Als iemand naar Mij toekomt (2010)

Jezus is op weg naar Jeruzalem.  Dit brengt voor hem het perspectief mee van het kruis.  Hij denkt daaraan en hij ziet het kruis aanwezig in het leven van zijn volgelingen.  De weg naar Jeruzalem is bij Lucas een tocht met veel variatie.  Jezus is bij een Farizeeër te gast en observeert de gasten.  Dan is hij alweer op stap met zijn leerlingen en neemt daarbij weldoende haltes.  Overal laat hij zijn toehoorders delen in zijn wijsheid. 

Er trekt nog steeds veel volk mee.  Maar Jezus wijst hen op de eisen van die tocht.  Hij verrast daarbij de toehoorder en lezer met dat woord over 'haten', waar hij tot dan toe de klemtoon legde op de liefde.  Jezus verontrust ons met zijn uitlatingen over 'haten' maar de exegeten brengen hier nuances aan.  Zij zeggen dat dit een typische Semitische uitdrukking is.  Het staat voor 'minder liefhebben'.  Semieten zouden minder genuanceerd spreken als wij. "Zij houden van sterke tegenstellingen: licht - donker; waarheid - leugen; liefhebben - haten.  Ook van radicale zinswendingen; afhakken van de rechterhand; het toekeren van de andere wang; in het geheel niet zweren.  Wanneer een Semiet te kennen wil geven dat het hij het een boven het andere verkiest, zal hij zeggen; 'Ik bemind dit en haat dat' (zie Gen. 29, 30-31; Deut. 21, 15-17).  Wij moeten het 'haten' van ouders dus niet letterlijk, d.w.z. niet in psychologische zin verstaan.  Jezus heeft het vierde gebod nooit opgegeven, ook niet in het Lucasevangelie (lees Lc. 18,20 = Mc. 10,19).  Jezus bedoelt het volgende: wie zijn leerling wil worden moet bewust loskomen ook van de meest intieme familiebanden.  Hoe belangrijk de banden van het bloed ook zijn, hoe diep zij ook verankerd liggen in de menselijke natuur en in de samenleving, de band met Jezus is belangrijker.  Voor Jezus en voor de heilswerkelijkheid van zijn koninkrijk moet al het overige wijken, ook datgene waaraan men als mens het meest gehecht is.  Alleen wie bereid is zijn menselijke zekerheden, zijn vertrouwd houvast, de warme genegenheid van een veilige thuis, zijn wensen en ambities los te laten en achter te stellen bij de binding aan Jezus kan zijn leerling worden.  Ja, zelfs zijn eigen leven, het martelaarschap, moet men voor Jezus over hebben" (S. Lamberigts, Dit boek gaat over Jezus, Lannoo, 1978, p. 164).

De uitdrukking is hierdoor gemilderd.  We hebben begrepen dat 'haten' en 'beminnen' wil zeggen 'de voorkeur geven'.  Zo moeten wij ondermeer de profeet Malachia lezen, waar de Heer zegt: "Jakob heb ik liefgehad, maar Esau gehaat" (Mal. 1,2-3).  Jezus heeft het vierde gebod niet afgeschaft.  Hij weeft en legt zelfs nieuwe familiebanden.  

De Handelingen - van dezelfde hand als het derde evangelie - tonen dat iemand christen kan worden én de familieband bewaren.  Zie Cornelius en zijn gezin (Hnd. 10); de tentenmaker Aquila en zijn vrouw Priscila, bij wie Paulus een tijd inwoonde (Hnd. 18,2-3); de evangelist Philippus en zijn vier ongehuwde dochters, die de gave van profetie hadden en bij wie Paulus en metgezellen in Caesarea onderdak kregen (Hnd. 21,8-9).  Paulus is gastvrij ontvangen bij Lydia, die purperen stoffen verkocht.  Zij en haar huisgenoten werden gedoopt.  Zij is een voorbeeld van deze mensen die hun goederen goed gebruiken en er de missionering mee ondersteunen (Hnd. 16,14-15).

De Nieuwe Bijbelvertaling geeft de volgende versie: "Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.  Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn."

De woorden van Jezus blijven alleszins radicaal.  Hij maakt de menigte die hem volgt ervan bewust dat navolging niet vrijblijvend is.  Het volgen van Jezus houdt in dat wij loskomen van het verleden en dit verleden loslaten.  Hij vraagt veel.  Hij geeft aan dat echt leerling zijn consequenties inhoudt:Jezus verkiezen boven de familie; het kruis dragen, Jezus achterna en afstand doen van bezit.  Wie Jezus volgt, zal de zwaarte van het kruis voelen en zoals Jezus vervolgd worden.  Echt leerling zijn houdt in dat deze als het er op aankomt, zoals tijdens vervolgingen, in staat is familiebanden op de tweede plaats te stellen.

Jezus brengt deze radicale boodschap aan met veel wijsheid.  Hij die aanvankelijk geen uitstel duldde voor wie hem zou volgen (Lc 5, 27-28), geeft zijn toehoorders nu der raad te gaan zitten voor overleg (Lc. 14,28-32).  Jezus kiest niet voor het roekeloze.  Daarom spreekt hij van de torenbouwer die berekent en de veldheer die overlegt.  Die beelden komen allicht uit het boek Spreuken: "Door wijsheid wordt een huis gebouwd, door inzicht houdt het stand, door kennis worden de kamers gevuld met rijke en kostbare pracht.  Alleen een wijze heeft kracht, inzicht maakt hem sterker.  Voer een oorlog met beleid, je zegeviert dankzij een keur van raadgevers" (Spr. 24,3-6).

We kunnen niet alles voorzien.  Kon Lucy twintig jaar geleden voorzien dat zij de laatste zuster zou zijn van haar congregatie?  Kon Jacques weten wanneer hij huwde dat zijn vrouw kort nadien zwaar ziek zou worden?  Kiezen is vertrouwen geven, al weten we niet wat de dag van morgen inhoudt.  Jezus houdt niet van eeuwige twijfelaars, die niet durven kiezen, noch kunnen beslissen.  De liturgie laat het slot weg, waarin Lucas spreekt over het zout, dat zijn smaak zou kunnen verliezen.  Wie kiest voor Jezus en breekt met het verleden moet er voor zorgen dat hij/zij stand houdt.  Hij/zij mag de kracht en de sterkte van de aanvankelijke keuze niet afzwakken.  « Celui qu veut être disciple ne doit pas affadir la vigueur de ses choix initiaux » (Cahiers Evangile 137).