In deze parabel vinden wij ons allemaal terug

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Hoe dikwijls hebben wij deze gelijkenis al niet gehoord: een vader had twee zonen? Wij kennen de parabel bijna van buiten en toch... komen wij met deze parabel nooit klaar. Hoe meer wij erover nadenken, des te duidelijker worden wij er zelf bij betrokken. Hoe vinden wij ons zelf daarin terug?

Meestal wordt de klemtoon gelegd op de verloren zoon. Wie van u voelt zich als deze verloren zoon? Wij zijn nu wel geen brave Hendriken, maar het vermogen van mijn vader dat heb ik toch niet verkwist, ik heb geen varkens gehoed en ben nooit moeizaam en vernederd naar huis teruggekeerd. Dat is allemaal waar, maar die verloren zoon heeft toch wel veel gezichten. Daar is de stille egoïst, die alleen aan zich zelf denkt en nooit denkt aan het leed dat hij door zijn gedrag aan anderen berokkent, de achttienjarige die eenvoudigweg op kamers gaat wonen en zijn eigen boontjes wil doppen. Daar is de zelfverzekerde, die niet wil luisteren naar de goede raad van zijn ouders, die alleen uit is op avontuur en het geld door ramen en deuren de straat op smijt. Vraag maar eens aan de ouders hoeveel verloren zonen er zijn.

Tegenwoordig legt men liever de klemtoon op de barmhartige Vader. Die figuur werkt aantrekkelijker en veel ouders zullen zich bijzonder goed thuis vinden in de gevoelens van die vader. Wat zal er in het hart van die vader zijn omgegaan, toen zijn jongste zoon zomaar zonder ruzie of iets wegging? Het moet hem onnoemelijk veel gekost hebben en in zijn slapeloze nachten zal hij zich afgevraagd hebben: wat heb ik dan verkeerd gedaan? Was het dan thuis niet goed? Wat had ik nog meer kunnen doen? En toch laat hij zijn zoon gaan, hij laat zijn bitterheid niet blijken en slaat geen deuren dicht. Hij laat zijn zoon weggaan uit het huis, maar niet uit zijn hart. Als de jongen jaren later haveloos en berooid terugkomt, zegt het evangelie, ziet hij hem al vanuit de verte aankomen. Hals over kop snelt hij op hem toe. Hij had gewacht, heel die tijd lang gewacht, zonder de hoop op te geven, hij bleef geloven in het goede van zijn jongen. En het vervolg kennen we: een kus, een omhelzing, een feestmaal, geen enkel verwijt, alleen vreugde en vergeving.

Hoeveel ouders herkennen zich niet in deze vader en kunnen van hem leren wat je moet doen, als een kind thuis wegloopt!

Tenslotte is er nog de tweede zoon. Ook een man met veel gezichten. Hij was thuis de gemakkelijkste, hij was altijd inschikkelijk, misschien omdat hij geen temperament had, misschien omdat hij de moed niet had om risico's te nemen. De zoon met plichtsbesef die niets kende dan werken. Op zijn grafsteen zou je kunnen schrijven: zijn leven was enkel arbeid.

Het is de keiharde jongen, die niet in staat is zijn broer ‘broer' te noemen - 'die zoon van u', noemt hij hem - en die zijn vader geen vader noemt. Blijkbaar had die verloren zoon in den vreemde nog steeds een veel grotere liefdesband met zijn vader dan die zoon die altijd thuis gebleven was. Want hij herhaalde telkens: ‘Ik zal naar mijn vader gaan', ‘Vader, ik heb gezondigd'. Maar de oudste zoon spreekt in de parabel het woord vader niet uit. ‘Al zo vele jaren dien ik u': hij heeft zich nooit als zoon gevoeld, hij was een knecht. Hij leefde alleen van gerechtigheid; barmhartigheid was in zijn hart nooit opgekomen. Hij wilde niet ingaan op de gevoelens van zijn vader.

Als wij heel eerlijk zijn, moeten wij bekennen dat wij jammer genoeg veel meer lijken op de oudste zoon dan op de jongste. Jammer genoeg, zeg ik, want zo blijven wij misschien ook buitenstaanders op het feest dat de vader geeft.

Zolang wij ons beroepen op onze goede werken, op ons voorbeeldig gedrag, zolang wij ons niet willen verheugen over de zoon die terugkeert, zolang wij ons beroepen op gerechtigheid en niet willen leven van de barmhartigheid, kunnen wij God niet Vader noemen, hebben wij onze broer niet teruggevonden. Wij stellen ons vanzelf de vraag: hoe zou die parabel afgelopen zijn? Zou die oudste zoon binnengegaan zijn in de vreugde van het feest? Waarom heeft Jezus de parabel zo afgebroken? Omdat het in deze parabel om ons zelf gaat, omdat wij alleen deze parabel kunnen afmaken. Dat stemt ons vandaag tot nadenken.