De nauwe deur (Lc. 13,24)

 

Jezus is geen huisduif, hij is voortdurend onderweg. Lucas verhaalt over de tweede etappe van Jezus op weg naar Jeruzalem (Lc. 13,22-17,10). Jezus komt in dorpen en steden, waar hij predikt en verkondigt (Lc. 13,22). Jezus krijgt onderweg een waarschuwing dat Herodes hem zal vervolgen (Lc. 13,31-35).

Jezus trekt op naar Jeruzalem, hij zal er sterven en verrijzen. Op weg erheen geeft hij onderricht en hij zal tot in Jeruzalem blijven verkondigen. Na Pinksteren hebben de leerlingen daar over Jezus getuigd. Ze zijn van daaruit vertrokken, vooral wegens de vervolging, die er was ontstaan na de marteldood van Stephanus (Hdn. 8,1-4).

Het aantal geredden

Jezus heeft contact met veel mensen. Hij krijgt vragen te beantwoorden. Een man wil weten of velen zullen gered worden. Dit is wellicht niet de vraag waar velen nu van wakker liggen. Zeker niet, als we zoals hier met redding de zaligheid bedoelen. Mensen vragen eerder hoe kunnen we het hier goed hebben en hoe kunnen we hier gelukkig zijn

 Over redding wordt er wel gesproken telkens er een ramp gebeurt. Hoe veel slachtoffers zijn er, hoeveel zijn er gered? Donderdag 6 juni 2019 was op de kust van Normandië de herdenking van de D-Day van 1944. Velen hebben hun leven gegeven voor de bevrijding van Europa. Ik zit die dag in een tram van de Brusselse vervoermaatschappij. Druk en veel volk, een grote diversiteit. Wij rijden door straten en lanen, voorbij veel huizen. Wie van hen is bezig met de vraag aan Jezus over het aantal geredden? Wie luistert naar zijn antwoord over de ernst van het nu-moment? Misschien herkauwen enkele van hen de uitslag van de verkiezingen 26 mei en denken ze aan de weerslag hiervan op het vluchtelingenwerk. Gaat voor hen de deur nog wel open? Wie staat er allemaal buiten aan de deur? Wie houden wij buiten?

Deze vraag naar het aantal geredden leefde wel in de joodse middens. Er waren rabbijnen die beweren dat alle Israëlieten zullen delen in de komende wereld; anderen dat er meer zullen omkomen dan dat er zullen gered zijn. Volgens de Farizeeën komen alle Israëlieten in de toekomstige wereld (Mishna, Sanhedrin X,1). Volgens anderen zullen zij die omkomen en verloren gaan, talrijker zijn dan die gered en behouden worden (Vierde Esdras, IX 15).

De man die de vraag stelt, wil misschien het standpunt van Jezus kennen en wil van Jezus vernemen of hij zelf tot de geredden zal behoren. Hij is wellicht getroffen door het veeleisende van wat Jezus zegt en over diens ernst. Jezus sprak van bij het begin van zijn optreden over de noodzaak en de hoogdringendheid van de bekering. Hij herhaalt dit nu met veel aandrang.

Jezus gaat niet in op de speculaties over aantallen. Soms zijn wij te veel bezig met vragen over getallen en procenten. Wij zouden ook wel willen weten hoe veel mensen ‘nog’ geloven. Het woordje ‘nog’ heeft iets verontrustend in zich. Waar gaan we naartoe? Jezus weet dat zijn volgelingen een kleine groep zijn en heeft hun gezegd niet bevreesd te zijn (Lc. 12,32) maar tegelijkertijd geeft hij hen de verantwoordelijkheid mee om te verkondigen en naar andere mensen toe te gaan.

Span je in tot het uiterste

Jezus ontwijkt het antwoord over het aantal geredden. Maar hij spreekt juist over de inspanning tot het uiterste toe om door de nauwe deur binnen te komen. Jezus wijst op de ernst van wie met hem meegaat. Waar sta ik zelf met mijn geloof en mijn vertrouwen in Jezus? Het volstaat niet dat we hem ooit hebben gezien of hem eens hebben toegewuifd. Het is geen garantie dat je bij de Heer komt omdat je een lidkaart hebt van een of een andere club. Maar hebben we echt naar het woord van Jezus geluisterd en het opgevolgd? Hebben we het aangedurfd om zijn voorbeeld te volgen, om naar zieken te gaan, om onrecht aan te klagen en dit te verminderen?

Jozef Ratzinger, paus Benedictus, heeft als jonge theoloog al een pakkende zware vraag gesteld over het christen zijn. “Is de kerk van de voorbije decennia niet opnieuw op een opvallende wijze een kerk van heidenen geworden. Niet in de zin dat heidenen tot haar zijn toegetreden om christen te worden, maar dat wij nu met een kerk staan van heidenen, die zich nog christen noemen, maar in feite heidenen geworden zijn. Het heidendom zit vandaag in de kerk zelf” (Hochland 1958).

Jezus gebruikt het beeld van de smalle deur (Mt. 7, 13), die eens zal gesloten zijn. Wie zich bekeert, wie werkt aan gerechtigheid zal binnen gaan. Wie te laat komt, kan niet meer binnen. Jezus is zelf de deur en hij is de heer van het huis. Maakt de hedendaagse christen-heiden zich daarover nog zorgen?

Het ligt ons evenmin dat Jezus spreekt van inspanning om binnen te geraken. Hier komt de vraag naar boven over de werken, de verdiensten en het geloof. Jezus heeft wel een hard woord voor hen die pochen op eigen gerechtigheid. Volstaat het niet om in hem te geloven?

Het is hard om te horen dat Jezus tot de groep die niet binnen mag, zegt dat hij ze niet kent. Wij hebben toch gehoord over een God die er is voor alle mensen en over Jezus die goed is. Wij hopen dat het visioen van Jesaja in vervulling gaat. De profeet ziet alle volkeren optrekken naar Jeruzalem.

Aanzitten in het koninkrijk Gods

Voor Jezus is niet Jeruzalem ons aller einddoel, maar het feestmaal dat de Vader voorbereidt in het rijk Gods. Hij kent de voorzegging van Jesaja, die alle volkeren ziet optrekken naar de stad Jeruzalem. Jezus’ visie is los van nationalisme. Zijn toekomstbeeld is dit van de maaltijd. Jezus ziet een toekomst, die zich niet afspeelt in de stad Jeruzalem maar bij het feestmaal in het Rijk Gods.

Daar zijn de patriarchen aan wie God zijn beloften heeft gedaan. Daar zitten mensen die zowel komen uit de heidenen als uit de joden. Lucas denkt bij het schrijven van dit hoofdstuk en in feite doorheen gans zijn evangelie aan het onthaal dat het evangelie krijgt in de jonge kerk. Hij kent de eerste gemeenschappen waarin meer christenen uit het heidendom komen dan uit het Jodendom.

Er zijn laatste die eerste zullen zijn en eerste die laatste zullen zijn. De rollen kunnen omkeren. Hebben christenen in het Westen niet al te lang gedacht en gehandeld alsof zij de eersten waren? Kerkgemeenschappen buiten Europa kunnen ons nu voorgaan.

Wat voor Jezus telt is de verandering in gedrag. Het gaat over de ernst van het huidige moment. Toch geraken we niet binnen op grond van onze verdiensten. Het is de Heer die ons aanvaardt als we met een ontvankelijk hart naar hem toekomen. Er is een samenspel tussen onze persoonlijke inzet en de genade als de activiteit van God. Beide ‘partijen’ werken voor de volle honderd percent! Van mij als mens wordt gevraagd mij helemaal in te zetten. Maar het is God die het mogelijk maakt dat ik mij eraan zet. Niet hij die pocht op al zijn goede dingen en daden, krijgt de lof van Jezus maar hij die zich nederig op de borst klopt (Lc. 18,9-14).

Wij allen, wij moeten het nu moment ernstig nemen. Wij moeten ons ‘christendom uit gewoonte omvormen tot een geloof dat beleefd wordt als een persoonlijke band met Christus. Wij mogen onze tijd niet verspelen. We willen het woord van Jezus ernstig nemen en wij willen handelen zoals Jezus op zijn weg van Nazareth naar Jeruzalem.