechten om een rechtvaardig aandeel in de goederen van de wereld te bemachtigen. Dat vechten gebeurt trouwens al, gelukkig nog op betrekkelijk kleine schaal. Maar wij zitten in ons werelddorp op een kruitvat dat elk moment kan ontploffen. In de evangelielezing vertelt Jezus de parabel van de onrechtvaardige rentmeester. Die had het bezit van zijn werkgever verkwist; hij had ook nog geknoeid met de schuldbrieven van mensen die bij zijn werkgever in het krijt stonden. Zo had hij hen omgekocht om hem te helpen als hij eenmaal ontslagen zou worden. Jezus keurt de handelwijze van die rentmeester natuurlijk niet goed. Maar Hij wijst er wel op dat die rentmeester een creatief en vindingrijk man was. Want hij zag in dat hij alleen maar zou kunnen overleven, als hij degenen die hun schuld niet konden betalen, dus de armen, zou helpen.

En dat geldt ook voor ons. Zelfs uit gewoon welbegrepen menselijk eigenbelang, om te overleven, zullen wij het onze moeten bijdragen tot een eerlijke verdeling van de aardse goederen. Zo slim als die onrechtvaardige rentmeester was om zijn eigen hachje te redden, zo vindingrijk en creatief zouden wij moeten zijn in onze inzet voor het Godsrijk van gerechtigheid, liefde en solidariteit.
Juist nu de dreiging van een oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, tussen Oost en west, wat schijnt af te nemen, moeten wij zeker onze aandacht vestigen op de verhouding tussen het rijke noorden en het arme zuiden van ons werelddorp.
Want vrede is onafscheidelijk verbonden met rechtvaardigheid, met een eerlijke verdeling van de aardse goederen. De rentmeester gebruikte de korte tijd die hem gegeven werd om zijn toekomst zeker te stellen. Ik denk dat wij ook maar een korte tijd meer hebben, dat wij dan ook vlug en met inzicht moeten handelen. Wat zou de wereld anders worden, als we eens naar waarheid zouden kunnen zeggen: ‘De kinderen van het licht zijn in hun omgang met de problemen van deze wereld minstens even verstandig als de kinderen van deze wereld'?