Evangelieprikje 2015

Toch wel een beetje een buitengewoon evangelie vandaag. Vooreerst zijn er twee vrouwen die de hoofdrol inpakken, in die tijd toch wel opmerkelijk. In onze kerk van vandaag helaas nog altijd.  En ten tweede ligt het tempo van het verhaal vrij hoog. Ook het gesprek komt zo artificieel over dat het duidelijk is dat het hier om een geconstrueerd verhaal gaat. Maar dat maakt het niet minder evangelie uiteraard, integendeel misschien.

Laten we beginnen bij het begin. Maria heeft net goed nieuws ontvangen, maar goed nieuws dat ook gevaarlijk nieuws was. Een ongehuwd meisje dat zwanger was, het was gevaarlijk. Toch wil Maria het goede nieuws niet voor zichzelf houden en reist ze – met spoed zelfs – naar haar nicht Elisabeth. Ook deze dame had net nog – totaal onverwacht – goed nieuws te horen gekregen. En meteen hebben we een mooie gedachte die ons meteen ook uitdaagt. Goed nieuws kan je in beweging zetten en goed nieuws wil je delen met iemand. De vraag die daar bij hoort voor ons ligt voor de hand: brengt het goede nieuws – het evangelie dus – ons nog in beweging? Willen en durven we dit goede nieuws delen met anderen? We kunnen daar enkel volmondig “ja” op zeggen als het evangelie voor ons echt goed nieuws is. Als ik zie hoe lauw veel geloofsgemeenschappen geworden zijn, dan stel ik mij de vraag of ze het evangelie nog echt als goed nieuws ervaren. Ik zeg dat niet om iemand te beschuldigen, ik stel gewoon de vraag. Ik denk dat enkel mensen die het evangelie als goed nieuws beschouwen het menselijker wijze kunnen dragen om christen te zijn in deze tijd. Als het evangelie een last wordt, een te vervullen plicht, dan ontnemen we de goede boodschap elke vreugde en elke hoop die ze ons wil geven.

We zijn nog maar een paar dagen van Kerstmis verwijderd. Heeft de advent ons verlangen naar Jezus kunnen wakker maken? Dit korte verhaal leert ons welke vreugde het kan teweeg brengen in een mensenleven – zelfs bij een ongeboren mensenleven – als Jezus in de buurt is, als Jezus toegelaten wordt in een mensenleven. Mag Jezus ons leven verrijken of denken we dat zelf te moeten doen? In heel wat gezinnen vind je nu kerstbomen, in sommige gezinnen liggen nu al cadeautjes onder de kerstboom. Op zich kan je daar natuurlijk niets tegen hebben, maar we moeten – zeker als christen – opletten dat we hét grote geschenk van Kerstmis niet vergeten: Jezus. Hij heeft geen leven voor zichzelf geleefd, maar heeft zich helemaal gegeven voor anderen. Het is niet toevallig dat Lucas Jezus in een voederbak legt: Hij wil voedsel voor ons zijn. Hij nodigt ons uit om ons te laten leiden door Gods liefde en zo instrument van God te worden in de wereld van vandaag.

Maria wordt om die dienstbaarheid geprezen door haar nicht, maar ook door de Kerk, al eeuwen lang. Zijn wij ook tot die dienstbaarheid bereid?  En dan bedoel ik niet dat we allemaal Gods kinderen moeten dragen, alhoewel figuurlijk zou dat mooi zijn. Wat ik wel bedoel is of wij bereid zijn ons leven niet enkel voor onszelf te leven. Willen wij ons voeden met Gods liefde om zelf een stukje gebroken brood te worden voor mensen die hongeren naar aandacht, naar een blijk van liefde, die wachten op een opbeurend woord? Ik denk dat veel mensen de intentie hebben om het  te doen, maar dan komt het leven met zijn dagelijkse beslommeringen, met zijn eigen vreugdes en verdriet en we horen en zien de ander niet die net als wij hongert naar geluk.

Twee vrouwen blij om nieuw leven. Een (ver)nieuw(d) leven biedt Jezus ons ook aan als we ons openstellen voor Zijn Blijde Boodschap. Die boodschap is niet in de eerste plaats een opsomming van geboden en verboden, neen, het is een boodschap die om verbondenheid vraagt. God vraagt ons of Hij in ons leven mag wonen, zelfs als Hij de gedaante aanneemt van iemand die niet alle kerkelijke regels naleeft. Nu, je gaat maar bij iemand wonen als je die ander graag hebt, liefhebt. Je zou kunnen zeggen dat God het aanvraagt met ons. Als we  “ja” zeggen en ons hart openen voor Zijn liefde, dan zullen we ons zelf gesterkt weten om die liefde mee gestalte te geven. Dan zal ons geloof een ongelooflijk geschenk worden, een diepe vreugde in ons leven. Een kind zou van minder opspringen …