Jezus, de deur die openstaat

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Wie stelt zich tegenwoordig nog ernstig de vraag of hij in de hemel komt? Sommigen vinden het vanzelfsprekend, anderen geloven helemaal niet meer aan een hemel. De meesten menen dat er wel belangrijker vragen zijn: "Zal ik morgen nog werk hebben? Hoe zal het aflopen met de spanning tussen Oost en West?" Ook heeft het geen zin om je af te vragen: "Zullen het er weinigen zijn die gered worden?" Jezus laat die vraag open. In plaats daarvan spreekt Hij van de deur die toegang geeft tot het eeuwige leven. Span u in tot het uiterste, zegt Hij, want de deur die toegang geeft tot het Rijk van God staat open, maar is eng. Mensen die dik zijn van zelfgenoegzaamheid, blijven in de enge deur steken.

In een Joodse legende vraagt een leerling aan zijn rabbi: "Hoe komt het dat vroeger mensen God van aangezicht tot aangezicht konden zien en nu niet meer?" De rabbi antwoordde: "Omdat nu niemand meer zo diep bukken kan."

Span u in met alle krachten, zegt Jezus. Hij gebruikt hier een term uit de sportwereld. Bij de Olympische Spelen moeten de sportlui zich inspannen tot het uiterste omdat ze weten dat maar één de gouden medaille halen kan. Zo vraagt de Heer de inzet van al onze krachten, om door de nauwe deur binnen te geraken. De hemel valt ons niet zomaar als een rijpe vrucht in de schoot. De belangen van God kun je niet zomaar in het voorbijgaan vervullen. De deur is eng, span je in om er binnen te geraken, want het is de moeite waard.

Dan verbreedt Jezus zijn beeld en voegt eraan toe: de deur wordt gesloten. Hier begint het drama. De huisvader kan wel een beetje wachten, maar dan zal hij teleurgesteld de deur sluiten. Als je nu met alle andere mogelijke dingen bezig bent, dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat je voor een gesloten deur komt te staan. Dan helpt geen kloppen meer, dan kun je je niet meer beroepen op goede relaties: wij hebben toch met u gegeten en gedronken. Het antwoord zal zijn: "Ik ken u niet". Het kan te laat zijn voor mensen die geen tijd hebben gehad voor God. Geen vijf minuten voor een dagelijks gebed van de 1440 minuten die God ons dagelijks schenkt. Geen tijd voor dat uur van de zondagsmis, van de 168 uren die God ons elke week geeft. Onlangs kreeg ik een indrukwekkend plakkaat in mijn handen. Onder de foto van een spelend kind stond: veel te jong om aan God te denken; onder de foto van een jongen op zijn motorfiets: veel te zelfverzekerd om aan God te denken; onder de foto van een bruidspaar: veel te gelukkig om aan God te denken; onder de foto van een man aan zijn bureau: veel te druk bezig om aan God te denken; onder de foto van een vrouw in bed: veel te moe om aan God te denken; onder de foto van een grafmonument: veel te laat om aan God te denken.

Maar het allerlaatste woord van dit evangelie spreekt van een openstaande deur. Zo is het laatste woord van dit ernstig evangelie een woord van troost. Het spreekt van een wijd openstaande deur. Uit alle richtingen zullen er mensen komen aanzitten in het koninkrijk van God. De Kerk zal groeien als een teken van heil voor alle volkeren. Achter de enge deur staat Jezus op ons te wachten. In werkelijkheid zijn wij het zelf die de deur van Gods barmhartigheid sluiten en dan moeten wij het ons niet beklagen dat de deur van het oordeel voor ons zal opengaan en wij het harde woord van Jezus moeten horen: ga weg van Mij. Dit woord is eigenlijk moeilijk te plaatsen in de mond van Jezus. Is Hij niet diegene die de walmende pit niet wil doven en het gebogen riet niet wil breken? Die gezegd heeft: Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt? Die woorden zijn allemaal waar, maar God zal niet eindeloos blijven wachten en zwijgen. Wie bewust neen zegt tegen God, zal tenslotte ook een neen van God zelf moeten verwachten. Maar zolang als we leven, staat de enge deur nog altijd wijd open.