Gij zijt gezegend (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 205 niet laden

Als een jongen en meisje op elkaar verliefd zijn, dan zeggen ze allemaal lieve dingen tegen elkaar. Dan zeggen ze elkaar wat ze goed vinden in de ander. Dat betekent dat ze elkaar zegenen. Zegenen is in het Latijn: bene-dicere. Letterlijk vertaald: iets goeds zeggen of goedpraten. Door een ander iets goeds te zeggen, een compliment te maken, groeit de ander in liefde en zelfvertrouwen. Door kritiek kan een ander zijn zelfvertrouwen en levensvreugde verliezen. Iets goeds zeggen tegen een ander of over een ander betekent dat je die ander zegent. Niet alleen God kan de mens zegenen, wij kunnen ook elkaar zegenen. Dat is geen magie, maar psychologie. De moderne opvoedingspsychologie zegt dat je kinderen beter kunt bevestigen in het goede, dan ze alsmaar kritiek te geven of te waarschuwen voor wat ze fout doen. Door anderen te zegenen ben je zelf een zegen voor de ander.

We zien dat in het evangelie van vandaag: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth en Elisabeth begroet haar met de woorden: "Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is Jezus de vrucht van uw schoot." Woorden die wij kennen van het Wees Gegroet. En waarom prijst Elisabeth Maria? Omdat ze haar komt helpen tijdens haar zwangerschap? Nee, zij prijst Maria omdat Maria "geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is". En wat heeft God haar gezegd? Dat er een Redder geboren zal worden uit haar.

Wij kunnen ook God zegenen: iets goeds zeggen over God, bijvoorbeeld dat Hij het leven goed gemaakt heeft.
In het Gloria bijv. zingen we "Benedicimus te": dat betekent "wij zegenen u" (vertaald met "prijzen U"). En in het sanctus: Gezegend de komende in de naam des Heren.

Zegeningen komen we al in het Oude Testament tegen.
Oorspronkelijk nam Israël opvattingen over uit omringende volkeren: die leefden sterk met de kringloop der natuur. De zegen had te maken met vruchtbaarheid en had een magisch karakter. Bepaalde riten en gebaren, bepaalde formules waren geladen met kracht en konden zegen of vloek overbrengen. Bv. De zegen van Isaac over Jakob in plaats van zijn broer Esau. De zegen werkte onvoorwaardelijk, ook al is er bedrog in het spel: de zegen kon niet herroepen worden.

De eerste evolutie is dat zegen en vloek te maken hebben met een verbond en dat ze voorwaardelijk worden: bv.Deut.28: "Als gij gehoorzaamt aan God en alle geboden stipt volbrengt, dán zal Hij u hoog verheffen boven alle volken der aarde. Dan zal Hij u zegenen". De zegen wordt hier gekoppeld aan beslissingen van de mens.

De betekenis van de zegen heeft dus in het oude testament een evolutie doorgemaakt.
Hetzelfde is in onze tijd het geval. Vroeger was het heilige en het profane, het goddelijke en het menselijke duidelijk van elkaar onderscheiden. De zegen kwam van boven. Een zegening was dan een woord of gebaar dat die zegen van boven afroept.

Ook werd vroeger een magische kracht aan de zegen toegekend: bijvoorbeeld een huiszegen hield het ongeluk buiten de deur, de zegening van auto's moest ongelukken voorkomen.

In het huidige religieuze aanvoelen spreekt sterk het besef mee, dat we het ook zelf moeten doen. Onze eigen verantwoordelijkheid wordt niet buiten spel gezet.
Bij een huiszegen wijs ik er dan ook altijd op dat de zegen een oproep is aan de bewoners om er volgens het evangelie te leven. Daar rust zegen op. Bij een autozegen wijs ik er op dat het geen alternatieve w.a.-verzekering is. Een pastoor heeft er wel eens bij gezegd: "Denk er aan: de zegen werkt niet boven de maximumsnelheid."

Heilig en profaan, goddelijk en menselijk zijn met elkaar verweven. Net als in een weefsel: er zijn horizontale en verticale draden en die kunnen niet zonder elkaar: losse draden hebben geen verband met elkaar en vallen uiteen.
Een zegening is eigenlijk niets anders dan een hulp, om God, overal, in vele omstandigheden van het leven, te zien en te ervaren als een zeer nabije God.

De zegeningen in het nieuwe zegeningenboek van onze kerk hebben een sterk personalistische inslag. Dat wil zeggen dat de zegeningen sterk op de mens gericht zijn. Ook als het zegeningen zijn van voorwerpen, bijvoorbeeld rozenkransen, kruisjes, religieuze voorwerpen, maar ook dingen voor het dagelijkse leven zoals een huis, een voertuig of brood, dan is de tekst sterk gericht op de mens die deze voorwerpen gaat gebruiken.
Als voorbeeld lees ik het zegeningsgebed over een voertuig: "Almachtige God, Schepper van Hemel en aarde, vanuit de rijkdom van uw wijsheid hebt Gij de mens toevertrouwd om mooie en grote werken tot stand te brengen. Wij vragen U dat allen die gebruik maken van dit voertuig, hun reis veilig en zonder zorg volbrengen en door hun voorzichtigheid instaan voor de veiligheid van anderen en dat zij onderweg altijd Christus bij zich weten als hun metgezel. Amen."

Ook de zegening van trouwringen is allereerst gericht op de personen die ze dragen: straks zullen we de trouwringen van Gerard en Leny zegenen. De ring van Leny is een nieuwe omdat ze de vorige verloren heeft. De zegeningstekst begin met de woorden: "God, geef uw zegen Aan Gerard en Leny die u willen dienen." Daar gaat het om: God en elkaar willen dienen.

Een zegening is tegenwoordig dus een soort instemming en bevestiging van bepaalde voornemens en verlangens van de mens, een aanzet en een aansporing om in een bepaalde situatie of met een bepaald voorwerp te leven in overeenstemming met Gods wil.

Aan het eind van de viering spreekt de priester altijd een zegening uit. Maar er staat altijd bij: zending. We worden uitgezonden in deze wereld. Uitgezonden met het evangelie dat we in de viering gehoord hebben. De zegen is een gebed om kracht om de opdracht van het evangelie uit te voeren. Die twee horen bij elkaar: geen zegen zonder zending.

Wanneer de mens dus Gods zegen vraagt, dan mogen we veronderstellen dat de mens die zegen vraagt over een goed voornemen.
Een duidelijk voorbeeld is de huwelijkszegen. Bruid en bruidegom hebben eerst elkaar trouw beloofd. Daarover wordt Gods zegen gevraagd.
Straks zal ik een zegen uitspreken over Gerard en Leny omdat ze het voornemen hebben de liefde en trouw te bewaren in alle levensdagen die hun nog geschonken worden.

Binnenkort wensen we elkaar allemaal een gezegend nieuwjaar. En we vragen Gods zegen over het nieuwe jaar. Dan is het ook belangrijk dat we goede wensen en goede voornemens maken die God kan zegenen. Dan zal het een gezegend nieuwjaar zijn.

WELKOM

Welkom aan u allen die ondanks winter, sneeuw en ijs toch naar de kerk bent gekomen.
Vandaag heel bijzonder welkom aan Gerard en Leny Tenwolde, die met ons hun 50-jarig huwelijk willen vieren. Welkom ook aan hun Zoon Henk, drie dochters, Welma, Annet en Ini, schoonkinderen, 4 kleinkinderen en familie. Gerard en Leny zijn hier in 1966 komen wonen, lid van de KBO en Leny van ons zangkoor Con Amore. Het is al het tweede huwelijksjubileum in dit koor in korte tijd, dus kom bij dit koor, dan heeft u nog eens een feestje.
Gevraagd naar het geheim van de huwelijkstrouw hebben jullie geantwoord: "Met ups en downs elkaar vasthouden".
Ik ben blij dat jullie vandaag niet zijn gaan skiën, waar jullie zoveel van houden, want dan zou het feest niet doorgegaan zijn. Maar de sneeuw buiten brengt ons wel op een mooie vergelijking: de sneeuw bedekt alle straatvuil en maakt een wonderschone wereld. Zo wil God al onze zonden bedekken met zijn liefde en barmhartigheid om onze sociale leefwereld wonderschoon te maken. Gehuwden kunnen niet trouw zijn als ze elkaar niet op zijn tijd kunnen vergeven. Zoals een auto af en toe gerepareerd moet worden, wat Gerard zo graag doet, zo moet ook onze huwelijksrelatie, onze naastenliefde en ons geloof af en toe gerepareerd worden, want ook die deugden slijten mettertijd. Mag ik jullie daarom uitnodigen om met ons allen samen de schuldbelijdenis te bidden.