Ziekendag

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Hebt u dat nou ook? Je loopt een tijd met zo'n briefje in je zak. En dan komt het moment dat je het kapot moet maken. Je betaalt ermee. Misschien gaat het maar om een heel klein bedrag (2,5 € inclusief BTW), maar het is kapot. En het wordt nooit meer wat het geweest is. Er breekt iets van de magische kracht, van de volheid, de heelheid. De volheid is verloren.

Dat gevoel moet je misschien even leggen naast het evangelie van deze dag. Het gaat natuurlijk niet alleen om dat ene verloren schaap of die ene munt die zoek is. Het gaat niet om een maffe herder die zomaar 99 schapen los laat lopen om die ene te vinden. Het gaat om het verlies van de volheid, de heelheid van alle mensen. En als ik het verhaal goed begrijp, dan kan die volheid alleen in ons eigen midden, in ons eigen huis teruggevonden worden.

Die God, die Herder, is de hoofdpersoon van het verhaal. Die God wordt vandaag vergeleken met een nerveuze vrouw, die het hele huis op de kop wil zetten om die ene munt te zoeken. Zo wanhopig ijverig is God op zoek naar een mens die verloren loopt. Zo wanhopig druk maakt God zich om een van ons die niet meer bij de groep hoort. Want de volheid is kapot. Daarbij gaat het dus niet om die ene alleen, maar om ons allemaal. Zo'n God hebben we. En of we er maar blij mee willen zijn. Het is een andere God dan wij ons soms bedenken. Terwijl Mozes op de berg is, zeggen wij (de gewone mensen): Dat gaat ons te hoog! We maken zelf wel een beeld van God. Weet je wat: we modelleren zelf wel iets, we maken Hem kostbaarder en mooier dan elke andere God. We maken een gouden beeld. En we zien Hem graag sterk en waardevol, een gouden kalf. Voor een volk in die dagen is een kalf toekomstgarantie en inkomsten. Voedsel en leven. Och, en zijn we dan eigenlijk wel zo ontrouw? Ik bedoel, wat maakt Mozes zich nou kwaad? Wat is er in te brengen tegen zo'n godsbeeld? Wat hebben we dan nog meer nodig aan goddelijke nabijheid?

Maar: het is een andere God. Geen heelheid, geen leven. En geleidelijk aan werd het duidelijk. De levende God van Israël wilde ons ontmoeten en met ons spreken. Hij is een zoekende God, wanhopig zoekend naar heelheid en volheid. Niet de God die heerst en dwingt, die beschikt en doodt. Met ons eigen gouden kalf lopen we het gevaar eerder tweespalt dan heelheid na te streven; eerder heilige oorlogen in zijn naam dan saamhorigheid en volheid. De aarde trilt ervan tot op de dag van vandaag. Valse goden, valse oorlogen, mensen die worden overheerst en nergens meer een hele aarde. Om dicht bij huis te blijven vandaag: kan het zichtbaar worden wie onze God is?

We worden ertoe uitgedaagd Hem na te spelen. Ook in ons omgaan met zieken. Al te gemakkelijk een tweedeling in onze samenleving: Ongemerkt (misschien zelfs ongewild) zijn ze aan ons overgeleverd. We bedokteren hen. We beheersen hun leven (letterlijk: we zijn hen de baas). En onze God zegt: Uiteindelijk mag niemand in de macht van iemand zijn. De levende God wil ons ontmoeten. Wij mogen elkaar ontmoeten. Zie je dat woord? Ont-moeten; geen moeten; geen heersen; geen baas, maar wanhopig zoeken naar elkaar, naar de volheid tussen ons, de heelheid van ons leven.

Ik mag het ook andersom zeggen vandaag: Juist in de zorg voor zieken zie je die aandacht, die vriendelijke aandacht, die goddelijke nabijheid. Wanhopig nerveus zoekend naar: hoe kan ik nog beter voor je zorgen; hoe kan ik het je echt naar je zin maken. We spelen God na. We spelen soms ‘Ik-zal-er-zijn'. Dat het zo blijven mag. Dat het meer en beter mag in ons midden.