Tafelmanieren

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 459 niet laden

Er wordt in onze wereld van welvaart en weelde nogal wat getafeld en gegeten. Kijk maar eens in de eetgelegenheden in de restaurants en terrasjes: het is meestal vollen bak.

Ook Jezus ging tijdens zijn leven nogal eens eten en tijdens dat eten deed hij soms nogal belangrijke uitspraken. Ook vandaag is Jezus te gast bij een voornaam rijk persoon van de gemeenschap. Hij doet hier vandaag enkele krasse uitspraken zowel voor degene die op het feest zijn als voor degene die het feest geeft.

 

1. Eerst heeft hij het over de genodigden. Ze zoeken de beste en voornaamste plaatsen. Ze willen perse zitten bij hun vrienden en vriendinnen en daarom hebben de eersten sjaaltjes, sjachochen en zakdoeken gelegd op de stoelen naast hen. Die moeten aan de anderen zeggen "hier is geen plaats voor jouw", hier wordt iemand anders verwacht. Als er dan toch iemand komt die voor de eerste keer komt dan dreigt die nergens terecht te kunnen. Hij of zij hoort niet bij een bepaald kliekje en dus... tot er iemand van het bestuur zich over haar of hem ontfermt. Vaak gebeurt dat niet want sommigen komen gewoon niet omdat ze er niet voor schut willen staan.

Toen Jezus dit zag gebeuren zette hij hen op hun plaats:

"Wanneer ge ergens uitgenodigd wordt ga dan op de minste plaats zitten". Zorg ervoor dat de anderen een goede plaats hebben zodat ze weten dat ze welkom zijn.

 

2. Ook voor degene die het feest geeft en uitnodigt heeft hij zijn raad gegeven. De algemeen aanvaarde gedragscode wordt zonder meer als onvoldoende afgewezen.

"Wanneer gij een maaltijd geeft nodig dan niet uw vrienden uit en rijke buren"!

In Jezus tijd, evenals in onze tijd, heerste er een felle relatiekoorts. Relaties hebben en relaties opbouwen was een belangrijke bezigheid. Dat begint ook al heel jong. Laats was ik in een familie. Het zoontje werd 11 jaar en hij had uitnodigingen gemaakt voor zijn schoolvriendjes die mochten komen: hij zou ze zelf in de bus steken. Wie mag er komen en wie niet? Leerkrachten vertellen dat het soms pijnlijk is dat een of ander kind nooit uitgenodigd wordt op zo'n verjaardagsfeestje. Het hoort er niet bij. Sommige ouders doen aan dat selectief feestjes geven niet mee om hun kinderen zulk onheil te besparen.

Andere ouders hebben daar wel aandacht voor en leren hun kinderen ook kinderen die minder kansen hebben dan zij een plaats te geven in de groep. Zo voeden ze hun eigen kind op tot een evangelische breeddenkendheid.

 

Waarom al die aandacht voor die onbekende en ongewenste medemens? Als Jezus vandaag in het evangelie zegt: als ge een gastmaal geeft, nodig dan armen, gebrekkige, kreupelen en blinden uit" dan wil hij daarmee zeggen dat er met Hem en nieuwe maatschappelijke ordening begint. Een ordening die niet vertrekt van hen die bovenaan staan op de ladder, maar met hen die zelfs geen plaats hebben op die ladder.

Jezus heeft niet alleen deze woorden gesproken: Hij heeft ze ook zelf in zijn leven tot vervulling gebracht.

Tijdens zijn leven gaat hij eten bij tollenaars en zondaars, tot grote ergernis van de goegemeente. Op het laatste avondmaal wast hij de voeten van zijn leerlingen als een meid voor alle werk.
De laatste plaats kan je niet meer innemen, zegt Ch. de Foucauld. Deze is al benomen door Jezus zelf. En als hij sterft is het tussen twee boeven.

Met Jezus is de nieuwe wereld van het Godsrijk begonnen. Aan zijn tafel mogen wij te gast zijn: rijk en arm, groot en klein, goeden en slechten. Maar of die nieuwe wereld verder reikt dan dit gebouw zal van ons afhangen.