21e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De droom van Martin Luther King over een wereld waarin allerlei mensen uit diverse windstreken, alle kleuren en talen, zouden aanzitten aan één en dezelfde tafel, had hij niet van vreemden. Duizenden jaren voor hem heeft Jesaja al zo ‘n visioen over een wereld waarin alle mensen in vrede leven, als kinderen van één en dezelfde God.

Maar die eensgezinde wereld laat daarom zo lang op zich wachten, omdat er nog altijd mensen zijn, volken en allerlei religies, die denken dat zij beter zijn dan die andere. Ook onder de volgelingen van Jezus waren er al zulke zelfgenoegzamen, en ze zijn er gebleven. Nog altijd zijn er onder ons mensen die denken dat zij dichter bij God staan dan de anderen. Het is dit gebrek aan bescheidenheid, waar Jezus zo voor waarschuwt. Hij heeft blijkbaar een hekel aan gelovigen die denken dat zij de enig echte zijn.

‘Heer, doe open', roepen ze. Maar, vertelt Jezus, de deur zal dicht blijven, en het antwoord van de andere kant zal zijn: ‘Ik ken jullie niet'. En dus roepen ze: ‘Maar we hebben nog wel met u gegeten en gedronken, en in onze straten hebt ge onderricht gegeven'. Maar de deur zal dicht blijven voor hen die dachten dat ze wijd zou opengaan.

Veel joden dachten dat het rijk Gods, de betere toekomst die Jesaja droomde, alleen voor hen zou zijn: ‘Wij zijn kinderen van Abraham. Wij zijn leerlingen van Mozes'. En sommige joodse christenen dachten weer dat zij beter waren dan de andere joden. Maar het antwoord van Jezus op al die eigendunk is: ‘Velen zullen komen uit het Oosten en het Westen, uit Noord en Zuid, overal vandaan, en ze zullen aanzitten in het koninkrijk Gods'.

Dit oude woord nog eens laten klinken is daarom zo goed omdat er onder ons, kerkmensen en brave gelovigen, nog altijd lieden zijn die stilletjes denken beter te zijn, en denken meer recht van spreken te hebben omdat zij zo trouw zijn aan de leer.

Augustinus schreef al: ‘Er zijn er veel binnen de kerk die erbuiten staan, en er zijn veel buitenstaanders die er eigenlijk binnen zijn'. Het rijk Gods dat Jezus verkondigde, is inderdaad veel ruimer dan de kerk die we kregen.

Zeggen dat je een goed kerklid bent geweest, je financiële verplichtingen bent nagekomen, kind aan huis was op de pastorie... het zal allemaal niks helpen als we niet ook gerechtigheid hebben gebracht, als we niet mensen tot hun recht hebben laten komen.

Wie de deur van zijn hart openhield voor anderen, die zal worden opengedaan. Wie zijn deur dichthield voor hen die in hun nood bij hem aanklopten, komt straks ook aan een gesloten deur. En al kun je vertellen over je vele vrome bidden, je kennis van de leer, en kun je pauselijke onderscheidingen laten zien... het antwoord zal zijn: ‘Ik ken je niet'.

Iemand zei me eens dat hij het maar niks vond dat met het geld voor een missiecollecte niet alleen katholieke missionarissen werden geholpen. Tegen zo iemand zou ik willen zeggen: God geeft er niks om wie er helpt, als er maar geholpen wordt.

En later worden we niet beoordeeld op onze kerkelijke gezindte, maar of de gezindheid van Jezus ook de onze is geweest.