Je bent al belangrijk

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

IJdelheid en eerzucht, ze zijn van alle tijden. Jezus ziet hoe mensen aan tafel de beste plaatsen uitpikken, de ereplaatsen. Dat treft Hem des temeer omdat Hij zich in een gezelschap van 'vooraanstaanden' (prachtig woord!) bevindt, en wel op uitnodiging van een van de voornaamste Farizeeën. Hij lijkt een lesje in societymanieren te geven. Ga niet op de voornaamste plaatsen zitten, want dan kun je een blauwtje lopen. Neem een bescheiden plaats in, dan kan je de eer te beurt vallen dat de gastheer je vraagt wat hogerop te gaan zitten. Zo gaat dat nu eenmaal onder mensen. Zorg dus dat je dat spel handig speelt.

Het verhaal loopt wel uit op een boutade die bij ons minder in de smaak valt: ‘Die zich verheft zal vernederd worden...' Ons wordt altijd het tegendeel ingeprent: kom op voor jezelf, laat je niet doen! Nederigheid staat niet hoog genoteerd op de hedendaagse waardeschaal. Toch is ze een grondhouding in het christelijk geloof, op voorwaarde dat ze goed begrepen wordt.

Onderweg sloeg ik een woordje over. Er staat dat Jezus hun ‘een gelijkenis' voorhield. Dat is een verhaal met een dubbele bodem. Die sociale handigheid wordt een doordenkertje. Maar dan moeten we eerst het verhaal bekijken dat daarop volgt.

Nodig op een feestmaal geen mensen uit die hetzelfde voor je ‘terug kunnen doen' (rijke buren bijvoorbeeld), maar nodig armen, kreupelen en gebrekkigen uit. Zij kunnen niet hetzelfde terugdoen en - zo staat er letterlijk - ‘Wat een geluk voor u.' De voorname gastheer zal die uitspraak vermoedelijk maar matig geapprecieerd hebben. Het is eigenlijk een nauwelijks verholen belediging. Dit staat zo haaks op alle wijsheid en handigheid, dat er een diepere reden voor moet zijn, die een licht werpt op de gelijkenis van daarnet. Die diepere reden staat er trouwens ook bij: ‘Het zal u teruggegeven worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.'

Gelijkenissen willen onthullen hoe het in Gods ogen en plannen toegaat. Dat geldt hier zowel voor de nederigheid als voor de gratuïteit (het geven zonder iets terug te verwachten). De aansporing tot nederigheid wil zeggen: blaas jezelf niet op in de ogen van de mensen, maak jezelf niet belangrijker dan je bent, want je bent al belangrijk! In de ogen van God ben je immers een mens van waarde, bij Hem tel je mee. Dat is de wortel van de christelijke nederigheid en bescheidenheid. Je bent Gods beminde kind. En je disgenoot is dat ook. Stel je dus niet boven de ander, want met zijn allen zijn we Gods beminde kinderen. En wat die gratuiteit betreft: aangezien we per slot van rekening zomaar alles van God gekregen hebben, kunnen we maar beter even gratuit geven. Dan zitten zij die niets terugkrijgen echt wel op het beste spoor. Het is niet de eerste keer dat de grondwet van het Rijk Gods haaks staat op menselijke maatstaven.