Tijd door het jaar (C)

Filosofen zoeken zeer zorgvuldig en zeer diepzinnig naar woorden om het mens zijn onder woorden te brengen. Theologen, en kerkleiders zoeken naar woorden om ons christelijk geloof invulling te geven. In een kerk zoekt een voorganger naar woorden om mensen te inspireren in hun geloof. In plaatselijke kranten en parochieblaadjes zoekt een parochie naar woorden om mensen bij het geloof in Jezus Christus te betrekken. Ziekenbezoeksters zoeken door hun bezoekjes de zieken op in onze gemeenschap. Zij hebben dikwijls geen grote en dure woorden, maar vragen gewoon hoe het met iemand gaat en nemen tijd voor een antwoord. Op de ontmoetingsdagen voor ouderen en zieken 2 weken geleden was het thema: Alles heeft zijn tijd. Tijd om te zoeken en te vinden staat er in een oude tekst uit het boek Spreuken. Zoeken naar woorden, zoeken naar mensen, zoeken naar God, zoeken naar liefde en geluk. Mensen zoeken wat af in hun leven. Dat gebeurt niet alleen vandaag de dag. Zelfs ver voor de jaartelling zochten mensen al naar de zin van het bestaan, vonden mensen symbolen en beelden om het diepere van het leven te raken. En Jezus zelf probeert ook het leven van mensen diepgang te geven en hen de weg van God te laten vinden. Hij vertelt daarvoor verhaaltjes om duidelijk te maken aan de mensen, dat God te vinden is op een manier die kan lijken op allerlei situaties uit het dagelijkse leven. Hij heeft het over een vrouw die haar geld verloren heeft en over een herder die een schaapje is kwijtgeraakt en over een zoon die wegging van huis en van zijn leven een potje maakte en uiteindelijk weer de weg terugvindt . De herder, de vrouw, de vader zijn vergevingsgezind en zijn meer dan blij om wat ze terugvonden. Jezus spreekt niet in de regels van de Farizeeën en de Schriftgeleerden die precies weten wat er in de wet staat, maar hij vertelt over het leven. Hij schaft de wetten en de voorschriften niet af, maar geeft  een nieuwe betekenis ervan. Hij wijst een weg aan zoekende en vragende mensen, die God willen vinden in het diepste van Zijn wezen. Jezus maakt duidelijk dat ze niet zozeer omhoog moeten kijken, maar om hen heen. God zoeken hoef je niet met een verrekijker, met een loep of een elektronische microscoop. God vind je door om je heen te kijken naar mensen, die ziek zijn, want misschien kun jij Gods gezicht zijn naar hen toe. God vind je door je inzet voor een ander mens, die het moeilijk heeft in zijn relatie of op het werk, want misschien kun jij wel troost brengen. God vind je door samen te staan voor een geloofsgemeenschap die verdraagzaam en rechtvaardig is, want dan kan God zich laten zien als een rechtvaardige en verdraagzame God. God vind je door vergevingsgezind te zijn tegenover anderen, zoals God steeds opnieuw ons vergeeft. Jezus antwoordt de schriftgeleerden niet met nieuwe regelgeving, met dure woorden, maar met eenvoudige verhaaltjes, die gaan over mensen die zoeken in hun leven. Ze krijgen van Jezus geen moeilijke antwoorden, maar verhalen waarin we ons zelf mogen herkennen: hoe ga je om met een verloren familielid, gaan we zelf op zoek naar een ander, wat doen wij als de verloren zoon voor de deur staat, als een zwerver vraagt om hulp, als iemand aanbelt om een bijdrage, als gevraagd wordt om onze inzet voor zieken, ouderen, buitenstaanders, asielzoekers. Jezus laat ons zelf het antwoord geven.
Steeds opnieuw aan ieder van ons wordt de vraag gesteld en vandaag op nationale ziekendag mogen we de zieken zeker in onze antwoorden betrekken. Gods liefde blijkt heel gewoon neer te dalen op mensen door ons luiterend oor, door onze schouderklop, door onze aandacht.