Gestraft (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

MANNETJE

Een mannetje van een jaar of drie vier liep nieuwgierig de doopkapel binnen in de Laurentiuskerk. Hij had een baseballpetje op en een heus klein spijkerbroekje aan. De pijpen waren royaal omgeslagen. De handen hield hij diep in zijn zakken. Zijn blik viel op de doopvont, meer speciaal op de monsters die er tijdens de 13de eeuw in zijn uitgehouwen om kwade geesten af te weren. Hij wees ernaar. ‘Dino's!', riep hij tevreden. Niemand luisterde. Mamma had het druk met de baby. Die kreeg nog een doopkleedje aan. Pappa parkeerde de kinderwagen bij het Maria-altaar en de peettante tilde een hele oude oma over de drempel. Dus sprong het mannetje naar een van de vier monsterkoppen die de paradijsrivieren symboliseren. Hij probeerde zich eraan op te trekken. Omdat dit niet lukte, sleepte hij een bidstoel naar de vont en klom erop. Nu greep pappa in. ‘Hier Joris! Eraf! Je mag niet zomaar overal in klimmen. Dat weet je best. Dadelijk wordt meneer pastoor boos!' Nu werd het pijnlijk. Ik werd ongewild in de opvoeding betrokken en fungeerde als de boeman. Ik vond Joris wel leuk. Een echt aapje; wilde overal in klimmen. Joris wierp me een blik toe. Hij voelde dat ik hem geamuseerd gade had geslagen en hij beklom opnieuw de stoel om over de rand van de doopvont te kijken; misschien wel om erin te springen. Pappa deed een stap naar voren en gaf hem een ferme tik. Joris zette het op een schreeuwen en dat is de hele doop niet meer goed gekomen.

 

STRAFFEN DOET PIJN...

 

De bestraffing van een kind is pijnlijk om mee te maken. Als bezoeker of gastheer word je er niet graag bij betrokken. Voor de vader is het nog veel pijnlijker om de straf op te leggen. Hij had het zich makkelijk kunnen maken door te doen alsof hij niets zag. Maar hij hield van zijn zoon. Hij wist dat zijn kind grote voordelen heeft in het leven, als het zich weet te gedragen. Deze vader strafte niet omdat hij zijn eigen rust zocht, omdat hij ongestoord t.v. wilde kijken. Hij deed het uit liefde voor zijn zoon.
Er wordt veel over gepraat, bij de kassa, aan het schoolplein, op verjaardagen: straffen ouders hun kinderen wel genoeg? Knijpen ze niet teveel hun ogen dicht! Als de kinderen groter zijn, is het te laat. Dan zijn de ouders niet meer in staat om de vernielingen en de drinkgelagen in te dammen. Of straffen ze teveel uit gemakzucht? Delen ze straffen uit terwijl hun kind dringend behoefte heeft aan aandacht en genegenheid?
Paulus heeft in zijn brief ouders op het oog die veel van hun kind houden. Niet uit gemakzucht, niet omdat ze gevoelig zijn voor de omstanders die meeluisteren in de winkel, maar omdat ze van hun kind houden, daarom nemen ze zich de moeite om bepaalde grenzen te bewaken. Ze straffen niet vaak. Meestal overleggen ze en belonen ze, maar soms laten ze duidelijk hun afkeuring merken. Uit liefde.

 

...BIJ DE STRAFFER!

Iemand is ziek. Het leek aanvankelijk op een kneuzing; niet iets om mee de dokter te bezoeken; maar na maanden wachten en rondlopen met een zeurende pijn, toch maar eens gegaan. En toen kwam het slecht bericht. ‘Meneer is ernstig ziek. Misschien is hij niet meer te helpen.' De klap kwam zwaar aan. De man voelde het als een onverdiende straf. Het vreselijke bericht bracht hem terug naar de meest verloren ogenblikken van zijn kindertijd waarin vader en moeder zich van hem hadden afgewend. En later vroeg hij mij: ‘Waarom word ik gestraft?' ‘Waaraan heb ik dat verdiend?' Ik ging niet mee met zijn suggestie. ‘Je ziekte is niet een straf van God. Zo werkt dat niet.' God schept geen genoegen in het lijden van mensen. Het is nu eenmaal zo dat onze eerste straffen onverdiend waren. Ze kwamen van een liefhebbende vader. Als een jongen in de boom wil klimmen legt vader hem een straf op om hem te behoeden voor een val. Terwijl Joris in de doopvont wil duiken, tikt vader hem op de wang.

 

EEN LIEVE GOD

De apostel Paulus bedoelde niet dat onze ellende een straf is voor overtredingen. Hij zegt dit: als we het gevoel hebben gestraft te worden, dan moeten we weten dat we een lieve vader hebben.
Joris snikte nog wat na tegen de kuiten van zijn vader. ‘Zo', zei ik. ‘Nu gaan we water gieten over het zusje van Joris. Vader, til Joris maar eens op.' Pappa tilde zijn zoon op. Joris kon eindelijk een blik in het water werpen. ‘Wil je me helpen? Ik maak haar nat en jij droogt haar af!' Ik reikte hem het handdoekje aan. Maar de hand van Joris negeerde het handdoekje en greep naar de schelp in mijn andere hand. Híj wilde nat maken, kon ík afdrogen!

PRINSES OP DE GANG


Lieve kinderen. ‘Wie heeft er thuis wel eens straf gehad?' Juffrouw Judith keek het kringetje rond. De meeste kinderen schudden hun hoofd. Nee, die waren nooit stout; niet dat ze zich konden herinneren. Maar Chantal stak haar vinger omhoog. ‘Vertel het ons maar eens', zei juffrouw Judith. ‘Welke straf heb je gehad?' ‘Nou, als ik boos ben, dan moet ik op de gang staan. Ga daar maar eens afkoelen, zegt mamma.' Alle kinderen begonnen te lachen. ‘Afkoelen doe je met soep', riep Bjorn. ‘Ik ga ook niet afkoelen', vervolgde Chantal ernstig. ‘Ik speel dat ik een prinsesje was en dat ik was opgesloten in de toren van een heel groot kasteel. En beneden stonden de mensen te zwaaien en dan wachtte ik op de prins.' ‘En hoelang moet je dan op de gang staan?', vroeg Judith. ‘Soms mag ik al naar de kamer en dan is de prins nog niet geweest. Laat me nog maar even staan, zeg ik dan tegen mamma.' Want als Chantal op de gang stond, dan voelde de mamma de straf!