Aan tafel (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

SPA-BLAUW

Bescheidenheid is niet ín. De tijdgeest en de reclame praten ons een ‘lef-gozerigheid' aan die uit spuitbussen en potjes komt. Voordat ik inga op het verhaal van Jezus, wil ik eerst duidelijk formuleren waar Jezus het níet over heeft. Jezus heeft het niet over valse bescheidenheid.

VALS

Bescheiden mensen zijn gelukkig en makkelijk. Verwaande mensen, die het glas Spa-blauw nog niet in het gezicht gekregen hebben, zijn lastig in de omgang en vaak ongelukkig. Maar ècht lastig zijn mensen die bescheiden líjken, maar die in er voortdurend op wachten totdat hun eer te beurt valt. We noemen dat valse bescheidenheid. Deze mensen zeggen dat ze niet bedankt willen worden en dat ze geen lintje willen, maar intussen hunkeren zij ernaar en voelen zich miskend als ze het niet krijgen. Valse bescheidenheid is het manipuleren van mensen in je omgeving zodat deze je extra gaan roemen. Over valse bescheidenheid heeft Jezus het dus niet!

WAARACHTIG

Jezus heeft het over waarachtig bescheiden lieden. Ik ken er velen, ook hier in Voerendaal. Ze staan altijd wat achteraan. Eenvoudige mijnwerkers bijvoorbeeld, die hun hele leven keihard gewerkt hebben, die nooit de kans gekregen hebben om iets te gaan studeren. Die zich altijd hebben ingezet voor hun gezin, trouw en betrouwbaar. Zonder ophef. Ze vermijden het om in het middelpunt te staan. Ze geven makkelijk voorrang op een gecompliceerd kruispunt. Ze zoeken hun naam niet tussen de geridderden op Koninginnedag. Naar hen gaat Jezus' voorkeur uit. Hij heeft ze liever dan de notabelen in de stad. Er zit in hun levenshouding meer waarachtigheid.

HOGEROP

Iemand die zichzelf een kanjer vindt, leeft in een schijnwereld. Hij heeft zichzelf opgeblazen. Een mens is immers wezenlijk broos en kwetsbaar. Hij leidt een riskant bestaan in deze kosmos. Roem is vergankelijk. Populariteit is klatergoud. Iemand kan zich aanmatigen heel wat te zijn, maar in het licht van de melkweg en een miljard jaar is hij niets.
Jezus stelt ons de eenvoudige man en vrouw tot voorbeeld. Hij vertelt hoe de gastheer naar hen toe gaat en zegt: ‘vriend kom wat hogerop.' Je ziet het gebeuren. De man krijgt er een hoogrode kleur van. Hij laat zich naar de ereplaatsen leiden maar eigenlijk heeft hij daar helemaal geen zin in. ‘Was ik maar thuis gebleven', denkt hij. ‘Had ik me door mijn vrouw maar niet laten overhalen naar dit feest te gaan.' Wat moet hij op de eerste rij? Waar moet hij over praten met de notabelen. Over voetbal en duivensport?
De emeeste eenvoudige mannen en vrouwen hoeven dit allemaal gelukkig niet mee te maken. Ze worden over het hoofd gezien. Niemand ziet hen staan of zitten. Er komt nimmer een attente gastheer die hun de eer geeft die hun toekomt. Misschien uiteindelijk. Misschien krijgen ze tenslotte een drukke begrafenis waar echte tranen worden geschreid. Dat wel.

RECHT DOEN

Als Jezus zijn verhaal vertelt dan laat hij zich leiden door een theologisch motief. Een mens die beseft hoe afhankelijk en kwetsbaar hij is leeft waarachtig. En: in de werkelijkheid van God moet er voor een mens genoegdoening zijn. Daar wordt onrecht rechtgezet. Nergens geef Jezus aan hoe dat gebeurt en hoe je je dat kunt voorstellen. Als Jezus erover vertelt doet hij het in beelden, beelden van een maaltijd, een rechtszitting of een oogstfeest. De werkelijkheid van God is immers voor ons onzichtbaar en ondenkbaar. Maar Jezus is ervan overtuigd dat elke mens tot zijn recht komt. Het geloof in een rechtvaardige God eist het. ‘Vriend, vriendin, kom wat hoger op!'

PIANO-LES

Lieve kinderen. Het gebeurde niet vaak dat de oma van Maaike op bezoek kwam. Oma woonde in Spanje. Een paar jaar geleden had oma gezegd: ‘Zo, ik vind het hier veel te koud!' en toen had ze een flatje in Spanje gekocht. Maar vandaag zou oma komen logeren. Pappa had haar van het vliegveld gehaald en tegen de middag arriveerde ze. ‘Zo, Maaike, wat ben jij groot geworden!' Oma bekeek haar van top tot teen. ‘Draai je eens om!' Daar had Maaike een hekel aan. Van oma moest ze zich altijd omdraaien. Of de voorkant niet genoeg was! ‘Speelt hier iemand piano?' vroeg oma. Haar blik was op de nieuwe piano gevallen in de andere kamer. ‘Maaike heeft les.' ‘O wat heerlijk! Laat eens iets horen.' ‘Ik kan nog niks' zei Maaike. Ik zit nog niet zolang op de muziekschool. Ik moet nog veel oefenen.' ‘Toe kind, niet zo bescheiden.' Maaike was naar de andere hoek van de kamer geslenterd, al bijna bij de deur naar de gang. ‘Toe, laat oma eens horen, het is niet erg als je foutjes maakt.' ‘Nee ik kan echt niet. Volgend jaar zal ik iets spelen.' ‘Toe, niet zo bang, laat eens horen!' ‘Maar ik heb ook pijn aan mijn vinger.' Maaike probeerde van alles, maar ze kwam er niet meer onderuit. ‘Vooruit, maar niet boos worden, ik heb jullie gewaarschuwd.' Oma ging bij de piano zitten. Maaike schroefde de kruk een beetje omlaag en zocht tussen de bladmuziek. Ze strekte haar vingers boven het toetsenbord en even later rolde er door de kamer een schitterende ‘Für Elise' van Beethoven. De mond van oma viel helemaal open en stil.