De barmharige vader

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Dit evangelie hebben wij, denk ik, nog nooit goed begrepen. Vroeger werd er altijd gesproken over de verloren zoon: als wij ons bekeren, komen wij thuis bij de vader. De laatste tijd werd meer de aandacht gericht op die oudste zoon, die brave jongen, die zijn vader altijd trouw gediend heeft, maar niet kon verdragen dat zijn vader zo goed was voor zijn broer die het niet verdiende. Toen Jezus echter deze langste en mooiste parabel vertelde als een verdediging waarom hij met zondaars omging en bij tollenaars te gast was, wilde hij duidelijk maken dat Hij zo barmhartig wilde zijn als zijn Vader. Als wij ons afvragen waar wij in deze parabel onszelf terugvinden, dan wil Jezus ons zeggen: wees zo barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is. In het middelpunt van deze parabel staat niet de jongste of de oudste zoon, maar wel de barmhartige vader, en heel de parabel is een oproep om barmhartig te zijn. Een vader had twee zonen! Ik denk dat Jezus nu in onze maatschappij de parabel iets anders verteld zou hebben. Misschien zou Hij ons zeggen: een moeder had twee zonen, - God is toch evenveel moeder als vader, en als wij de uitdrukkingen van die tedere liefde overwegen moeten we zeggen dat ze beter passen bij het beeld van een moeder -; die moeder zag hem al in de verte aankomen, zij werd door medelijden bewogen, zij snelde naar hem toe en kuste hem hartelijk. In elk geval wordt door deze parabel ons godsbeeld totaal veranderd. Geen angst voor God, geen God die straft, geen almachtige God; een God die geen knechten wil hebben, maar zonen. De God die Jezus hier uittekent is een God die meelijdt, een God van moederlijk mededogen, die wil dat we delen in zijn vreugde om alles wat dood was en weer tot leven gekomen is. Zijn barmhartigheid is de bijzondere manier waarop Hij met zijn macht omgaat. Het is God immers eigen steeds medelijden te hebben en zijn almacht toont Hij het meest door te sparen. Zo zouden wij ook moeten zijn. Niet de terugkeer tot de Vader is de laatste stap die wij moeten zetten, maar ik moet een vader en moeder worden voor allen die van hun leven een puinhoop hebben gemaakt, voor allen die gevangen zitten in hun eigen zelfgenoegzaamheid. Wij moeten weer terugkeren naar de Vader en doen wat Hij ons heeft voorgeleefd. Dan moeten wij de weg gaan van medelijden. Alleen een hart dat mee geweend heeft kan vergeven. Wie zal het meest geweend hebben, die jonge zoon of die vader en zeg maar gerust, die moeder? "Hij werd door medelijden bewogen," die jongen had meer verdiend; hij had niets meer, hij kon niets meer, maar het was nog altijd zijn jongen. Aan zijn oudste zoon vroeg hij een beetje medelijden met ‘die broer van hem, die dood was en weer levend was geworden'. Wij moeten de weg van de zelfontlediging gaan. Hoezeer is dat hart van die vader, ik zou spontaan weer het hart van die moeder zeggen, ontledigd. Hij klom zelf over de muur van gekwetste eigenliefde heen, hij snelde de jongste tegemoet en voor de oudste ging hij zelf naar buiten, om hen beiden te kunnen bevrijden van hun knecht zijn. Tenslotte zullen wij de weg moeten gaan van edelmoedigheid: de moed hebben om de eigenheid van de anderen te respecteren "hij liet hem gaan" en de moed om de waardigheid van de anderen te blijven eerbiedigen, "mijn jongen, je bent altijd bij mij en al het mijne is het uwe". Hij bleef niet stilstaan bij het vergeven, hij wilde geven het kleed van de waardigheid, de zegelring als erfgenaam, de schoenen van de vrije man. Hier is niets meer aan toe te voegen dan dit: als God ons zozeer heeft liefgehad, dan moeten ook wij van harte de anderen liefhebben. Hoe ze ook zijn.