Verantwoording

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 483 niet laden
Ik heb deze week examen gehad en daarbij draait alles rond punten halen en liefst de meeste of toch een onderscheiding. Ook bij de bespreking van rapporten op het einde van een schooljaar draait alles rond het beste zijn, de meeste punten hebben, het hoogst kunnen mikken. Het lijkt trouwens wel of alles in onze wereld daarom draait. De beste zijn. We maken er televisieprogramma's over en we verheerlijken steeds die besten. Diegene die het verst kan springen, het snelst kan lopen, noem maar op. Maar ook in de economische wereld draait alles daar rond: alleen diegene die het grootste cijfer haalt, het beste rendeert, het meeste kan opbrengen, die eeuwige concurrentiestrijd. We vinden het bijna vanzelfsprekend dat alleen de beste meetelt. We wringen ons naar voor want alleen daar tel je mee, alleen daar schijnt er licht en de rest staat in het donker en staat daar niets te doen. En wil jij op beste plaats geraken betekent dat dat iemand anders daar niet kan zijn en dat die dus weggeduwd moet worden. Als het moet gebruiken we onze invloed of positie om ons dossiertje bovenaan te laten leggen. Het komt in onze samenleving maar al te vaak voor. Leven ten koste van anderen.

In de tijd van Jezus was het niet anders. En dan horen we het verhaal uit het evangelie van Lucas. Lucas die graag alles in tegengestelden verhaalt, bijna zwart wit. Vandaag is niet anders: de eerste en de laatsten. Wie krijgt onze voorkeur? We moeten er uiteraard niet om twijfelen: de eersten. En Lucas schetst een leuk verhaal. Een etentje bij een Farizeër. Niet gewoon dus, een echt diner waar de genodigden mannen van aanzien waren. En ze beginnen te wringen om op de beste plaatsen te liggen. Jezus krijgt dan het woord en geeft hen eigenlijk op hun donder. Let op, want als je je op de beste plaats hebt gewrongen, zou het kunnen zijn dat je je plaats moet afstaan. Maar als je tevreden was met een plaatsje achteraan, zou het kunnen dat je naar voor groepen wordt.

Verder krijgt ook de gastheer van het diner ervan langs. Hij wordt er op gewezen dat je dienstbaar moet zijn voor je medemens zonder dat je enige tegenprestatie verwacht. Ik nodig je uit zodat jij mij dan weer terug zou uitnodigen en zo wordt het kringetje gesloten. Lucas klaagt zo de beslotenheid aan van de eerste christengemeenschappen. De boodschap van Jezus is er voor iedereen en niet alleen maar voor ons eigen kringetje. Het is een oproep om onze horizon te vergroten. Niet alleen het kleine kringetje waarin we ons bewegen maar verder kunnen kijken. We moeten zorg dragen voor alle mensen, waar dan ook en hoe dan ook.

Oog hebben voor de laatsten, voor de mensen die het moeilijk hebben in onze ingewikkelde en veeleisende samenleving. "Maar wij zorgen toch goed voor iedereen", zeggen we dan, er zijn toch veel sociale voorzieningen waar die mensen die er nood aan hebben gebruik van kunnen maken. Je moet dat eens doen. Proberen aan een studiebeurs te komen en een sociaal abonnement, of beroep doen op een sociale dienst. Je moet al heel sterk in je schoenen staan om het te halen van het eindeloos doorverbinden en de massa regeltjes, voorwaarden en formulieren. Dossiers raken kwijt en mensen zijn onbereikbaar. "Ze moeten maar moeite doen", zeggen we, en daarmee is de kous af. De mensen die in nood zijn staan niet meer centraal, maar het juiste formuliertje of de juiste procedure. De laatsten blijven laatst.

Met het laatste deel van het evangelie hebben we het in deze tijd moeilijk. Lucas doet dat vaker, verwijzen naar het toekomstperspectief: het leven bij God na de dood. Wat je hier doet voor een ander, wordt je niet vergolden op de wereld maar in het leven na de dood zal het u vergolden worden. We worden ongemakkelijk bij dergelijke uitspraken. Het is natuurlijk te gek om alleen maar te leven met het zicht op een latere verantwoording aan God. Alsof ieder moment van geluk op deze wereld de toorn des Heren zal opwekken. Maar ik geloof in een moment van verantwoording die maakt dat er in dit leven verantwoordelijkheid moet worden genomen. En waar die verantwoordelijkheid ligt, wordt in de schrift zo vaak herhaald: bij de mens naast u. Dat we samen moeten kunnen zitten aan de ene tafel van de Heer, naast elkaar als één grote familie. Niet met eerste en laatsten maar op gelijke voet. Werken aan de droom van God, daar ligt onze verantwoordelijkheid.