Wie te laat komt wordt door het leven gestraft!

21e zondag door het jaar                 Cyclus c         2013                           Jes 66, 18-21

                                                                                                                      lucas 13, 22-30


Wie te laat komt wordt door het leven gestraft

Beste vrienden,


“Erbij horen, dat is het waar het op aan komt!” – het is een slogan die ook past op de vraag hoe het ons na ons aardse leven zal vergaan.  Het aantal mogelijkheden dat ons de dag van vandaag wordt aangeboden wordt alsmaar groter en wat de klassieke religies ons in dit verband aan te bieden hebben is daar maar een klein deel van. Getuigen van Jehovah, Scientology, Antroposofen, Evangelicals, Esoterie en zelfervaringsgroepen van alle aard verkondigen hun leer op die markt van mogelijkheden. Ze vechten allemaal om de gunst, en ook om het geld, van mensen die zich afvragen: Is na de dood nu werkelijk alles voorbij, of is er inderdaad meer dan alleen maar dat korte leven hier op aarde?  De vraag is zo oud als de mensheid zelf en ze spookte ook door het hoofd van die mensen die zo’n tweeduizend jaar geleden met Jezus op weg gingen: “Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?” Voor diegene die zich aan de juiste kant waant is dat een puur retorische vraag – maar voor diegene die de vrees koestert dat het na dit leven wel eens voorgoed gedaan kan zijn, is dat een uitdrukking van  angstige zorg.  Nu moeten we echt niet doen alsof die vraag ook ons niet zou bezighouden. Want door alle eeuwen heen stellen ook christenen zich telkens weer angstig diezelfde vraag: “Heer, zijn het maar weinigen die worden gered?”  En vooral: “Zal ik worden gered?”

In veel persoonlijke gesprekken, vooral bij de voorbereiding van een uitvaart, kunt ge die diep gewortelde angst nog altijd aanvoelen. De angst of dat armzalige leven van ons in Gods ogen wel zal voldoen.  En Bijbelse spreuken zoals: “Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren” of “er zal geween zijn en geknars van tanden” wekken de angst bij vele, ook zeer gelovige, mensen.  Veel mensen vragen dan ook duidelijke richtlijnen over wat ze moeten doen om bij diegenen te horen die door die “smalle deur” binnen kunnen gaan.  Wel, beste vrienden, ik wil hier niet moraliseren en zeker ook geen dreigende boodschap verkondigen. Ik wil gewoon iedereen uitnodigen om zich aan Jezus’ boodschap te oriënteren.   Hij geeft ons geen antwoord vanuit de wet, maar Hij wijzigt gewoon het perspectief: Voor Jezus gaat het niet om het gered worden op zich, maar gewoon om onze inzet daartoe: “Doe alle moeite om door die smalle deur binnen te geraken!”  In dit evangelie hebben we een dubbel spanningsveld. We kunnen er twee onbekende factoren in herkennen: Aan de ene kant weten we niet hoeveel tijd we ter beschikking hebben en aan de andere kant kennen we de opdracht niet die wij, in de ons gegeven tijd, moeten vervullen.  Ik denk dat ieder van ons die spanning aanvoelt omdat niemand weet hoeveel tijd van leven hij of zij nog voor zich heeft, en omdat we ook de weg die we nog moeten afleggen om door die smalle deur te gaan, niet kennen.

Het evangelie geeft ons daar geen antwoord op – maar het wijst ons wel op een aantal mogelijkheden om dichter bij die twee onbekenden te kunnen komen.  Eerst moeten we er achter komen wat de opdracht juist is:  Jezus, de Heer des huizes, zegt tegen diegenen die aankloppen: “ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?”.  Dan stelt zich voor ons als toehoorders toch de vraag: “Welke is dan de opdracht die die mensen klaarblijkelijk niet hebben vervuld waardoor ze nu afgewezen worden? En waarom zo radicaal?”   Daarbij moeten we bedenken dat uit elke gave die we krijgen ook een opgave voortspruit. En de gaven die wij mensen nu krijgen, zijn identiek dezelfde als toen.  God geeft zichzelf aan ons in zijn woord en in de eucharistie. De geloofservaringen die wij mensen hebben zijn ook niet gebonden aan specifieke plaatsen en tijden.  Heiligenbeelden die bloed wenen of wonderbare verschijningen zijn misschien wel spectaculaire gebeurtenissen, maar ze getuigen daarom nog niet van de exclusieve nabijheid van God.  Ieder van ons kan God ervaren in de gewone dagelijkse dingen: wanneer ik duidelijk aanvoel dat ik op een bepaald iemand kan vertrouwen; wanneer ik in tijden van angst en nood de nabijheid van een medemens ervaar, iemand die er gewoon voor mij is; wanneer ik, ook in de diepste schuld, gans onverdiend vergeving krijg, zonder dat ik er iets voor in de plaats moet geven – of wanneer ik gewoon de liefde van een medemens mag ervaren, uren van geluk – dan is God bij mij – dan is Hij voelbaar.   En wanneer wij zo veel van Hem krijgen, dan is het toch ook onze taak om dat door te vertellen en dan is het toch normaal dat ook wij zo zouden handelen zoals we het van Hem hebben ervaren.  Onze positie binnen of buiten de Kerk speelt daarbij geen enkele rol. Wij moeten alleen maar doorgeven wat we zelf hebben ervaren, niet meer, maar ook niet minder. Voor ieder van ons geldt: op het spreken over het doen komt het niet aan, wel op het doen zelf!  Voor Jezus moeten we geen enorme kennis vergaren, we moeten ook geen bijzonder hoge of belangrijke positie in de maatschappij hebben en we mogen zeker geen lege beloftes doen – het enige wat voor Jezus belangrijk is, is dat we Zijn boodschap van liefde, en van begrip voor elkaar, doorgeven, en vooral dat we er ook naar handelen.  En dan vragen we ons natuurlijk af: wanneer moeten we daar mee beginnen?  Hoeveel tijd we daarvoor krijgen, weten we niet. Maar we herinneren ons allemaal nog wel wat Michael Gorbatsjov in de zomer van 1989 in de toenmalige DDR gezegd heeft: “Wie te laat komt, wordt door het leven gestraft”.  Vier weken later viel de muur van Berlijn.

Jezus zegt gewoon: “Doe jullie uiterste best!” Dat geeft ons toch de zekerheid dat, wanneer we ermee beginnen, we alleen maar kunnen winnen en niets te verliezen hebben. Niemand, noch onze medemensen, noch God, verwacht van ons de perfectie in woord en daad.  De eerste stap is altijd de moeilijkste, maar alleen wie begint met door te geven,  kan ook de gevolgen waarnemen en kan ervaren dat datgene wat hij geeft ook altijd meervoudig naar hem terugkomt.

Iedereen die Jezus’ boodschap heeft gehoord en die ze ook  verder heeft helpen verspreiden is van harte welkom in het rijk Gods. Hoeveel tijd en omwegen er daarvoor nodig waren is niet van belang. De strenge vermaning van de smalle deur geldt vooral voor al diegenen die denken dat ze een recht hebben op de gemeenschap met God – als het ware de zekerheid van een gereserveerde logeplaats in de hemel.  Maar noch het gewoon deel uitmaken van het uitverkoren volk of van de kerk, noch het letterlijke  opvolgen van wetten en regels geeft ons de garantie om gered te worden.

In het evangelie van vandaag wil Jezus ons wakker schudden uit die mentaliteit: Het is toch zo gemakkelijk om hier te zitten, de viering te volgen, naar de preek te luisteren, om daarna terug naar huis te gaan en alles op zijn beloop te laten zoals altijd. Maar dat is nu juist wat niet mag gebeuren. Jezus wil ons wakker schudden! Hij wil dat wij de eerste stap zouden zetten om die taak op te nemen en tot een goed einde te brengen.  

Nu is het de tijd om daar mee te beginnen – we kunnen niet meer wachten tot later! Anders haalt dat gevleugelde woord van Gorbatsjov ook ons in: “Wie te laat komt wordt door het leven gestraft”.

Amen.