Wachten

In het Middelheim staat een prachtig beeld en dit noemt "2 zwangere vrouwen".
Een groot majestueus beeld, 2 zwangere vrouwen met lange gewaden, de armen in de heup, gezellig keuvelend over hun zwangerschap. Je moet dit beeld gezien hebben, zeker na dit evangelie.

Maria bezoekt haar nicht Elisabeth.
In de "Slimste mens" zou men nu de vraag stellen: wat weet je over Elisabeth?
Er zouden na veel proberen 4 blokjes verschijnen:
• Is op latere leeftijd in verwachting geraakt
• Moeder van Johannes De Doper
• Woont in Juda
• Nicht van Maria ... 80 punten.

Maar er is meer: Maria en Elisabeth zijn allebei in verwachting. Voor Elisabeth was het al te laat. Post-menopauze. Kans gemist. Maar dit is geen les biologie. Het gaat eigenlijk veel dieper. Omdat God van Elisabeth houdt, is er geen "te laat"
En voor Maria is het te vroeg. Zij is nog niet getrouwd. Maar omdat God van Maria houdt, en omdat zij zijn liefde toelaat,is er geen "te vroeg"

Eén ding hebben vrouwen vóór op mannen, dat zij intuïtie hebben, emoties, veel meer inlevingsgevoel, veel beter en ook veel sneller dingen aanvoelen, dan wij, mannen, die de dingen niet voelen, niet begrijpen, of pas veel te laat.

Nog iets hebben vrouwen vóór op mannen, dat zij kinderen mogen dragen en baren, dat zij in Gods Scheppingsorde zijn uitverkoren om negen maanden lang een kind te mogen voelen en dragen en iedere minuut te beleven.
Dat zij als eersten mogen ervaren dat ze zwanger zijn (wij, mannen, weten het pas als de vrouwen het ons willen zeggen), dat zij als eersten het voorrecht, het heerlijke gevoel hebben, het kindje voor het eerst te voelen trappelen in de buik (ook dat kunnen wij, mannen, niet voelen).
In de biologische Scheppingsorde, door God gewild, is de vrouw dus de meest begenadigde van beiden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat vandaag, op deze vierde zondag van de Advent, vrouwen centraal staan. Wanneer de zwangere Maria bij de hoogzwangere Elisabeth op bezoek gaat, gaat het gesprek natuurlijk over de kinderen die ze beiden dragen, kinderen die ze nog niet kennen, maar waarover ze toch al een en ander beginnen te vermoeden, te voelen, intuïtief te weten. Zoveel is zeker, het zullen zéér bijzondere kinderen worden.

Nog maar vier dagen scheiden ons van Kerstmis, het feest van Jezus' geboorte. .
Als Lucas dit evangelie schrijft, 80 jaar na de dood van Jezus, kent hij reeds het leven van Jezus, zijn kruisdood en verrijzenis.
Hij weet reeds dat de eerste christenen Jezus vereren als de Messias, Gods evenbeeld.
Wij, mensen, zeggen ook soms achteraf, soms jaren nadien: 'Het heeft zo moeten zijn.'
Misschien drukken we daarmee ons geloof uit dat ons levenslot als het ware door God beschikt is.

Advent ... is wachten ... We weten wat het is: wachten op de trein die alweer te laat is, wachten bij de kapper, aan de kassa van het warenhuis, in de wachtzaal bij de dokter, in de file. Wachten tot er beweging komt in de rij voor ons, wachten tot we eindelijk zelf aan de beurt zijn. Wachten is een tijd die twee keer zolang duurt als niet wachten.

Maar wachten kan ook anders zijn. Wachten op de uitslag van een medisch onderzoek. Is dat gezwel nu kwaadaardig of niet? Eindigt dat bloedonderzoek in een positieve dan wel in een negatieve diagnose? Wordt mijn kind nog ooit gezond? Ontwaakt mijn zoon nog uit de coma, en zal hij ooit helemaal genezen? We kennen zulk wachten vol angst, maar ook vol hoop. Hoop op een gunstige uitslag, hoop op herstel, hoop op rust, op vrede. Wachten is dan niet meer gewoon wachten; het is verwachten geworden, uitzien naar, verlangen naar.
Dat is ook advent: verwachten, uitzien naar, verlangen naar. Niet naar iets, wel naar Iemand.

Dat is natuurlijk gemakkelijk gezegd.
Wat heb je aan dit verlangen als je je energiefactuur niet kunt betalen, als je zonder werk zit en toestand uitzichtloos is.
Wat heb je aan dit verlangen als je in de kou moet overnachten omdat er geen herberg de deur opent voor jou.
Wat heb je aan dit verlangen als je verschrikkelijk treurt om het verlies van je kind of je levensgezel.

Advent is echter ook: hopen..
Hopen dat kleine eenvoudige dingen mensen kunnen helpen en opbeuren.
Een omhaling voor welzijnszorg waarin mensen delen van wat ze hebben,
een lied en een tekst met juiste woorden,
de glimlach van een kind, de hand op je schouder,
een licht aan de hemel of een ster die net iets feller flikkert dan de anderen,
het gevoel: ‘ ik ben niet alleen', ik voel de anderen rondom mij,
de zaligheid om nog met de familie bijeen te komen in deze dagen....
allemaal kleine eenvoudige dingen die ‘hoop' in zich dragen.

En al kan in deze periode de pijn groter zijn... ergens is er een lichtje.
Kan het nog eenvoudiger dan de boodschap van goede wil van dat wichtje, geboren in een stal, in een schuur, met zeer eenvoudige mensen, en met herders die het komen groeten.
Ze zien het liggen in een voederbak, lager bij de grond kan niet....een voederbak voor dieren.
Er wordt mooie muziek gemaakt, er klinken liederen met mooie melodieën.

Wat een verschil met het feestgedruis in de stad, de koopwoede, de geforceerde sfeer op de kerstmarkten, het gecommercialiseerd gedoe met pakskes of geschenken ....

Vrienden, laten we toch dit teken van hoop maar niet negeren. Laten we de kans dat iets of iemand ons aanspreekt, helpt en moed geeft..... niet voorbij lopen. Laat ons samen de stap zetten naar mekaar toe. Deze periode heeft z'n schone kanten...

Zing, vecht, bid, werk,huil, lach en bewonder...
Zing, vecht, bid, werk, huil, lach en bewonder....

Is het buiten koud en onherbergzaam,
laat het hier in deze kerk en misschien ook thuis
dan even een oase van rust zijn,
een moment om stil te vallen
en om te kijken in verwondering naar wat goed is.