23e zondag door het jaar C - 2010

Zusters en broeders,

De voorbije jaren was het maar een mager beestje, maar godzijdank zijn ze er terug: de vele werkaanbiedingen, de ene al lokkender en veelbelovender dan de andere. Maar hoe lokkend en veelbelovend ook, ze zijn ook zeer veeleisend: je moet de juiste studies en opleiding achter de rug hebben, liefst een jaar of vijf ervaring kunnen voorleggen, meestal twee- of liever nog meertalig zijn, en natuurlijk moet je ook veel verantwoordelijkheidszin hebben, enthousiast, dynamisch, creatief en vastberaden zijn, en heel, maar dan ook heel flexibel zijn, en dat wil zeggen dat je te allen tijde beschikbaar moet zijn voor het bedrijf. Neem er 's morgens en 's avond de files bij, en het is duidelijk dat het bedrijf echt wel beslag legt op het leven van zijn werknemers. En is er iemand die daartegen protesteert? Nee, want wie dat doet, kan het meteen vergeten. Te nemen of te laten, zeggen de bedrijven, en als jij daar niet toe bereid bent, dan is dat voor ons geen enkel probleem: er zijn kandidaten genoeg die staan te drummen om die droomjob te krijgen. Tegen onze voorwaarden natuurlijk, wat dacht je.

In het evangelie hoorden we zonet: 'In die tijd trokken talloze mensen met Jezus mee. Hij keerde zich om en zei tot hen ...' Ja, wat zei Hij eigenlijk tot hen? Wel, hij zei wat Hij van zijn volgelingen verwachtte. Net als bij een werkaanbieding dus: 'Wil je mijn volgeling zijn, weet dan dat Ik het volgende van je verwacht.' En Hij begint op te sommen, en zijn eisen zijn niet van de minste, want Hij wil geen profiteurs en nietsnutten, maar gedreven, enthousiaste, dynamische en vastberaden mensen die weten wat ze willen, en willen wat ze weten. Doeners en denkers, dat eist Hij, net als de bedrijven vandaag. En Hij stelt het meteen zeer scherp: 'Wie Mij wil volgen, en zijn familie en zijn eigen leven niet haat, kan mijn leerling niet zijn.' Dat zijn heel zware woorden, zo zwaar dat ze niet passen in de mond van Jezus. Hij preekt immers de liefde als enige wet, dus kan Hij niet eisen dat je je familie en je eigen leven haat. Waar komt dat woord dan vandaan? Wel, Jezus sprak Aramees, en in die taal ontbraken de nuanceringen die nu heel gewoon zijn. Er waren geen tussenstappen tussen bijvoorbeeld wit en zwart, goed of kwaad, beminnen en haten. Het was het een of het ander. Wanneer Jezus dus zegt dat je je familie en je leven moet haten, dan betekent dit dat je bereid moet zijn je familie en je leven, dus jezelf en je eigenbelang, achter je te laten. Pas als je daartoe bereid bent, kun je Hem ten volle volgen.

En Jezus zegt ook: 'Weet waaraan je begint, want het zal niet altijd rozengeur en maneschijn zijn. Denk niet dat Ik elke ziekte met een mirakel, en elke hongersnood met een broodvermenigvuldiging zal komen oplossen. Denk dat vooral niet. Bezin dus eer je begint. Overleg met jezelf of je tegen een stootje en tegen vervolging kunt, of je ermee kunt leven dat je belachelijk gemaakt wordt omdat je mijn leerling bent, en of je tegen schandalen in mijn Kerk kunt, want mijn Kerk wordt geleid door mensen, en waar mensen zijn, wordt er gemenst. Ben je sterk genoeg om dit alles te dragen en te verdragen? Sterk genoeg in liefde en in geloof?'

'En als je dat allemaal kunt, als je sterk genoeg bent om tegenwerking, mislukking, vervolging en schandalen te verdragen, ben je dan ook nog bereid je kruis op te nemen om Mij te volgen? Je persoonlijke kruis en het kruis van de wereld om je heen? Het kruis van de wereld, dat kun je negeren. Je kunt zeggen: Het is ver van mijn bed, dat ze het zelf maar oplossen. Je kunt dus je hart en je portemonnee sluiten voor de miserie in de wereld, maar als je dat doet, kun je mijn volgeling niet zijn, want zelf heb Ik dat nooit gedaan. Ik ben opgetrokken tegen gelijk welk kruis dat de mensen sloeg, of het nu ging om mensen om me heen dan wel om mensen uit de vreemde. Dat moet jij dus ook doen als je mijn volgeling wilt zijn. En dan je persoonlijke kruis. Het kruis dat je ongevraagd treft en misschien nog meer het kruis dat je jezelf en je medemensen aandoet. Het kruis dus waar je zelf verantwoordelijk voor bent. Niemand verplicht je er bijvoorbeeld toe je eigen relatie en die van een medemens kapot te maken. En verder: je moét geen ruzie maken met je naaste, je moét niet onrechtvaardig en oneerlijk zijn, je moét je medemens niet zodanig benadelen dat je ervoor in de gevangenis belandt, je moét niet drinken en aan de drugs zitten, je moét niet met je ellebogen werken en over iedereen kwaad spreken, je moét je medemens geen pootje lappen, je moet je naaste door je schandalige rijgedrag niet de kliniek of de dood inrijden, je moet je niet aan kinderen vergrijpen.  En nog zoveel meer: allemaal dingen die je niet moét doen, maar waar je wel voor kiest, en die ieder voor zich een zwaar kruis betekenen. Een kruis dat je zelf zoekt en veroorzaakt.

En dan het kruis waar je niet om vraagt, maar dat toch op je kopt klopt. Het kruis van tegenslag, werkloosheid, financiële rampspoed, ziekte en dood, ongeluk en natuurgeweld. Als zulk kruis je treft, steek het dan niet op God, begin niet te roepen en te tieren tegen Hem. Negeer dat kruis ook niet, ontken het niet, steek je kop niet in het zand, want wat je ook doet, de werkelijkheid achterhaalt je toch, en hoe meer je ze ontkent, hoe harder de slag zal aankomen. Geef dus de moed niet op, maar vecht terug, blijf geloven en blijf hopen, en bid God om hulp en bijstand, en om kracht. Hij zal je verhoren.

Zusters en broeders, als christenen gaan we met zijn allen op sollicitatiegesprek bij Jezus. Willen we zijn volgeling zijn, dan moeten we aan bepaalde voorwaarden voldoen. En die voorwaarden, die last die Hij op onze schouders legt, is helemaal niet zwaar, integendeel, hij is licht, want hij maakt ons tot meer mens. Meer mens dan we zonder Hem ooit zouden kunnen zijn. Een mens die kan geloven en hopen, liefhebben en vertrouwen, bidden en danken. In één woord: een mens die probeert mens te zijn, dus een schepsel naar Gods beeld en gelijkenis. Ik vind dat helemaal geen zware last, integendeel, ik vind dat een heerlijke uitdaging: mens te zijn naar Gods beeld en gelijkenis. Kunnen we ons bij het begin van dit nieuwe school- en werkjaar een betere werkaanbieding voorstellen? Ik denk het niet. Amen.