Ieders eigen verantwoordelijkheid

Als kind doe je dingen
waarvan je vaak als volwassene denkt,
hoe heb ik dat kunnen doen!
Ik herinner mij hoe ik vroeger
als koorzangertje op de zangzol¬der
met andere jongens voordat de mis begon
(zonder dat de pastoor of de diri¬gent het in de gaten hadden)
van de koorzolder af de kerkto¬ren in klom om daar
de klokken te horen luiden zodat je je oren dicht moet stoppen..
Al deze waaghalzerijen horen kennelijk
bij de groei naar de volwassenheid
en later denk je er vaak met plezier aan terug.

Jeugdig enthousiasme is een goede eigenschap
ook bij jonggehuwden in hun eerste huwelijksjaren,
jeugdig enthousiasme en ook soms
waaghalzerij.

Ik vind de situatie van de leerlingen van Jezus
een beetje daar mee te vergelijken.

Ze zijn hun Heer gevolgd en ze zijn enthou¬siast
maar wat ze allemaal boven het hoofd hangt?
'Je moet stevig in je schoenen staan om te volharden...'
is iets wat Jezus hun regelmatig voorhoudt.
Het is geen gemakke¬lijke weg die je volgen kunt,
je vindt geen gespreid bed voor je klaar.

Het Lucasevangelie vertelt ons over Jezus' levensweg,
zijn trektocht door het joodse land,
zijn opgang naar Jeruzalem.
De trektocht is begonnen in de synagoog van zijn vaderstad
waar Hij enthousiasme
maar tegelijk ook grote opschudding te weeg brengt:
de leerlingen vinden het geweldig... nog wel.


Jezus gaat verder en ontmoet op de berg Tabor twee profeten,
Mozes en Elia die met Hem spreken over zijn grote tocht,
een soort Uit¬tocht die lijkt op de uittocht onder Mozes uit de slavernij van Egypte.
Wat zou die uittocht inhouden?

Zijn uittocht zal een opgang zijn naar Jeruzalem
waar Hij per se naar toe moet.
En wat is het doel van de reis?

De argeloze leerlingen krijgen het maar al te duidelijk te horen:
'ik moet vandaag en morgen goed doorreizen
want het gaat niet aan dat een profeet
buiten Jeruza¬lem sterft.'
Zijn reis naar Jeruzalem is iets anders dan een dagje Amsterdam
zijn reis naar Jeruzalem loopt uit op zijn dood maar..
tegelijkertijd zal juist die reis een doortocht worden,
dwars door de dood heen!
Jezus de voorganger zal zijn mensen
door het donker heen voeren en hen brengen in een nieuwe wereld.
Nu vinden de apostelen het toch een beetje griezelig worden.
Moeten er niet erg veel hindernis¬sen worden genomen?
Zijn ze daartoe wel in staat? Komen ze er wel doorheen??

De kinderen van het begin denken niet over de gevaren na,
ze klimmen gewoon de boom in of de kerktoren
zonder te beseffen dat ze naar beneden kunnen vallen
en iets breken....
De leerlingen van Jezus zijn geen kinderen meer
ze voelen zich trots maar ook bang, ze voelen het gevaar.
Trots zijn ze omdat ze uitverkoren zijn
om met Jezus mee te doen
maar ook bang omdat ze beseffen ook moeilijkheden
te zullen ontmoeten.

Bezorgd vragen ze zich dan ook af
of ze het wel zullen overle¬ven en ze zeggen tot Jezus:
'Heer het zijn er zeker weinigen
die dit alles zullen kunnen doorstaan
en gered zullen worden.'
Maar zo is het niet.
Jezus is niet bezig een soort afval-race te organiseren
zodat alleen de super sterken overblijven.

Tot iedere volgeling - hoe zwak ook- persoonlijk wordt gezegd:
'span je in om door de nauwe deur naar binnen te komen.'
Betekent dat alleen maar dat een heel klein aantal
hele goede , brave volgelin¬gen zullen volhouden,
alleen diegenen die ¬door dat nauwe deurtje kunnen?

Neen, dat is niet de bedoeling.
Waar het het Koninkrijk van God betreft-
zal ieder per¬soonlijk moeten kiezen
terzake van ja en nee
en of hij op wil komen voor gerechtigheid en vrede,
lief¬de en trouw of niet.

Je zou kunnen zeggen dat er gelukkig
-om even op die beeldspraak van die nauwe deur terug te komen-
een hele boel nauwe deur¬tjes zijn:
misschien wel voor ieder persoonlijk één.

Ieder persoonlijk wordt uitgedaagd,
(iedereen is nodig;
een bekend spreekwoord variërend:
IEDER MENS IS ONMISBAAR. )

Het zal je goed gaan als je mee doet
aan dat geheime groeiproces van het goede en het nieuwe.
Maar het gaat allemaal niet vanzelf.
Je geloof is niet alleen maar een beetje gezellig achter Jezus aan hangen,
het wel mooi vinden wat hij zegt
en alleen maar genieten van de fraaie liturgie en de zang.

Je kunt niet volstaan met te zeggen:
'Heer we hebben toch altijd met U gegeten en gedronken.'
We zijn altijd lid geweest van katholieke verenigingen
en hebben de kerk geen moment losge¬laten.
Natuurlijk, dat is goed. Maar het is alleen maar de buitenkant.
Het gaat om meer.
Geloven in Gods Koninkrijk heeft -als het goed is-
te maken met in je hele leven van alle dag
doen wat je te doen staat.
En dat vraagt veel van je!
Binnen de joodse traditie wordt verteld
hoe ieder goed mens wordt getest.

1 Als een pot die net gebakken is
en die door de maker, de pottenbakker wordt beproefd
door er steeds op te slaan
omdat hij zo van de prach¬tige klank geniet.
Een rechtvaardige die beproefd wordt
op zijn kwaliteit geeft ook een klin¬kend resultaat.
En dan moet iedereen het toegeven:
dit is kwali¬teit, ik hoor iets goeds.

2 Ook wordt de rechtvaardige getest als het vlas
dat door er steeds op te slaan
met een stuk hout steeds sterker en glanzen¬der wordt
Ieder mens wordt getest door de dingen die hij meemaakt.
Ieder mens wordt op zijn tijd geslagen.
Het gaat er niet om die beproeving op te zieken
maar wel kan soms degenen die het heeft meegemaakt
-neen vooral de anderen niet-
zeggen: ik ben er beter van geworden, rijker, sterker.

En het joodse verhaal gaat verder:
Je bent gelukkig nooit alleen met je worsteling
het is als met het juk
dat de sterke en de zwakke os samen dragen.
De sterke zal vaak de meeste kracht moeten leveren
maar bij mensen is vaak het ene moment de ene zwak en de andere sterk
en een ander moment is het omgekeerd.

De profeet Jesaja had het in een droom al gezien:
Iedereen die zijn best doet,
iedereen die de kar van de vernieu¬wing der wereld
wil trekken mag meedoen.

En alles wat goed is,
het kerkelijke maar ook het niet kerke¬lijke werk,
wat ouderen én jongeren doen aan goeds,
aan troos¬tends, aan genezends...
dat alles maakt deel uit van het grote goede plan van God.

Jesaja ziet al die mensen van goede wil zich verza¬melen.
Alle¬maal mensen die individueel JA hebben gezegd,
die ZELF de keuze hebben gemaakt
maar samen een grote menigte vormt
die zich verzamelen zal op Gods heilige berg.
'Ik ken ze' zegt de Heer en 'ik ken hun werken,
in alle tijden zullen ze gevonden worden,
de mensen die trefzeker kiezen, die volhouden,
die op hun post zijn als ze nodig zijn..
In iedere generatie worden ze gevonden.

Het verhaal van God die met de mensen bezig is
gaat ook verder... in deze tijd, men zegt een moeilijke tijd voor de kerk.
Maar er zijn steeds mensen die inhaken en die het geloofsavontuur aandurven.
Er zijn steeds mensen die hun kinderen willen laten dopen
en ook volwassenen die zich willen laten dopen en vormen.

Ik sprak een moeder die zich zo ongerust maakte over haar kinde¬ren:
ze gingen niet meer naar de kerk.
'Dan groeien ze zeker op voor galg en rad' opperde ik.
Ik wist natuurlijk dat dat niet waar was anders kun je zoiets niet zeggen.
'Neen, zeker niet zei ze, het zijn goede mensen.'
En alsof dat nog niet voldoende was: de ene werkte bij artsen zonder grenzen,
een andere gaf les aan buitenlandse kinderen
en de derde deed veel voor het vluchtelingenwerk.
Geen reden dus tot overdreven bezorgdheid
hoe goed het natuur¬lijk zou zijn als ze onze kring met hun aanwezigheid
kwamen verrijken en voor hen zelf ter bemoediging
het verhaal van God met de mensen hier zouden horen
om zich bevestigd te voelen bij hun werk.

'Ik ken ze' zegt de Heer en 'ik ken hun werken,
ik ken hun gedachten, ze horen bij mij.'

In een prachtige hymne van Huibers en Oosterhuis heet het:

Gezegend sterk voor zwak, en zwak voor sterke
gezegend de mens die zijn naaste bijstaat:
gezegend de man voor de vrouw en de vrouw voor de man.
Gezegend die goedheid uitstraalt en wie lief is.
God heeft ons allemaal nodig
en wil verzamelen alles wat er aan goeds in deze wereld is.

Voor allen die bij Hem aankomen en voor Zijn Koninkrijk kiezen
wil Hij tot in lengte van dagen de ene goede Vader zijn,
die de Zijnen trouw is en die ze nooit loslaat van hun levensdagen niet!