Bescheidenheid, een slechte deugd? (2007)

In de dierenwereld zie je binnen een groep een soort rivaliteit tussen soortgenoten. De leider probeert door imponerend gedrag en door krachtig optreden zijn positie te behouden. Dit gaat zolang goed totdat de oude leider aan krachtsverlies lijdt en uiteindelijk zijn plaats moet afstaan aan een jongere. Op een ander niveau zie je dit ook onder mensen gebeuren. Er zijn personen die hun positie proberen te versterken door het uitbreiden van hun netwerk. Ze nodigen invloedrijke mensen uit en ontvangen hun met grote gastvrijheid. Ze laten zich terug nodigen om daarmee hun voordeel te doen. Daardoor zie je het gebeuren dat taken binnen een bepaalde kring verdeeld worden en een bepaalde macht wordt opgebouwd.
Jezus was wars van gesloten kringen die alleen maar goed voor zichzelf waren en zich nauwelijks bekommerden om de positie van de zwakkere mensen. Hij zag hoe vaak er afgunst heerste onder elkaar en allerlei wegen bewandeld werden om zichzelf op een hoger plan te plaatsen. Bescheidenheid is binnen deze kringen een onbekend woord. Vrijmoedigheid en brutaliteit zijn nodig om de ander de baas te blijven. In dit selectief gezelschap was geen plaats voor de gewone mens, die wellicht wel zou kunnen genieten van overdaad, maar zelf niet de mogelijkheid had om ook zo de ander te ontvangen. Omdat de rijken andere rijken opzochten, moesten de armen maar tevreden zijn met andere armen. Maar juist bij de armen zag Jezus ook dat zij vaak meer sociale verbondenheid hadden met elkaar juist door hun armoede. Wanneer zij de ander hulp verschaften gebeurde dit uit goedheid om de ander te helpen. Daardoor ontstond er geen wereld van rivaliteit, maar van solidariteit.
Mensen overstijgen het leven van de ‘animalfarm' door bescheidenheid en nederigheid. Wanneer de ander niet bang voor je hoeft te hoeft te zijn is dat een basis van vrede. Een vrede waarin het respect voor elkaar groeit. Beschaafde mensen hebben een cultuur ontwikkeld waarin zij de ander in hun waarde laten. De roep om beschaving wordt steeds sterker naarmate wij meer geconfronteerd worden met een neergaande spiraal in de samenleving. Bij het ideaal om ‘goed mens te zijn' kunnen wij haast niet om Jezus heen. Schijnbaar hebben ‘liefde voor God' en ‘liefde voor de mens meer met elkaar te maken dan wij eerst dachten