Mee aan tafel

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Een van de voornaamste Farizeeën nodigt Jezus op sabbat aan tafel. Jezus neemt de uitnodiging aan. Hij is niet alleen uitgenodigd uit vriendelijkheid. Er is een andere bedoeling. Hij wordt in het oog gehouden. Ook is er sprake van een soort test. De Farizeeër en zijn vrienden willen weten wat hij eigenlijk wil. Hij - op zijn beurt - neemt de uitnodiging ook niet alleen maar aan uit vriendelijkheid. Ook hij heeft een dubbele bedoeling. Hij wil inderdaad laten zien wie hij is, en wat hij wil. Hij gebruikt de situatie aan tafel als zijn uitgangspunt. ‘Hij merkte op hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten,' schrijft Lucas. Hij moet ook opgemerkt hebben hoe zijn gastheer alleen maar zijn vrienden, zijn familie en rijke buren uitgenodigd heeft. Dat is zijn keuze niet. Hij staat erom bekend dat hij juist met een ander soort mensen aanzit. Hij heeft een voorkeur voor de armen en de gemarginaliseerden. Hij zegt wat hij denkt door hen een parabel te vertellen en daaraan wat raadgevingen te verbinden. Dat het hem daarbij niet alleen om beleefdheidsregels gaat is wel duidelijk. Hij vraagt om een radicaal andere tafelpolitiek.

In onze tijd wordt deze episode vaak gezien vanuit een situatie, waarin meer en meer wordt gesproken over ‘onze' optie voor de armen, over een voorkeur voor de misdeelden. Theologen doen dat in hun bevrijdingstheologie; bisschoppen tijdens hun synoden; religieuzen en missionarissen tijdens hun kapittels; parochieraden in hun vergaderingen; en sommige politici zelfs in hun verkiezingstoespraken. Het is een beetje mode geworden om dat te doen. Het hoort er bij. Bij al dat gemakkelijke gepraat wordt vaak over het hoofd gezien. hoe radicaal en revolutionair een dergelijke keuze is. Zo'n optie gaat regelrecht tegen de bestaande orde in. Je kunt allerhande theorieën opbouwen over de bestaande structurele onrechtvaardigheid in de wereld. Die onrechtvaardigheid heeft te maken met de manier waarop de economie, de politiek, de media en de godsdienst georganiseerd zijn. Bijna iedereen is ofwel direct ofwel indirect betrokken bij het behoud van die organisaties. Naar schatting is veertig tot vijftig procent van de werkende bevolking direct bezig in de bureaucratieën, die nodig zijn om die systemen te verzorgen en in stand te houden. Bijna de hele rest van de werkende bevolking is indirect voor hen aan het werken. Het is moeilijk van die twee groepen veel verzet te verwachten. Zelfs als ze het er over eens zijn dat de bestaande structuren niet juist zijn, dan hangen ze er toch zozeer van af dat ze niet bereid zijn er iets aan te doen. Zo gauw de economie goed gaat, neemt de invloed van de vak- en ambtenarenbonden af.

De verandering zal vanuit een andere hoek moeten komen. Het zal vooral komen vanuit degenen die niet kunnen meedoen: de uitgeschakelden, gemarginaliseerden, werkelozen, thuislozen en vluchtelingen, of - om het in de woorden van Jezus te zeggen - de armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden. Radicaal kiezen voor die groep gooit inderdaad de tafelorde in deze wereld helemaal om. Dat is niet alleen maar sociaal waar. Het is ook psychologisch, en zelfs ecologisch waar.

Christenen dienen de verongelukten en door het leven gewonden in hun sociale kring op te nemen. Dat is zonder meer een vereiste. Psychologisch moeten we dat ook doen door al de menselijke dimensies, die tot nu toe onderontwikkeld bleven, in ons bestaan mee ‘aan tafel' uit te nodigen. Dat is noodzakelijk op het persoonlijke vlak. Het is ook nodig op interpersoonlijk gebied. Het betekent in een kerkelijk verband bijvoorbeeld dat alles wat ‘moederlijk' en ‘vrouwelijk' is niet alleen maar gerespecteerd, maar ook serieus mee opgenomen moet worden. Ecologisch is dat ook onze opgave. We kunnen de dieren en planten, de lucht en het water niet langer verwaarlozen zonder ons menselijke leven onmo-gelijk te maken.

Het mensenkind Jezus komt als het oerbeeld van de gescha-pen volledigheid. Hij komt om de vergeten armen en gewonden bij ons aan tafel te zetten, maar ook om de verloren psychologische en ecologische dimensies in onszelf, en in onze wereld, mee uit te nodigen. En om dat zo goed mogelijk te doen, raadt hij ons zelfs aan om voor al die verwaarloosden de ereplaats in te ruimen.