De brief van de vreugde

Gaudete, wees blij. Dit zijn beginwoorden van de intredezang op de derde adventszondag. Ze zijn genomen uit de brief van Paulus aan de christenen van Filipppi. In het leesjaar C lezen wij op de tweede en derde adventzondag enkele verzen uit deze brief van Paulus.

Brieven geraken uit de mode. Ook een mail kan vreugde brengen, zoals zo vele andere tekenen van leven en betrokkenheid. Brieven maken deel uit van het apostolaat van Paulus.

Neem de brief van Paulus aan de gemeente van Filippi ter hand. Deze brief is een van de persoonlijkste brief onder alle gemeentebrieven van Paulus. “Deze brief straalt het meest warme genegenheid en ongecompliceerde vriendschap en vreugde uit” (P Schmidt, In vrijheid, Trouw en hoop. Inleiding tot Paulus, de Katholieke Brieven en Apocalyps). Hij bevat slechts vier hoofdstukken met daarin herhaaldelijk veel tonen van vreugde. Paulus schreef deze brief tijdens zijn gevangenschap. Hij zat enkele keren in het gevang, o.a. in Caesarea, in Efese, in Rome. Dit heeft hem nooit bitter gemaakt. Vanuit het gevang onderhoudt hij contact met zijn gemeenten en bemoedigt hen in het christen zijn.

De brief van Paulus aan de Filippenzen beweegt zich tussen blijdschap en verontwaardiging. Er komen verschillende thema’s in deze brief aan bod. Vooral het derde hoofdstuk is vermanend en verschilt van de andere. Het zou kunnen zijn dat de huidige brief een samenvoeging is van twee of meerdere brieven, die eerder waren verstuurd.

Dankbaarheid

Paulus heeft goede banden met de gemeente in Filippi. Hij heeft ze gesticht. Ze is zijn eersteling op Europese bodem. Hij heeft van haar tegen zijn gewoonte in ondersteuning ontvangen en aangenomen. Hij is daarom dankbaar. Hij gedenkt de gemeente in zijn gebed met dankbaarheid en blijheid (Fil 1, 3-11). Dankbaarheid gaat gepaard met vreugde en blijdschap. Dankbaarheid is een antwoord op het goede dat we mogen ondervinden. “Freude ist die einfachste Form der Dankbarkeit„ (Karl Barth).

Dank om de liefde van Christus en om zijn voorbeeld

Paulus stimuleert zijn gemeenten om eensgezind te blijven en zich hiervoor te richten op Jezus Christus. In deze brief legt Paulus een getuigenis af van zijn grote liefde voor Christus. Het deert hem niet dat hij omwille van Christus moet lijden en gevangen zit. Hij houdt aan zijn gemeente Christus voor ogen: Christus, hij die was bij God, die slaaf is geworden en door God is verheerlijkt.

In zijn brief gebruikt hij wellicht een reeds bestaande hymne over Christus. Zij is zelfs de cantus fermus voor de liturgie van de Goede Week.

Wie door Jezus geraakt is en van hem doordrongen is, kan blij zijn en zingen: Jesu meine Freude. Paulus kan dit zelfs als hij moet lijden omwille van het evangelie. “Ook al zou mijn bloed als een offer worden uitgegoten samen met het offer dat u brengt door de dienst van uw geloof, toch ben ik vol vreugde, samen met u allen; Wees dus ook vol vreugde samen met mij” (Fil. 2,17-18).

Blij om goede medewerkers

Paulus is blij om het onthaal van het geloof in die gemeente. Hij is blij om wie standhouden. Hij is blij om zijn medewerker Epafroditus, die ziek is geweest en bijna dood was (Fil. 2,25-27). Paulus stuurt deze man terug naar de gemeente van Filippi. Paulus vraagt dat ze hem in Filippi vol vreugde zouden verwelkomen (Fil. 2,29). Paulus denkt verder aan Euodia en Syntuche, aan Clemens en zovele anderen, die de vreugde uitmaken van Paulus (Fil. 4, 1-3). Euodia en Syntuche zijn twee vrouwen die een leidende rol hadden in de gemeente, maar die niet altijd aan het zelfde touw trokken. Goede mensen zijn een vreugde voor elkaar en voor anderen.

Vreugde ondanks tegenkanting

Laat de Heer uw vreugde blijven” (Fil. 3,1). Zo luidt het begin van het derde hoofdstuk, waarin Paulus zijn zorg, ja zijn verontwaardiging neerschrijft over mensen die tegenwerken. Er is tegenwind. Paulus waarschuwt tegen Joodse leraren en losbandige christenen. Er dreigt verdeeldheid. Die is er wellicht gekomen door mensen die naar oude gewoontes en gebruiken wilden terugkeren. Paulus denkt hierbij aan de besnijdenis bij christenen, die komen uit het Jodendom. Er zijn mensen in de gemeente die zich afzetten tegen het kruis van Christus en die hun aandacht alleen richten op aardse zaken. Dit maakt hem kwaad, maar geeft hem de kans om de vreugde uit te spreken om hen die zich op Christus richten. Laat je niet van je stuk afbrengen. Hij is blij voor de stabiliteit die hij bij Christus heeft gevonden.

We kunnen wat Paulus schrijft, toepassen op de huidige tijd, waar velen andere waarden vooropstellen, waar een aantal zweren bij eigen geluk en welvaart. Boven de kerk hangen donkere wolken. Wegens misbruiken en verdeeldheid is de vreugde aangetast. Haar kern ligt bij de Heer, die ons tot het goede oproept en in staat is om verzoening aan te bieden. Op deze derde adventszondag staat opnieuw de figuur van Johannes de doper in ons midden. Hij predikt bekering. Hij roept op tot gerechtigheid. Hij verkondigt de Blijde Boodschap van de komst van Jezus. Hij geeft een gepast antwoord aan wie hem vragen wat ze moeten doen. Door rechtvaardig te zijn, door te delen, door vrede te stichten, zullen zij en wij vreugde zaaien.

Verblijdt u in de Heer (ZJ 119)

In het vierde hoofdstuk komt de vreugde opnieuw opduiken. Laat de Heer uw vreugde blijven” (Fil. 4,4). Daarop volgt de boodschap die opgenomen is voor deze derde adventzondag:

Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren” (Fil. 4,4-7).

Vanaf 17 december begint de reeks O-antifonen. We zingen: “Wees blij, wees blij, o Israël! Hij is nabij, Immanuel”(ZJ 121).

Wij kunnen niemand tot vreugde verplichten. Wij beseffen wel dat vriendelijkheid deugd doet. Ze straalt vreugde uit en kan vreugde wekken. De vreugde moet echter een fundament hebben. Haar fundament ligt volgens Paulus bij Christus, die gekomen is, die aanwezig is en die zal komen en die wij eens in het volle licht zullen mogen ontmoeten.

“Als God je leven raakt, borrelt een bron van vreugde die sterker is dan wat dan ook. Dan komen de fijnste menselijke dingen naar boven” (Een citaat van bisschop P. Schruers?).

Vriendelijkheid mag het kenmerk zijn van een christen en van een christen gemeenschap. Karl Barth, de grote Zwitserse theoloog (1886-1968), zegt dat wie de Bijbelse boodschap hoort en ter harte neemt, geen triestige mens mag zijn: “Dem Menschen, der die biblische Botschaft hört und beherzigt, ist es nicht erlaubt, sondern klar verboten, ein unfroher Mensch zu sein.”

Vreugde is een reactie op alles wat schoon, goed en waar is. Daarom wenst Paulus dat wij als broeders en zusters aandacht schenken “aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient” (Fil. 4,8). “Gods koninkrijk komt, vrede en vreugde, waar mensen blij zijn om uw genade, waar mensen goed zijn voor elkaar” (ZJ 679). Je bemind voelen verschaft vreugde.

“Erbarm U God en delg genadig. Laat mij de roep der vreugde horen en wek zijn weergalm in mijn ziel” (ZJ 320).