Wie geraakt binnen?

 

De overbodige vraag naar het aantal

Als het over goede dingen gaat, zijn we er liefst allemaal bij. Een hemel waar ik alleen zou aankomen, is weinig aantrekkelijk. De Rijnlander is er zeer gerust in en hij zingt gaarne: “Wij komen alle, alle in de hemel.”

Met zijn nieuwsgierige vraag naar het aantal geredden wil de man van Jezus, op diens weg naar Jeruzalem, vernemen of hij zelf bij de geredden zal zijn. Hij wou misschien weten: “Wat moet ik daar voor doen?”

Jezus antwoordt niet op de vraag naar het aantal. Dit is trouwens geen levensvraag. Hij heeft het over inspanning en inzet. Hij laat horen dat anderen gemakkelijker binnengeraken. We bezitten geen heilsverzekering op grond van afkomst of relatie. Hij doet alvast een oproep om ‘ervoor te gaan’ en ‘gerechtigheid’ te bedrijven. Lucas, die drie Jezuswoorden samenvoegt, schudt zo zijn lezers wakker en beklemtoont alweer de ernst van de navolging. Hij, de evangelist van de barmhartigheid, brengt zijn lezers in de aanwezigheid van een eerder gestrenge en veeleisende God. Hij benadrukt de ernst van het heden. Stel niet uit tot morgen. Span je in om door de nauwe deur te geraken.

“Ze zijn geteld..

Maar wat zegt een getal?

Het is er mee als met het aantal kilometers van een reis.

Het is niet dat aantal dat iets zegt over de sfeer ervan, over de onvergetelijke indrukken.

Statistieken zullen we vergeten Maar wat er zich wekelijks afspeelt tussen God en zijn volk is onvergetelijk en niet te vangen in cijfertjes”

Manu Verhulst

Waar vind ik een genadige God?

De vraag naar redding en zielenheil heeft mensen bezig gehouden en ook angstig gemaakt. “Waar vind ik een genadige God?” was de kernvraag van Martin Luther. Wanneer heb ik genoeg gedaan? Kan ik wel het goede doen? Maar wat ik ook doe, het is alsof het niet volstaat. Dit maakte hem angstig. Het was voor hem bevrijdend te mogen horen dat alles genade is, dat God ons voorgaat. Maarten Luther (1486-1546) zou dit inzicht gekregen hebben tijdens zijn professoraat in Wittemberg en door de studie over de brief van Paulus aan de Romeinen. Hij ontdekte dat Gods gerechtigheid hem bevrijdt door Christus. Dit, niet op grond van verdiensten, maar dankzij Gods genade.

Waar vind ik een genadige God? Die vraag stak terug de kop op in het jansenisme, dat veel generaties heeft getekend.

Die vraag lijkt nu minder actueel. Onze horizon is zeer binnenwerelds. De meerderheid van onze tijdgenoten lijkt geen enkele behoefte te hebben om gered te worden. Deze vaststelling is een grote moeilijkheid voor de evangelisatie en de geloofsoverdracht. De Franse curiekardinaal Jean-Louis Tauran zei dit in een voordracht over de toekomst van het christendom. Hij is niet de enige om de vraag te stellen waarom zelfs de gedachte aan de noodzaak van een redder voor de meesten helemaal vreemd is.

“Je suis un voyou; ik ben een schurk”, zingt Georges Brassens. Hij trekt het zich weinig aan of God hem vergeeft of niet.

Le Bon Dieu me le pardonne

C’était un peu vrai

Qu’il me pardonne ou non

D’ailleurs, je m’en fous

J’ai déjà mon âme en peine

Je suis un voyou.

Toch blijven vragen naar heil de kop opsteken. Waarom schenken we zoveel aandacht aan geluk? Waar is het te vinden? Hoe geraak ik er het gemakkelijkst bij. Waarom floreert een moderne geluksindustrie, die met de vraag én de boodschap komt: “Mag ik jou zeggen waar je ziek aan bent? Ik heb het geneesmiddel?” (Dirk De Wachter, Borderline times. Het einde van de normaliteit).

Nu en dan stellen we de vraag: “Wat gaat er gebeuren met al die mensen op onze aardbol en al degene die ons voorgingen?” Wat is mijn toekomst? Wat is het leven dat we geleefd hebben? Is het maar dat?

Op het tweede Vaticaans concilie liet de Kerk zich bevragen door de wereld en door de niet-christelijke godsdiensten. De concilievaders keurden een verklaring goed, die ondermeer stelt: “Alle volkeren toch vormen één gemeenschap; zij hebben één oorsprong, daar God heel het menselijk geslacht over de gehele oppervlakte van de aarde deed wonen; zij hebben één einddoel: God, wiens voorzienigheid, bewijzen van goedheid en heilsbesluiten zich uitstrekken tot allen, totdat de uitverkorenen verenigd zullen worden in de heilige stad, die door Gods luister verlicht zal worden en waar de volkeren in haar licht zullen wandelen. De mensen verwachten van de verschillende godsdiensten een antwoord op de verborgen raadselen van het mens-zijn, die evenals vroeger ook thans de harten van de mensen diep beroeren: Wat is de mens? Wat is de zin en het doel van het leven? Wat is goed en wat is zonde? Wat is de oorsprong en de zin van het lijden? Welke is de weg naar het ware geluk? Wat is de dood, het oordeel en de vergelding na de dood? Wat is tenslotte dat laatste, onuitsprekelijke mysterie dat ons bestaan ontsluit, waaraan wij het ontstaan danken en waarheen wij op weg zijn?” (NA 1).

Een zelfde reeks vragen halen ze aan in de constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd: “Oog in oog met de ontwikkeling van de huidige wereld stellen met de dag meer mensen de hoogste fundamentele vraag, of zij ervaren deze althans nieuw en levendig: wat is de mens? Wat is de zin van het lijden, van het kwaad, de dood, die toch steeds blijven bestaan, hoe grote vooruitgang er ook is gemaakt? Waartoe die overwinningen welke voor zo’n hoge prijs zijn verworven? Wat kan de mens doen voor de maatschappij, wat ervan verwachten? Wat volgt er na dit aardse leven?” (GS 10).

Een barmhartige God

Een christen gelooft dat onze verbondenheid met Christus leidt naar het volle geluk. God biedt ons in Christus zijn barmhartigheid aan. De heilstoezegging van God gaat al onze inspanningen vooraf. Paus Franciscus houdt veel van de leuze Miserando atque eligendo en drukt daarmee zijn geloof en vertrouwen uit in de barmhartige God. Sinds zijn eerste toespraak bij het angelusgebed heeft hij al herhaaldelijk gezegd: “Het gelaat van God is dit van een barmhartige Vader, die altijd geduld heeft.”

God neemt ons op als we met een rouwmoedig hart naar Hem toegaan. Dieu ne peut que donner son amour, Notre Dieu est tendresse ! Ô Dieu qui pardonne.

God is er voor ons, maar Hij redt ons niet zonder ons. Hij is niet voor automatismen.