4e zondag van de advent C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In het evangelie waren we even getuige van een gesprek tussen twee vrouwen, die in verwachting zijn. Ik zal het maar meteen eerlijk zeggen, dat ik - in het leven van iedere dag - wat verlegen ben met zulke gesprekken. Als ik er ongewild in verzeild raak, dan zou ik van de ene kant geboeid luisteren, van de andere kant de neiging hebben bescheiden een paar passen terug te doen. Dat laatste vanuit een zekere gêne: dit is niet bestemd voor mijn oren. En nog meer: ik zal wel nooit helemaal kunnen aanvoelen wat dat betekent en hoe het voelt. Dus ik zal me er maar niet in mengen. Ik zou alleen maar domme dingen zeggen.

Maar vandaag, met dit evangelie, moet ik toch wel preken. Twee vrouwen, Maria en Elisabeth, die beide een kind verwachten. En ik kan er niet omheen. Ik merk dat ik geneigd ben wat in verheven woorden en serene taal te gaan spreken: 'Het wacht op het nieuwe leven in je binnenste. Leven met verwachting, hoe mooi is dat en hoe wonderlijk. Het jonge leven dat groeit in jou...'. Vrouwen zullen daar misschien wat nuchterder over praten. 'Morgen brengen', zei een jonge moeder. 'Het is heus niet alleen maar mooi en wonderlijk. Je moet er wel doorheen, door die negen maanden. Het kan je behoorlijk dwarszitten en je kunt er goed beroerd van zijn. En je kunt het nooit losmaken van de weeën en de pijn. De ongemakken tellen ook.'

Ik bedoel maar: leven met verwachting (en dan heb ik het toch maar over mannen én vrouwen), is niet slechts rozengeur en maneschijn. Het is heel hoopvol en toekomstgericht, maar ook heel moeizaam en alledaags. Je kunt er geen dag en geen uur van overslaan. Het maakt je blij en hoopvol, maar de zorg en de pijn horen er ook bij. Vertrouwen en onzekerheid tegelijk. Scheuten pijn en angst en scheuten van hoop. Zou dat de realiteit zijn waarin Maria en Elisabeth elkaar treffen? Schommelend tussen hoop en vrees?
Het is in elk geval wel een situatie waarin ik mezelf en onszelf vaak aantref, met mijn hoop en onze toekomstverwachting. En juist in deze dagen voor Kerstmis komt hoop en verwachting soms in verhevigde mate bovendrijven.
'Weet u niet een adres waar ik de kerstdagen gezellig met een aantal mensen kan doorbrengen?'. De hoop en de pijn in één zin. Juist met Kerstmis hebben veel mensen er moeite mee dat onze wereld er zo uitziet.
Een aarzelende vraag: 'Zegt u in de preek nog iets over de bewapeningswedloop met Kerstmis?'. De hoop op een veilige toekomst en tegelijk de doem van de ondergang en de dreiging van de wapens.
'Ik weet niet of ik er nog ben met Kerstmis', zegt een dodelijke zieke. 'Ik durf me dat niet voor te stellen. Hoe zal dat zijn?'. De angst voor de dood en de hoop op leven.
'Ik zie zo op tegen die dagen', zegt een ander. 'Het is de eerste keer dat het alleen moet vieren, na dat verlies, na de scheiding. Ik hoop dat we elkaar er doorheen slepen. Ik hoop dat de kinderen komen.'.

Leven met verwachting, is dat niet altijd leven tussen hoop en vrees? De angst dat het mis kan gaan, de hoop dat het goed zal komen. Ook wij lopen met onze verwachting op alle dag. Iedere dag kan het gebeuren. Het eigenlijke leven is nog steeds in staat van geboorte. Intense hoop, en soms vergaan we van pijnlijk verlangen naar het leven dat nog komen moet.

Misschien is het goed nog even terug te keren naar Maria en Elisabeth, vrouwen tussen hoop en vrees. Maar het verwonderlijke in deze ontmoeting is, dat de hoop het wint. Elisabeth prijst Maria, omdat zij (zo staat er): 'geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar van Godswege gezegd is'. Er staat heel duidelijk zal komen. Het is nog niet zover. Maria moet nog maandenlang rondlopen, die hoop ronddragen in haar eigen leven. Zij zal er in alle opzichten haar leven naar moeten inrichten, rekening houden met het kind van je verwachting. En pas dan - heel veel later - wordt het werkelijkheid. Toekomstige tijd, geloof in de toekomst. Geloof in de vorm van hoop.
Zou de hoop die plaats kunnen krijgen in ons leven? Alle verwach-tingen meedragen in het vertrouwen dat het nieuwe leven van God kan groeien in ons? Eventueel met alle groeipijnen en ongemakken van dien. Ons leven erop instellend. Christelijke hoop is niet langer een utopie of luchtkasteel, waar je smachtend naar uitkijkt, maar permanente inspanning, blijvende zorg, voortdurende aandacht. In verwachting zijn (zoveel weet ik er wel van) is nooit een passief proces. Je bent er dag in dag uit druk mee bezig het kind dat je krijgt zoveel mogelijk levenskans te geven.

In het evangelie wordt nog iets duidelijk: in het leven van Maria én Elisabeth is sprake van een wonderlijke geboorte. Onverwacht en menselijkerwijs onmogelijk. En toch... De plannen van God gaan door, ondanks menselijke beperktheden, en de plannen van God lopen via hun leven. Waar mensen zich instellen op zijn plannen, daar gebeuren wonderen. Daar worden menselijke beperkingen doorbroken. Christus komt ter wereld, waar mensen hun leven instellen op zijn komst. Sterker, de Messias roept en ademt en schopt in ons. Hij wil door ons leven naar buiten komen.

De hoop van de wereld, de hoop van Christenen, niet langer 'iets' maar 'iemand', een mens die zich helemaal instelt op Gods plannen; Jezus Christus en allen die sinds zijn geboorte leven in de verwachting van zijn rijk. Met die hoop, met die actieve verwachting mogen we naar Kerstmis toeleven...