Uit onverwachte hoek (2012)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

VAKANTIEHERINNERING

Redding komt vaak uit onvewachte hoek! Toen ik mijn eerste Deuxcheveautje had, wilde ik eens naar zuid-Frankrijk op vakantie. In Nimes komt plotseling een grote Renauld van links en rijdt tegen me op. Een gendarme begint een relaas af te steken waar ik niets van versta. Er nadert een buitenproportionele takelwagen. Die sleept mijn eendje een buitenwijk in, naar een garage. De patroon komt me vragen stellen, maar ik versta hem evenmin. Ten einde raad ga ik naar het postkantoor en bel ik de ANWB. Die kan helemaal niets voor me doen. Ik was geen lid. Ik bel mijn verzekering. Ik moest maar een voorlopige reparatie laten uitvoeren. De garagehouder snapt daar niets van. Hij doet dan ook niets. Het is vrijdag zeven uur en hij begint honger te krijgen. De situatie is me volkomen boven het hoofd gegroeid. De instanties op wie ik me verlaat bieden geen hulp. We keren met openbaar vervoer naar het hotel terug. Eerst maar eens slapen en zaterdagochtend maar over de markt van Arles gedwaald. En daar, op die markt, tussen de lavendel en de perziken, loop ik een oude vriend uit Heerlen tegen het lijf die vloeiend Frans spreekt en verstand van auto’s heeft. Binnen een uur is alles geregeld. Hulp komt soms niet van de instanties waar je op rekent maar uit een onverwachte hoek. U hebt vast ook zo’n ervaring.

RECHT VOOR DE BOEREN

Ergens in een boerendorp in wat thans de Gazastrook heet, was in de achtste eeuw voor Christus, Micha geboren. De macht van de grote koningen David en Salomo was afgebrokkeld. Zwakkere troonopvolgers hadden het land verdeeld. Steden breidden zich uit en kregen steeds meer economische macht. De landbouwers kwamen bij de stedelingen in de schuld te staan en werden een soort lijfeigenen. Micha roept luid dat godsdienst geen vrome kwezelarij is, maar te maken heeft met recht en gerechtigheid, met het eerbiedigen van mensen. Hij maakt diepe indruk op zijn tijdgenoten. Koning Hizkia luistert met ontzag naar hem. Zijn maatschappijkritiek heeft veel overeenkomsten met die van Jesaja en Amos.

NIEUW BEGIN Bij deze Micha lazen we vandaag dat God een nieuw begin wil maken. Micha kijkt daarbij in onverwachte richting, naar Bethlehem, een gat van een dorp. Bethlehem vertegenwoordigt geen enkele politieke macht; er is geen cultureel monument en het is ook geen economische motor. Bethlehem draagt wel de herinnering aan de jongste zoon uit een boeren-gezin. In dit achterafje had ooit de profeet Samuel naar een koning gezocht bij het gezin van Jesse. Iedereen had de jongste zoon, een puber nog, over het hoofd gezien. Hij was nog aan het stoeien tussen de schapen. Hij werd koning David. Dus, in de rimboe, in niemandsland, ergens in ‘nowhere’, daar breken nieuwe tijden aan. Onze bijbelse traditie speelt vaak met dit motief. Verwacht je heil niet van de gevestigde machten. De redding van de aarde komt niet van de Verenigde Naties. Mag ik het zo vertalen? Ik weet het niet! Misschien... Verwacht de redding niet van grote internationale milieu-congressen. Verwacht het ook niet van maatschappelijk ondernemende bedrijven. Zij praten wel over redding en behoud, maar je heil komt uit een onverwachte hoek, en misschien wel van jezelf! Het is duidelijk dat Micha, de boerenzoon, alle vertrouwen heeft verloren in de koningen die tronen in Jeruzalem en Samaria. Brussel of Den Haag zullen het geluk niet brengen. Micha gelooft niet meer in de kracht van de tempel!

WANHOOP NOOIT! Hij is ervan overtuigd dat het nieuwe begin van Godswege ergens verschijnt waar je het niet verwacht. Het heil begint ergens achteraf en bijna onopgemerkt. Wanhoop dus nooit. Zet je ogen wijd open voor wat er omgaat in de harten van eenvoudige lieden. Bij de twee oudjes misschien, Elisabeth en Zacharia. Of die twee vluchtelingen, Maria en Jozef. God heeft nog heel wat andere instrumenten tot zijn beschikking dan Herodes of keizer Augustus.

GEKKE KINDEREN

Lieve kinderen. ‘Kom je nog op bezoek met kerstmis?’ Marco had opa uit Geleen aan de lijn. ‘Alleen niet de achtentwintigste, dan heb ik toernooi!’ ‘De achtentwintigste, dat is Onnozele Kinderen, dan heb ik feest.’ Marco schoot in de lach. ‘Nooit van gehoord!’ ‘O nee? Dat was een groot feest vroeger. Dan was de jongste de baas. Die had het voor het zeggen. En dat was ik dus. Dat vierden we om de kinderen te eren uit Bethlehem die door koning Herodus waren gedood.’ Dit was allemaal wat veel informatie ineens voor Marco. ‘Waarom vieren wij dat niet?’ ‘s Avonds aan tafel schoot Marco het gesprek weer te binnen. ‘O ja, mam, wat ik vragen wou..., waarom vieren wij geen Gekke Kinderen?’ ‘Gekke Kinderen...? Dat bestaat niet.’ ‘Op 28 december! Dan was opa de baas.’ Mamma schoot in de lach. ‘Onnozele kinderen bedoel je. Dat betekent onschuldige kinderen. Dat hoeven we niet te vieren... Jouw zusje is hier in huis toch al het hele jaar de baas!’