Navolging leidt tot verdieping en harmonie

23e zondag doorheen het jaar   Cyclus C   2013                                      Wijsheid 9, 13-19

                                                                                                                      Lucas 14, 25-33

 

Navolging leidt tot verdieping en harmonie

Beste vrienden,


In het Evangelie van vandaag zijn er twee zinnen die ons als hard en onverbiddelijk, zelfs bijna brutaal opvallen. De eerste luidt: “Wie geen afstand doet van al zijn bezittingen kan mijn leerling niet zijn”. En de andere: “Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder, vrouw en kinderen en broers en zusters, ja met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.   Wanneer we dan ook nog weten dat er in de Griekse oertekst sprake is van „haten“ i.p.v. „breken met“, dan vraag ik me soms af: „zouden we niet beter weggaan?” Kunnen we deze woorden van Jezus werkelijk als uitnodiging tot navolging begrijpen? – of nodigen ze ons misschien eerder uit tot weglopen?  Ik heb het er niet gemakkelijk mee, temeer daar ik ervan overtuigd ben dat Jezus tussenmenselijke betrekkingen nodig had en dat Hij die ook waardeerde. Hij heeft tenslotte ook bijna dertig jaar in de schoot van zijn familie doorgebracht; Hij was ook in innige vriendschap verbonden met Lazarus, Martha en Maria uit Bethanie – en zelfs in de kring van zijn leerlingen waren er drie die hem toch nader stonden dan de anderen: Petrus, Jacobus en Johannes.  En dan schiet me nog te binnen dat Jezus zelf, zo lezen we bij Mattheus, met klem het houden van het vierde gebod, “vader en moeder zult gij eren” opeist. 

Neen, Jezus staat zeker niet negatief tegenover menselijke bindingen, zeker ook niet in de familie. En toch lezen we die zinnen in het evangelie van vandaag. Die zinnen maken mij helemaal van streek. Was er daar misschien een toehoorder die de woorden van Jezus verkeerd begrepen heeft en ze dan zo heeft doorverteld? Of werd er, in de loop der tijden, iets veranderd in de tekst?   Die gedachten dringen zich op wanneer we een verklaring zoeken. Maar is dat niet een vlucht om het ideale beeld dat we van Jezus hebben niet te verliezen?

Onze Kerk heeft lang verkondigd dat deze woorden alleen gelden voor diegenen die heel nauw met Jezus verbonden zijn en Hem willen navolgen. Roepingen tot religieuze ordes of priesterroepingen.  Die roepingen bestaan uiteraard, gelukkig maar! Maar er is, gelukkig maar, ook de roeping tot een leven in huwelijk en familie. En, beste vrienden, om zo’n leven te leiden heb je ook een zeker bezit nodig. Zouden dan al diegenen die die roeping in zich voelen, geen volgelingen van Jezus kunnen worden? 

Dat is onmogelijk, en ik zeg u ook waarom. In de allereerste zin van dit evangelie staat: “Grote mensenmenigten trokken met Jezus mee. Hij wendde zich tot hen (dus niet alleen tot zijn leerlingen) en zei …”  Jezus richtte zijn woorden dus niet tot een bepaald cliënteel, maar tot alle toehoorders. En als Hij zich tot iedereen wil wenden, ook tot U en ik, dan is het zeker wel de moeite waard om die woorden van Jezus van wat dichter bij te bekijken, dan kunnen we ze misschien ook beter verstaan.   “Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zusters, ja met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.”     Daar komt de hele opsomming dus op uit – daarop komt het aan: met je leven breken. We zouden het ook anders kunnen uitdrukken: Wie zichzelf meer liefheeft dan Jezus, kan zijn leerling niet zijn. Daar gaat het Jezus dus om: om de absolute binding van ieder individu aan Hem. Wat betekent dat nu concreet? 

Ik zou het zo willen omschrijven: mijn heil, mijn geluk of ook mijn levensdoel waar ik als christen met alle kracht naar wil streven, is onverbrekelijk verbonden met de persoon van Jezus Christus.  Hij moet de waarheid in mijn leven zijn, de weg die ik moet gaan en het doel dat ik voor ogen heb.  Om dat doel te kunnen bereiken moet ik mijn eigenliefde, wat iets heel anders is dan de liefde voor mezelf, steeds weer bestrijden en haar vervangen door de liefde voor Jezus en zijn boodschap.  Nu verklaart dat nog altijd niet Jezus’ woorden over ouders en kinderen, partners en familie? Volgens mij kan het er Jezus niet om gaan dat we met deze mensen als persoon zouden breken of dat we hen van onze liefde af zouden sluiten. Jezus vraagt ook niet dat ik mezelf, in de waardigheid die ik van God heb gekregen gering zou achten,  ook niet als er zwarte vlekken, zwakheid en schuld in mijn leven voorkomen.  Maar breken met anderen of met mezelf, dat zou uiteindelijk een Neen aan God zelf zijn, die God die ieder van ons vanaf het ontstaan van ons leven heeft bemind en ons nog steeds bemint.  Bij dit „breken met“ uit het evangelie, gaat het veeleer om mijn houding tegenover de mensen die ik graag zie, het gaat erom of ik in mijn eigenliefde en zelfzucht blijf verdwalen of dat er daarentegen in mijn relatie met mijn naaste familieleden ook iets voelbaar wordt van de liefde die het leven van Jezus kenmerkt. De werking van zijn boodschap moet ook in mijn echtelijk en familiaal leven merkbaar zijn! 

Als we Jezus willen navolgen  wil dat niet zeggen dat we moeten scheiden van diegenen die we graag zien of dat we afscheid moeten nemen van bezit en invloed. Dat zou een zeer materialistisch zicht op de navolging zijn. Het gaat hier veel meer om mijn innerlijke relatie tot mensen en dingen; Dat Jezus’ weg en Jezus’ boodschap mijn relatie tegenover mensen en dingen zou doordringen en er dusdanig zijn stempel op zou drukken zodat ook voor anderen zichtbaar en ervaarbaar wordt vanuit welke geest ik mijn leven vorm geef. Bij sommigen kan dat inderdaad tot een uiterlijke scheiding of tot een verzaken aan bezit leiden. BV bij religieuzen die hun geloften afleggen. Maar dat is niet de enige, en ook niet de noodzakelijke , weg om in navolging van Jezus één van zijn leerlingen te zijn.   

En aan al diegenen die nu denken dat ze in die navolging van Jezus mislukt zijn omdat hun huwelijk of misschien hun familie op de klippen is gelopen, wil ik zeer duidelijk zeggen dat een dergelijke mislukking ook kan. Steeds weer zijn er projecten die mislukken. Steeds weer stoten wij mensen op onze grenzen – grenzen die ons soms te veel zijn.  Bij de leerlingen van Jezus, de uitverkoren kring, was dat ook niet anders. Denken we maar eens aan Petrus. En toch wordt hij door Jezus niet verstoten; Juist Petrus en met hem ook de andere leerlingen, heeft Hij opgedragen om zijn Kerk te vormen en zijn Kerk te zijn. De herders van vandaag zouden zich daar ook terug bewust van moeten worden en niet langer mensen uit de gemeenschap uitsluiten, maar hen veeleer een nieuwe kans geven.    
Ieder van ons wordt geroepen om leerling van Jezus te zijn – ieder van ons in zijn eigen concrete levenssituatie. Maar navolging hoeft niets negatiefs te zijn, maar wel iets positiefs, iets moois, iets waardevols. Navolging leidt tot verdieping, verrijking en vervulling van ons leven en van onze verhoudingen tegenover mensen en dingen. Vooral tegenover die mensen waar we mee leven en met wie we ons leven delen. Amen